Dinsdag 13 oktober 2026, commissie Binnenlandse Zaken (BIZA)




Agenda

2.36892

Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche

Beslispunt

Welke procedure wenst de commissie te volgen:

  • - 
    een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
  • - 
    te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
  • - 
    te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?

Amendementen

In het kader van de Pilot Amendementen is gekeken of er sprake is van aangenomen amendementen die op grond van de uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en rechtmatigheid ontraden zijn. Hier is bij dit wetsvoorstel geen sprake van. Beide aangenomen amendementen hadden het 'oordeel kamer'.

Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen

Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:

geen uitvoeringstoetsen toegevoegd. Wel een aantal adviezen. Ten behoeve van de voorbereiding van dit voorstel is de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden gevolgd. Zie pagina 36 van de memorie van toelichting.


Procedure

3.36863

Hulp voor kiezers in het stemhokje

Beslispunt

Wenst de commissie:

  • - 
    een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een tweede verslag;
  • - 
    het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming;
  • - 
    aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel voor een plenair debat te doen?

Nadere procedure

4.CLVI, AI

Brief van het College van Voorzitter en Ondervoorzitters over intrekking van het voorstel digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen; Brief van de vice-president van de Raad van State inzake voorlichting over een digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen; Verslag van de Tijdelijke commissie actualisering Reglement van Orde

Beslispunt

  • - 
    Ziet u als commissie aanleiding om nog verder door te praten over eventuele alternatieven voor een digitaal quorum op niet-reguliere vergaderdagen (zo ja, op welke wijze?) of zijn deze voldoende besproken geweest en kan de zaak hiermee voor dit moment worden afgedaan?

Toelichting

Bij brief van 25 november 2025 deed het College van Voorzitter en Ondervoorzitters aan de Kamer een voorstel tot vaststelling van een Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen. 1 Het voorstel werd in behandeling genomen door uw commissie, die op 10 april van dit jaar het tweede verslag vaststelde.2 Vervolgens besloot de Kamer op 19 mei 2026 unaniem voorlichting over het voorstel te vragen aan de Afdeling advisering van de Raad van State. 3

De gevraagde voorlichting is op 23 september 2026 vastgesteld.4 In de voorlichting staat de vraag centraal of een digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen in overeenstemming is met artikel 67, eerste lid, van de Grondwet. De Afdeling advisering had in de voorlichting uit 2020, tijdens de coronapandemie, aangegeven dat een digitaal quorum in bijzondere omstandigheden in overeenstemming met de Grondwet kan worden geacht.5 In de recent vastgestelde (tweede) voorlichting lichtte de Afdeling dit begrip 'bijzondere omstandigheden' nader toe. Van bijzondere omstandigheden is naar haar oordeel pas sprake als de fysieke continuering van de democratische besluitvorming niet gewaarborgd kan worden. Daaruit volgt dat plenair vergaderen op een andere dag dan de reguliere vergaderdinsdag op zichzelf geen 'bijzondere omstandigheid' in deze zin is. De conclusie van de Afdeling luidde dan ook dat een digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen niet in overeenstemming met de Grondwet kan worden geacht.

Het College heeft - gelezen de (tweede) voorlichting van de Raad van State - vervolgens bij brief van 29 september 2026 het voorstel ingetrokken.6 Daarin heeft het College ook laten weten de vragen uit het tweede verslag niet meer te beantwoorden. Daarmee eindigt de procedure.

Intrekking van het voorstel is aangekondigd in de vergadering van het College van fractievoorzitters d.d. 6 oktober jl. In die vergadering is tevens opgemerkt dat wanneer de commissie Binnenlandse Zaken kennisneemt van de voorlichting van de Afdeling en van het besluit van het College van Voorzitter en Ondervoorzitters zij desgewenst zou kunnen bezien of zij naar alternatieven wenst te kijken. Om die reden is een verkennende stafnotitie ter kennisneming bijgevoegd. Deze bevat merendeels opties die in het verleden bij diverse gelegenheden de revu zijn gepasseerd en niet zijn overgenomen.


1 Kamerstukken I 2025/26, CLVI, AC.

2 Kamerstukken I 2025/26, CLVI, AF.

3 Kamerstukken I 2025/26, CLVI, AH.

4 Kamerstukken I 2026/27, CLVI, AI.

5 Kamerstukken I 2019/20, CXXXIX, E herdruk.

6 Kamerstukken I 2026/27, CLVI, AJ.


Bespreking

5.CLXIV, Q

Brief van de minister van BZK ter aanbieding Werkprogramma ACVG 2027; Herstel Groningen

Beslispunt

Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg?

Toelichting

Jaarlijks stelt het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG), dat de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties adviseert in het kader van de versterkingsoperatie in Groningen over (constructieve) veiligheid in Groningen, een werkprogramma op. De concrete onderwerpen waar het ACVG zich in 2027 mee gaat bezighouden, zijn per soort (advies, klankbordfunctie of overig) gerangschikt. Bij alle onderwerpen is er speciale aandacht voor de impact en beleving van het geadviseerde op bewoners en eigenaren van woningen. Op 15 september 2026 bood de minister van BZK het Werkprogramma 2027 aan uw Kamer aan.

Op 22 september jl. besloot u heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.


Inbreng voor schriftelijk overleg

6.34324, C

Brief van de ministers van BZK en van J&V met kabinetsreactie op WODC-onderzoek ‘Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat’ en het rapport van de Nationale ombudsman ‘Sta voor protest!’; Evaluatie Wet openbare manifestaties

Beslispunten

Welke leden leveren heden inbreng voor schriftelijk overleg met de regering over de Brief van de ministers van BZK en van J&V met de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek ‘Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat’ en het rapport van de Nationale ombudsman ‘Sta voor protest!’ van 4 september 2026 (EK 34.324, C)?

Toelichting

Op 4 september 2026 ontving de Kamer een brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van de minister van Justitie en Veiligheid met een afschrift van de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek naar het demonstratierecht getiteld ‘Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat’ en het rapport van de Nationale ombudsman getiteld ‘Sta voor protest!’. In de kabinetsreactie wordt ingegaan op de 14 aanbevelingen uit het WODC-onderzoek en worden daarbij telkens de daaraan verwante bevindingen van de Nationale ombudsman betrokken. Eerder heeft uw commissie een gesprek gevoerd met de onderzoekers van het WODC over hun rapport.

Op 22 september jl. besloot de commissie om op 13 oktober 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.

Sinds 8 juli 2026 bent u met beide ministers in schriftelijk overleg over de brief van de ministers van 3 juni 2026 inzake de inzet van het kabinet op het terrein van het demonstratierecht. De vragen, gesteld door de leden van de fracties van Volt en de SGP en het lid van de Fractie-Visseren-Hamakers, zijn nog niet beantwoord. Hierover is ambtelijk gerappelleerd.

In de Tweede Kamer heeft op 10 september jl. een commissiedebat Demonstratierecht plaatsgevonden en op 7 oktober een 'Tweeminutendebat'. Tevens is er in de Tweede Kamer tijdens de APB een motie ingediend is. De stemming over de ingediende motie vindt plaats op 13 oktober en de verwachting is dat kort hierna de antwoorden op de vragen van Volt, de SGP en de Fractie-Visseren-Hamakers aan de Eerste Kamer worden aangeboden.


Inbreng voor schriftelijk overleg

7.30950, F

Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over de denkrichtingen ten behoeve van een nationaal programma tegen Discriminatie en Racisme 2025-2029; Rassendiscriminatie

Beslispunt

Zijn de vragen afdoende beantwoord of wenst de commissie in nader schriftelijk overleg te treden?

Toelichting

Op 12 december 2025 bood de toenmalige minister van BZK de Kamer de denkrichtingen ten behoeve van een Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme 2025-2029 aan. Om richting te geven aan het brede antidiscriminatiebeleid van de overheid stelt het kabinet sinds 2022, onder coördinatie van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR), een Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme op. Omdat de besluitvorming over een Nationaal Programma en de meerjarenagenda te zeer samenviel met de kabinetswissel en de (aankomende) adviestaak van de NCDR, gaf het vorige kabinet denkrichtingen voor een Nationaal Programma mee, maar liet een besluit over een dergelijk Nationaal Programma, aan een volgend kabinet. Op 13 januari 2026 trad de Kamer in schriftelijk overleg met de toenmalige minister. Op 28 september 2026 ontving de Kamer van de (huidige) minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de reactie op de vragen.


Bespreking verslag van een schriftelijk overleg

8.33335, I

Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK over het Werkprogramma DINGtiid 2026-2027; Wet gebruik Friese taal

Beslispunt

Zijn de vervolgvragen afdoende beantwoord?

Toelichting

Op verzoek van de leden Van Langen-Visbeek (BBB) en Van der Goot (OPNL) werd in uw commissie de brief van de minister van BZK met het werkprogramma 2026–2027 van DINGtiid, het orgaan voor de Friese taal, geagendeerd (33.335, G). Naar aanleiding daarvan is op 17 februari 2026 een brief aan de toenmalige minister van BZK gestuurd met vragen van de fracties van de BBB en OPNL. De minister van BZK heeft bij brief van 8 april 2026 geantwoord. Op 21 april jl. besloot de commissie om op 12 mei gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg. De vragen werden gesteld door de leden van de fractie van de BBB. Op 28 september 2026 ontving de Kamer van de minister van Binnenlandse Zaken de beantwoording.


Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg


9.29924, H

Brief van de ministers van BZK en Defensie ter aanbieding van de beleidsreactie op het CTIVD rapport nr. 86 verkennend onderzoek naar het gebruik van GDA en AI door de MIVD en AIVD; Verslagen AIVD en MIVD

Beslispunt

  • - 
    Wenst de commissie de brief van de ministers van BZK en Defensie met de beleidsreactie op CTIVD-rapport 86 in behandeling te nemen?
  • - 
    Zo ja, op welke wijze?
  • - 
    Zo ja, wenst de commissie de beantwoording van de vragen over de beleidsreactie op het CTIVD-rapport nr. 84 af te wachten?

Toelichting

Op 21 september jl. ontving de Kamer een brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Defensie met daarin de beleidsreactie op rapport nummer 86 van de Commissie van Toezicht op de Inlichten en Veiligheidsdiensten (CTIVD) over het gebruik van geautomatiseerde data-analyse (GDA) en artificial intelligence (AI) door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). De brief van de ministers ligt heden ter bespreking voor.

De commissie voert op dit moment reeds schriftelijk overleg (uitgaande brief 29 september jl., nog niet beantwoord) met de ministers van BZK en Defensie over de beleidsreactie op rapport nummer 84 van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) over de verwerking van bulkdatasets door de AIVD en MIVD (36.263, S).


Bespreking

10.29362 / 36600 B, AU

Brief van de minister van BZK over werken aan balans; Modernisering van de overheid

Beslispunten

  • - 
    Welke leden leveren heden inbreng voor schriftelijk overleg met de regering?

Toelichting

Op 25 september jl. heeft u van de minister van BZK de brief horend bij toezegging T04224 ontvangen. Op 6 oktober heeft u besloten deze toezegging als deels voldaan aan te merken en vandaag gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.

Openstaande moties en toezeggingen

Ten aanzien van de balans tussen middelen en gedecentraliseerde taken staan de volgende toezeggingen open:

Toezenden eerste brief (van twee) met o.a. samenwerkingsagenda met medeoverheden, casussen, inzicht in uitvoerbaarheid en verbetering monitoring, en duiding van de BFU (36.800 B en C) (T04224)

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Fiers (GroenLinks-PvdA), Lievense (BBB), Moonen (D66), Van Hattem (PVV) en Janssen (SP), toe naar aanleiding van het rapport van de commissie-Polman, de adviezen van de ROB en de motie-Fiers

  • (1) 
    een verkenning uit te voeren naar de financiële posities van medeoverheden en de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht door
  • (2) 
    met de vakministeries, medeoverheden en de VNG en de ROB in gesprek te gaan.

Het doel van de verkenning is (3) om inzicht te geven in en het overzicht van de medebewindstaken te verkrijgen, te versterken en te borgen.

Deze zomer zal (4) een eerste brief (van twee) naar de Kamer worden gezonden met een samenwerkingsagenda en casuïstiek op een aantal taken, verdieping van het inzicht in de balans bij een aantal taken en lessen voor verbetering van de monitoring om het gesprek tussen overheden te verbeteren.

  • (5) 
    Hiervoor wordt onder andere nadere duiding gegeven hoe de bijzondere fondsuitkering, de BFU, onderdeel van de te wijzigen Financiële-verhoudingswet, kan bijdragen aan een betere monitoring van taken en aan een beter gesprek hierover, zowel tussen Rijk en koepels als tussen kabinet en de Kamer.

In deze brief zal de minister tot slot (6) een expliciet tijdspad opnemen en ingaan op het vervolgproces volgend op de verkenningen dat tot besluitvorming moet leiden. Als de gesprekken als uitkomst hebben dat er aan de financiële middelen iets moet gebeuren, zal de minister dat samen met de betreffende vakminister aan de orde stellen bij de integrale financiële besluitvormingsmomenten in het voorjaar en bij de begrotingen.

Toezegging Overzicht van gemeentelijke instrumenten en sturingsmogelijkheden om de kosten te beperken (36.600 B) (T04065)

De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Geerdink (VVD), toe de Kamer een overzicht te sturen van gemeentelijke instrumenten en sturingsmogelijkheden om de kosten te beperken en daartoe een overzicht met de best practices op te stellen.

Toezegging Impactanalyse bij decentralisatie (35.570 VII / 35.570 B / 35.570 C) (T03214)

De minister van BZK zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Nicolaï (PvdD), toe bij nieuwe decentralisaties of bij heroverweging van bestaande decentralisaties een (financiële) impactanalyse te laten uitvoeren door een onafhankelijk instituut.

Motie-Fiers (GroenLinks-PvdA) c.s. over borgen autonome taak van gemeenten (36.600 B, E)

In deze motie wordt de regering verzocht om bij de aanbieding van de begroting gemeentefonds 2026 aan het parlement expliciet te onderbouwen hoe de diverse te onderscheiden medebewindstaken adequaat gefinancierd zijn én inzichtelijk te maken hoe er voldoende budget resteert voor de autonome taak van gemeenten conform artikel 124 Grondwet en artikel 9 van het Europees Handvest inzake lokale autonomie.

Vervolg

De commissie is nog in afwachting van de brief horend bij toezegging T04225, welke u volgens deze brief in november kunt verwachten. Op 3 november a.s. vindt het gesprek met de VNG en ROB plaats. Op 24 november vindt het debat op grond van artikel 51 RvO 'Gemeentefonds - inzicht in medebewindstaken (inclusief Provinciefonds)'.


Inbreng voor schriftelijk overleg

11.Mededelingen en informatie

Reactie op de externe evaluatie van de Raad voor het Openbaar Bestuur 2021-2024

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gaat met een brief van 21 september jl. in op de belangrijkste bevindingen uit de evaluatie (bijlage 1) van het eigen functioneren in de periode 2021-2024, dat de ROB heeft laten uitvoeren. Ook meldt hij dat hij een brief van de ROB ontving waarin de ROB reflecteert op het rapport (bijlage 2). De hoofdvraag van de evaluatie was: "In hoeverre slaagt de ROB erin om in de huidige tijd zijn adviesopdracht adequaat te vervullen en zijn eigen ambities te realiseren, met inachtneming van eerdere evaluaties?". De evaluatie concludeert dat de ROB zijn wettelijke taak op gezaghebbende, deskundige en zorgvuldige wijze vervult en zich heeft ontwikkeld tot een stabiele, betrouwbare en breed gewaardeerde bron van strategische advisering.

Gesprek met de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) over gemeentefinanciën.

Op 3 november 2026 vindt van 16.30 tot 18.00 uur een openbaar gesprek plaats tussen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en de Raad voor het Openbaar Bestuur en de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Het gesprek kan gezien worden als het vervolg op eerdere gesprekken over gemeentefinanciën en medebewindstaken naar aanleiding van de rapporten van de ROB (‘Meters maken met medebewind’ en ‘Afrekenen met disbalans’) en mede naar aanleiding van de brief van de VNG van 17 april 2026 met als onderwerp: ‘VNG-advies herijking verdeling gemeentefonds’. En ook de brieven van de ministers van BZK en Financiën van 28 mei en 8 juni 2026 inzake de Herziening van het gemeentefonds alsmede het (vervolg) advies van de ROB van 17 juli 2026 'Duidelijkheid in de (dis)balans'.

Artikel 51-RvO-debat 'Gemeentefonds - inzicht in medebewindstaken' (inclusief Provinciefonds)

Het debat met de minister van BZK en de staatssecretaris Financiën op grond van artikel 51 RvO Eerste Kamer 'Gemeentefonds - inzicht in medebewindstaken' (inclusief Provinciefonds) vindt plaats op 24 november 2026.

Kennismakingsgesprek vice-president Raad van State: 8 december 2026

Op 8 december 2026 vindt van 17.00 tot 18.30 uur het kennismakingsgesprek met de vice-president van de Raad van State, de heer Sybrand van Haersma Buma, plaats.

Geannoteerde agenda van de WSB Raad van 19 oktober 2026

Op 5 oktober 2026 ontving de Kamer de geannoteerde agenda van de Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 19 oktober 2026. Op de geannoteerde agenda meldt de minister van SZW dat er zal worden gesproken over het voorstel voor een Richtlijn betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling. Het Ierse voorzitterschap zal spreken over het voorstel in het kader van een in juni gepubliceerde voortgangsrapportage. Uw commissie heeft meerdere keren gecorrespondeerd met de regering over het voorstel. Alle correspondentie is terug te lezen in Edossier E080071. De geannoteerde agenda, evenals de voortgangsrapportage is ter informatie bijgevoegd.

Termijnbrief

Op de termijnbrief staan zeven wetsvoorstellen op het terrein van uw commissie.



12.Rondvraag


Korte aantekeningen