E260008 - Industrial Accelerator Act
Op 4 maart 2026 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor een verordening inzake de Industrial Accelerator Act. Met de verordening wil de Europese Commissie onder meer gerichte en proportionele "Made in EU " en koolstofarme eisen invoeren voor overheidsaanbestedingen en publieke steunregelingen. Op deze manier moet de Europese industrie worden versterkt. Tegelijkertijd moet het plan leiden tot vergroening.
Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in commissie Eerste Kamer.
nationaal
Op 14 april 2026 besloot de commissie op 19 mei 2026 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg.
Europees
Tijdens de Europese Raad van 12 februari 2026 is onder andere gesproken over de Industrial Accelerator Act (21501-20, EZ).
volledige titel
Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council establishing a framework of measures for the acceleration of industrial capacity and decarbonisation in strategic sectors and amending Regulations (EU) 2018/1724, (EU) 2024/1735 and (EU) 2024/3110
commissie Eerste Kamer
beleidsterreinen
verwante dossiers
Op 24 maart 2026 besloot de commissie het voorstel in behandeling te nemen en het BNC-fiche af te wachten alvorens inbreng te leveren voor schriftelijk overleg.
Op 10 maart 2026 besloot de commissie EZ/KGG het voorstel voor procedure te agenderen op 24 maart 2026.
Op 10 april 2026 stuurde de regering de kabinetsappreciatie van het voorstel naar de Kamer (22112, 4306). De regering geeft aan het voorstel te verwelkomen, en acht het van belang dat de EU, in het licht van de huidige geopolitieke en economische context waarin mondiale concurrentie toeneemt en andere economieën hun industrie actief ondersteunen, inzet op het versterken van strategische industriële waardeketens die essentieel zijn voor de lange termijn weerbaarheid van de Unie.
De regering plaatst wel een aantal kanttekeningen bij de voorgestelde maatregelen. Ten eerste worden de EU-oorsprongseisen terughoudend benaderd. Het kabinet hecht eraan dat de voorgestelde maatregelen verenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de EU, zoals die onder WTO en handelsakkoorden. Ook zal het kabinet zich ervoor inspannen dat eventuele handelsbelemmeringen tot een minimum beperkt blijven. Ten tweede staat het kabinet positief tegenover de introductie op koolstofarme productnormen, maar mist het kabinet tegelijkertijd ambitie op het gebied van vraagcreatie om juist koolstofarme productie te stimuleren.
Ook over de bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit oordeelt het kabinet positief met kanttekeningen. Zo plaatst het kabinet onder andere kanttekeningen ten aanzien van de bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit als het gaat om het verplicht aanwijzen van tenminste één versnellingsgebied voor het doel van aanzwengeling van industriële activiteiten. Het kabinet vindt dat er kan worden volstaan met een bevoegdheid om dergelijke gebieden aan te wijzen, in plaats van een verplichting. Zo wordt er volgens het kabinet rekening gehouden met ruimtelijke ordeningsaspecten die per lidstaat anders kunnen liggen.
Ook plaatst het kabinet kanttekeningen ten aanzien van de subsidiariteit en proportionaliteit als het gaat om de buitenlandse directe investeringen. Het kabinet vindt onvoldoende onderbouwd waarom aanvullend handelen op EU-niveau wenselijk en noodzakelijk is, naast de al bestaande Europese instrumenten die gaan over investeringstoetsingen.
Op 4 maart 2026 publiceerde de Europese Commissie een voorstel voor een verordening inzake de Industrial Accelerator Act. Met de verordening wil de Europese Commissie onder meer gerichte en proportionele "Made in EU " en koolstofarme eisen invoeren voor overheidsaanbestedingen en publieke steunregelingen. Op deze manier moet de Europese industrie worden versterkt. Tegelijkertijd moet het plan leiden tot vergroening.
Deze verordening is aangekondigd in de Clean Industrial Deal (E250007) en in de gezamenlijke mededeling over de versterking van de economische veiligheid in de EU (E260005). Ook komt de Commissie hiermee tegemoet aan enkele aanbevelingen uit het Draghi-rapport.
In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.
In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.