Plenair Baumgarten bij voortzetting behandeling Afschaffing van tijdelijk verbod op het doen ontstaan van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek



Verslag van de vergadering van 3 november 2026 (2026/2027 nr. 07)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 22.17 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Baumgarten i (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst veel dank aan de initiatiefnemers alsook aan de minister en de ambtenaren voor de beantwoording van de vragen van mijn fractie. De persoonlijke verhalen, ook van collega-senatoren, die zijn gedeeld tijdens dit mooie debat, hebben mij geraakt.

De initiatiefnemers erkennen dat menselijk embryonaal leven beschermwaardig is. Dat geldt dus ook voor dat klompje cellen dat ontstaat wanneer geslachtscellen worden samengebracht en bevruchting tot stand is gekomen. Ze beargumenteren dat deze beschermwaardigheid niet absoluut is en dat er een toenemende beschermwaardigheid van het embryo ontstaat, gerelateerd aan de ontwikkelingsfase van het embryo. Dat is een belangrijke waarneming, maar zolang een overtuigend onderscheidingscriterium voor ontwikkelingsstadia evenwel ontbreekt, behoort de bewijslast te liggen bij degenen die de bestaande bescherming willen verminderen.

De initiatiefnemers wijzen op wetenschappelijke mogelijkheden, wettelijke waarborgen en toetsing door de CCMO, maar nogmaals: procedurele zorgvuldigheid is nog geen morele rechtvaardiging. De wetenschappelijke meerwaarde na aanname van deze wet is aannemelijk. Daar ben ik zeker niet ongevoelig voor. Tegelijkertijd geven de initiatiefnemers ook aan: de wetenschap zoekt verder ook andere wegen wanneer een bepaalde route niet mogelijk blijkt. Hoe het ook zij, de noodzaak van deze principiële wetswijziging is daarmee voor mijn fractie nog niet overtuigend aangetoond. Onze behoudende grondhouding komt eveneens voort uit zorg over de verschuivende morele grenzen.

Dan toch nog een inhoudelijke correctie op een uitspraak van de heer Paternotte over mitochondriale donatie, waar ik even op heb moeten broeden. Mitochondriën die door een derde worden gedoneerd aan het embryo, bevatten per definitie ook zogenaamd mitochondriaal DNA. Ergo, er is in strikte zin wel degelijk sprake van meervoudig DNA, afkomstig van meer dan twee individuen, niet op celkernniveau, voor de liefhebbers, maar wel in de cel als geheel. Is de heer Paternotte dat met mij eens?

Ten slotte. De impact van een fertiliteitsbehandeling voor een man bleek klein te worden gemaakt in dit debat als het gaat om de puur fysieke impact. Ontegenzeggelijk is die fysieke impact van een behandeling voor een vrouw heel groot en aanzienlijk groter dan die voor een man, maar ook mannelijke inbreng is uiteraard betrokken bij de bevruchting en de totstandkoming van het embryo. De zeggenschap over datzelfde embryo gaat ook de man aan en de route voor een fertiliteitsbehandeling is ook voor mannen, als de helft van een koppel, mentaal niet te onderschatten.

Concluderend, mevrouw de voorzitter. Er resteert twijfel bij mijn fractie. Bij twijfel moet je inderdaad niet inhalen, als ik collega Walenkamp zou mogen citeren.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Meenen van D66.