Verslag van de vergadering van 3 november 2026 (2026/2027 nr. 07)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.35 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Bakker-Klein i (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik sluit mij graag aan bij de complimenten en waardering voor de initiatiefnemers. Die heb ik zelf als heel oprecht en integer ervaren.
Voorzitter. Nergens zijn zo veel morele en ethische kwesties aan de orde als aan het begin en aan het einde van het leven. Vandaag worden we ook weer bepaald bij het einde van het leven, al is het alleen al door de afwezigheid van de minister bij een deel van dit debat. Graag brengen we onze condoleances aan haar over. Voor onze fractie geldt in het bijzonder dat we vandaag terugdenken aan de eerste schriftelijke vragen die over dit initiatiefvoorstel zijn gesteld. Dat was door onze collega Greet Prins. Zij was zeer betrokken bij dit onderwerp. We herdenken haar met respect. We hopen dat onze bijdrage aan dit debat in haar geest zal zijn.
Het wetsvoorstel dat we vandaag behandelen, gaat over het begin van het leven. Het is goed dat we ons als Eerste Kamer niet alleen beperken tot de beoordeling van wetten op rechtmatigheid, doelmatigheid en uitvoerbaarheid, maar dat we ons ook buigen over — ik citeer uit de bijdrage van Theo Bovens bij de Algemene Politieke Beschouwingen in deze Kamer enkele weken geleden — vraagstukken van proportionaliteit, betrokkenheid van burgers en middenveld en langetermijneffecten, waaronder de vraag hoe wetgeving maatschappelijke processen verandert. Daarbij schuwt de christendemocratie de normatieve kant van wetgeving niet.
Voorzitter. In dit initiatiefvoorstel komen verschillende waarden met elkaar in botsing. Waar dat het geval is, komen we voor ethische dilemma's te staan. De eerste waarde die in het geding is, betreft de beschermwaardigheid van het menselijk leven. Eerbied en bescherming voor menselijk leven, ongeacht het ontwikkelingsstadium en de verschijningsvorm, behoort een hoeksteen te zijn van onze rechtsorde. Dat staat in artikel 13 van het programma van uitgangspunten van het CDA. Volgens de christendemocratie heeft de mens een onverwrikbare waardigheid, los van welke kenmerken dan ook. Dat geldt ook voor het ongeboren leven, ongeacht het stadium daarvan.
De fundamentele beschermwaardigheid van het menselijk leven is voor ons dus een belangrijk vertrekpunt bij de toetsing van dit wetsvoorstel. Dat is iets anders dan absolute beschermwaardigheid, zoals de heer Van Gurp dat van een CDA-Tweede Kamerlid heeft geleerd. Onze keuze voor fundamentele beschermwaardigheid biedt ruimte om onderzoek en technologie niet op voorhand af te wijzen. We moeten dan wel echt heel zwaarwegende omstandigheden zien om de fundamentele beschermwaardigheid van het leven te kunnen relativeren. Dat is misschien ook een reactie op de vraag die net door de Partij voor de Dieren werd gesteld. Zo'n omstandigheid kan zich bijvoorbeeld voordoen bij de afbreking van een zwangerschap als het leven van een moeder in gevaar is.
Een ander voorbeeld betreft de ivf-behandeling. Veel ouders die anders kinderloos zouden blijven, hebben via ivf toch een kind mogen ontvangen. Op dit moment wordt 1 op de 30 kinderen in Nederland geboren via ivf. Bij de huidige ivf-behandeling is het onvermijdelijk dat er restembryo's overblijven. We hebben het dus niet over de absolute beschermwaardigheid, maar over de fundamentele beschermwaardigheid van het leven.
Voorzitter. Slechts een op de vier ivf-behandelingen is succesvol. Om de effectiviteit van de ivf-behandeling te verbeteren is onderzoek nodig naar wat er in de eerste dagen van de ontwikkeling van een embryo gebeurt. De restembryo's in het kader van een ivf-traject zijn voor dit onderzoek te oud. Ook embryo's van dieren, bijvoorbeeld van muizen, zijn niet altijd bruikbaar, omdat ze te veel afwijken van mensen. Onderzoek met tot stand gebrachte embryo's kan de ivf-behandeling verbeteren. Daardoor kan het slagingspercentage omhoog en hoeven ook minder embryo's tot stand te worden gebracht voor vruchtbaarheidsbehandelingen. Dat is het onderzoek dat dit wetsvoorstel mogelijk wil maken.
Voorzitter. Maar met dit wetsvoorstel is er wel sprake van een fundamentele wissel. Hiermee maken we het mogelijk om embryo's puur voor het doen van onderzoek tot stand te brengen en daarna te vernietigen, dus niet met het doel om er een mens uit te laten groeien. Bij die ontwikkeling voelen we twijfel. We gaan hiermee immers willens en wetens een grens over, door menselijk leven te instrumentaliseren.
Voorzitter. Een tweede waarde die in het geding is, betreft de waardigheid van toekomstig leven, dat lijden bespaard kan worden. Dit wetsvoorstel heeft de belofte in zich dat onderzoekers beter kunnen gaan begrijpen hoe erfelijke aandoeningen ontstaan en op termijn kunnen worden voorkomen. Aandoeningen die concreet genoemd worden, zijn de ziekte van Duchenne, de ziekte van Huntington, taaislijmziekte en ernstige energiestofwisselingsziektes. In het debat in de Tweede Kamer hebben de initiatiefnemers naast erfelijke ziektes toepassingen genoemd voor diabetes, de ziekte van Parkinson en een dwarslaesie. De ethische vraag is of toekomstig lijden aan ernstige genetische aandoeningen een argument is om de waardigheid van toekomstig menselijk leven voorrang te geven op de beschermwaardigheid van embryo's. Heeft een embryo in het prille begin dezelfde morele waarde als een volgroeid menselijk leven waarvan de kwaliteit van leven op het spel staat?
Voorzitter. Op individueel niveau is dat een onmogelijke afweging, maar als we uitzoomen naar het maatschappelijke niveau roept dit tal van vragen op. Want welk waardeoordeel geven we aan mensen die met deze aandoeningen leven? Welk wereldbeeld en welk mensbeeld liggen hieraan ten grondslag? Willen we dat ook? De waarde van een mens hangt toch niet af van de kwaliteit van diens gezondheid? Wat offeren we op als we instrumenteel gebruik van menselijk leven gaan toestaan? Doen we daarmee nog recht aan de menselijke waardigheid in het algemeen? De zorg over dit hellende vlak leeft breed in onze samenleving. Veel mensen vrezen dat dit slechts een eerste stap is in de richting van nog veel verdere ingrepen in beginnend menselijk leven, zoals wensgeneeskunde en het creëren van designerbaby's. In wat voor wereld willen we straks leven? Is daarin nog ruimte voor de imperfecte mens? Hoe kijken we dan naar mensen die lijden? Kunnen we straks nog met elkaar meelijden, empathie voelen, menselijk zijn? Is er straks voor onze kinderen nog wel ruimte om te falen, te lijden en zichzelf in tegenslagen te ontwikkelen? Waar eindigen we als we alles willen fixen? Moet alles wat mogelijk is, ook kunnen?
Voorzitter. Een breed draagvlak voor het opheffen van het verbod op het tot stand brengen van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek is er ook niet in ons land. Uit het onderzoek van het Rathenau Instituut uit 2025 komt naar voren dat 47,5% van de ondervraagden het onderzoek met daarvoor tot stand gebrachte embryo's problematisch vindt. Slechts 30,5% wil het verbod daarop opheffen. 21% geeft aan het niet te weten, maar kiest desgevraagd toch voor het handhaven van het verbod. Dat is dus wel een heel smalle basis. Een vraag aan de initiatiefnemers: bestaat bij de initiatiefnemers de indruk dat we in Nederland voldoende de maatschappelijke dialoog hebben gevoerd over onderzoek met tot stand gebrachte embryo's en over de al dan niet terechte zorgen over wat dit betekent voor onze samenleving als geheel? Is bijvoorbeeld een burgerberaad over dit onderwerp overwogen?
Voorzitter. Een prangende vraag is ook wat wij met elkaar ernstige genetische aandoeningen vinden. Wanneer komen wij bij de beantwoording van die vraag op een hellend vlak terecht? Ik heb ook vragen daarover aan de initiatiefnemers. Embryoselectie mag al wel. Daarmee kunnen ernstige genetische aandoeningen ook al worden voorkomen. Is de medische noodzakelijkheid in het geval van ernstige genetische aandoeningen wel groot genoeg om nu deze weg in te slaan? In Nederland hebben we de toepassing van embryoselectie tot nu toe goed weten te beperken. Maar hoe gaan we reguleren in welke situaties er sprake is van ernstige genetische aandoeningen die onderzoek met daarvoor tot stand gebrachte embryo's rechtvaardigen? Waarom is er niet voor gekozen om voor deze wet hetzelfde lijstje als bij embryoselectie aan te houden? Blijven zorgverzekeraars de zorg straks nog wel vergoeden als ouders met een risico op een kind met een ernstige genetische aandoening besluiten dat ze niet aan het onderzoek met daarvoor tot stand gebrachte embryo's willen meedoen?
Voorzitter. Ik denk dat ik hier als tweede fractie over begin, maar voor onderzoek in de transplantatiegeneeskunde zouden volgens deskundigen op dit moment geen embryo's tot stand gebracht hoeven te worden. Toch wordt ook de klinische toepassing in het wetsvoorstel daarvoor niet uitgesloten. Kunnen de initiatiefnemers hier een toelichting op geven? Daarbij sluit ik me graag aan bij de vragen van mevrouw Visseren-Hamakers.
Voorzitter. De wetenschap biedt steeds meer mogelijkheden. Technologische vooruitgang lijkt niet te stoppen. Genesis 3 waarschuwt ons: pas op, je kunt ook te hoog reiken. De CDA-fractie maakt zich zorgen over de zogenaamde shifting baseline. Dat komt er kort gezegd op neer dat er een nieuw normaal ontstaat en dat we vervolgens van daaruit weer verder gaan denken. Soortgelijke mechanismen hebben we ook gezien bij de abortuswetgeving en de euthanasiewetgeving. Een volgende stap is altijd gemakkelijker te zetten dan een eerste stap. Volgende stappen zijn in dit wetsvoorstel niet aan de orde, maar medici zijn razend knap en wensgeneeskunde heeft als eigenschap dat er eerst iets wordt uitgevonden en er daarna pas een ethische discussie plaatsvindt. Dan is het meestal te laat. Ik denk daarom dat het goed is dat we die ethische discussie hier nu ook hebben. Op dit moment wordt op meerdere plekken in de wereld geëxperimenteerd met CRISPR-Cas-techniek, waarmee foutjes of mutaties in het DNA kunnen worden hersteld en bepaalde erfelijke aandoeningen mogelijk kunnen worden voorkomen. Op termijn zal deze techniek kunnen worden ingezet om embryo's te repareren en dan terug te plaatsen. Dat mag nu nog niet, ook niet met dit wetsvoorstel.
Voorzitter. Zo is ook kiembaanmodificatie, dus het aanpassen van DNA in een embryo of voortplantingscellen, waardoor de verandering ook aan volgende generaties kan worden doorgegeven, nog steeds verboden. Dat is op dit moment nog niet verantwoordelijk mogelijk en is wettelijk niet toegestaan. De stap om kiembaanmodificatie toe te passen bij erfelijke aandoeningen, bijvoorbeeld bij taaislijmziekte, lijkt niet zo ver weg. In de nota naar aanleiding van het tweede verslag gebruiken de initiatiefnemers in dit verband openeindeformuleringen en vage termen, zoals "niet uitgesloten" of "dat moet kunnen". Dit raakt ook aan wat er in het korte debatje net door de Partij voor de Dieren naar voren werd gebracht over genetische modificatie. Mijn vraag aan de initiatiefnemers is of er in deze wet genoeg waarborgen zitten om ervoor te zorgen dat we de aanpassing van DNA of kiembaanmodificatie niet ook gaan toepassen als vanzelfsprekendheid, omdat we toch al onderzoek doen met daarvoor tot stand gebrachte embryo's, die toch binnen twaalf dagen worden vernietigd. Welke waarborgen zijn dat?
Voorzitter. Wereldwijd zien we dat commercie een steeds grotere vinger in de pap krijgt. Hier zeggen de initiatiefnemers dat dit door allerlei maatregelen wordt uitgesloten. Dat komt op de CDA-fractie vrij naïef over, mede gezien de vele miljarden euro's die op dit moment wereldwijd al in deze technologieën worden geïnvesteerd. Ook alle vragen over embryo's uit het buitenland worden vaag beantwoord. Mijn vraag aan de initiatiefnemers is of we met het toestaan van het tot stand brengen van embryo's voor onderzoek in dit wetsvoorstel geen doos van Pandora openen. Hoe denken de initiatiefnemers de commercie buiten de deur te houden? Is door de initiatiefnemers overwogen om dit wetsvoorstel uitsluitend op de ivf-behandeling van toepassing te laten zijn, of daarin een fasering aan te brengen waarmee verruiming voor onderzoekstoepassingen pas in een latere fase aan de orde komt? Mevrouw Visseren-Hamakers vroeg daar ook al naar. Hoe hebben we het gebruik van embryo's uit het buitenland nu feitelijk geregeld? Is het importeren van embryo's die in het buitenland tot stand zijn gebracht voor medisch-wetenschappelijk onderzoek toegestaan? Waarom is het niet gewoon in de wet verboden, is eigenlijk onze vraag, of in positieve zin: waarom is het niet in de wet gespecificeerd?
Dan de derde en laatste waarde die ik aan de orde wil stellen en die in het geding is: de academische vrijheid. Het rapport Een ongekend begin zegt hierover: "In een democratische samenleving horen zelfregulerende instituties niet thuis; de wetenschap kan daarop geen uitzondering zijn. Idealiter opereert de wetenschap vanuit een transparant ethisch kader. Het is voor de overheid onmogelijk om precies te weten wat er in de laboratoria gebeurt en de werkzaamheden van de wetenschap constant te controleren en te reguleren. Dat is onmogelijk, maar ook onwenselijk. De waarde van academische vrijheid verdient namelijk ook bescherming. Echter, niet tegen elke prijs. Wanneer zwaarwegende ethische principes in het geding zijn, heeft de overheid vanuit het gegeven van subsidiariteit een eigenstandige verantwoordelijkheid, omdat de overheid het algemeen belang moet waarborgen en moet waken voor menselijke waardigheid en het welzijn van burgers."
Voorzitter. In het buitenland wordt 90% van de ivf-zorg in privéklinieken geregeld. Daar vindt soms een te snelle en onzorgvuldige introductie plaats van methoden om de ivf-behandeling succesvoller te maken. Dit soort klinieken wordt massaal opgekocht door private-equitybedrijven, voor wie snelle winst een belangrijke drijfveer is. Professor Mastenbroek noemt Nederland een Gallisch dorp. Al het onderzoek dat wij in Nederland doen, is onafhankelijk en niet-commercieel. Hij pleit ervoor om die onafhankelijke positie te benutten door juist goed onderzoek in Nederland te doen, zodat Nederlandse embryologen hun patiënten beter kunnen informeren over de mogelijkheden en de risico's, ook van praktijken in het buitenland.
Daarover heb ik nog een paar vragen aan de initiatiefnemers. Meer dan 30 Europese landen hebben het Verdrag van Oviedo ondertekend en geratificeerd. Op grond van artikel 18, lid 2, van dit verdrag is het tot stand brengen van menselijke embryo's ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek in die landen verboden. In België, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Finland is dit onderzoek juridisch wel toegestaan. Waarom is onderzoek in Nederland nodig als in die landen al zorgvuldig onderzoek wordt gedaan? De PVV vroeg hier ook al naar.
In artikel 2 van de Embryowet staat dat onderzoek met speciaal daarvoor tot stand gebrachte embryo's in "een instelling" moet plaatsvinden. Dat is een vaag begrip en dat is, gezien de ontwikkelingen in de landen om ons heen, risicovol. Waarom is er niet voor gekozen om dit uitsluitend in academische ziekenhuizen toe te staan?
Voorzitter. In de wet staat ook dat er een protocol moet zijn, maar noch bij de CCMO, de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, noch bij KLEM, de beroepsgroep voor embryologen, is een protocol voor dit type onderzoek aanwezig, zoals wel het geval is bij bijvoorbeeld geneesmiddelenonderzoek. Bij AMvB kunnen er nog wel regels worden gesteld, maar is dat voldoende? Hoe worden de waarborgen voor dit type onderzoek gereguleerd? Daarbij sluiten we ons aan bij de vragen van JA21.
Voorzitter. Het moge duidelijk zijn dat voor de CDA-fractie de drempel heel hoog moet zijn bij de afweging van genoemde waarden, zo hoog dat het lonend zou moeten zijn om naar alternatieven te zoeken. Daar zit voor onze fractie ook echt een pijnpunt. De initiatiefnemers geven aan dat alternatieven, zodra die in de toekomst mogelijk ontwikkeld zijn, de voorkeur verdienen boven het gebruik van tot stand gebrachte embryo's. Het Rathenau Instituut waarschuwt ervoor dat het aannemen van deze wet kan leiden tot een verminderde inzet op onderzoek naar alternatieven.
Voorzitter. Onze fractie in de Tweede Kamer heeft om die reden een motie ingediend die ook is aangenomen, voor blijvend onderzoek naar alternatieven, zodat het verbod op speciaal voor onderzoek tot stand gebrachte embryo's weer van kracht kan worden, maar deze initiatiefwet is nog niet eens aangenomen en nu al wordt het onderzoeksprogramma naar alternatieven bij ZonMw om budgettaire redenen niet gecontinueerd. Hierover heb ik de volgende vragen aan de minister. Hoe serieus neemt de regering het belang van alternatieven voor het gebruik van tot stand gebrachte embryo's, als het enige onderzoek dat in Nederland daarnaar wordt gedaan om budgettaire redenen wordt gestopt? Kan het besluit om geen middelen voor dit onderzoek meer beschikbaar te stellen nog worden heroverwogen?
Voorzitter, ik rond af. Het moge duidelijk zijn dat voor het CDA nog veel fundamentele vragen te beantwoorden zijn alvorens wij een standpunt over dit wetsvoorstel kunnen innemen. Ik kijk uit naar de beantwoording van de initiatiefnemers en de minister en ik dank mijn collega-senatoren alvast voor het respectvolle debat over dit moeilijke onderwerp.
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de leden nog in de eerste termijn het woord? Dat is niet het geval. Ik wil schorsen tot 16.45 uur en dan beginnen we met de beantwoording van de kant van de initiatiefnemers. We schorsen drie kwartier, omdat we een initiatiefwetsvoorstel hebben en er minder ondersteuning bij is dan wanneer de regering een voorstel indient. Deze Tweede Kamerleden hebben daarom gevraagd en dat krijgen ze ook. We schorsen drie kwartier, tot 16.45 uur.