Plenair Lievense bij voortzetting behandeling Afschaffing van tijdelijk verbod op het doen ontstaan van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek



Verslag van de vergadering van 3 november 2026 (2026/2027 nr. 07)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.02 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Lievense i (BBB):

Voorzitter, dank u wel. De taak van deze Kamer is het beoordelen van wetten op hun kwaliteit. Deze taak wordt vaak door politieke belangen beïnvloed. Vandaag speelt er nog wat anders. De wet die we vandaag behandelen, gaat namelijk over een fundamentele ethische kwestie. Hoe gaan wij om met het allereerste begin van menselijk leven? Embryo's worden met de huidige wetgeving tot stand gebracht met een zwangerschap als doel. Mijn voorgangers hebben dat ook al benadrukt. De initiatiefnemers willen dat het ook mogelijk wordt om embryo's tot stand te brengen voor alleen wetenschappelijk onderzoek. Dat is nu bij wet verboden. Volgens de initiatiefnemers is dergelijk onderzoek van grote toegevoegde waarde en stelt het ons in staat om in de toekomst ziekten te genezen, met name erfelijke aandoeningen, en ziekten te voorkomen.

Voorzitter. Laat ik vooropstellen dat de BBB-fractie het belang van medisch onderzoek volledig onderschrijft. Maar de kern van dit wetsvoorstel is niet de vraag of wij voor medische vooruitgang zijn. Daar kan namelijk niemand tegen zijn. De vraag is of wij vinden dat er grenzen zijn aan wat voor medische vooruitgang moet wijken. In het verlengde daarvan beschouwen wij een embryo als menselijk leven dat, hoe pril ook, een beschermwaardigheid heeft die prevaleert boven medische vooruitgang.

De heer Van Gurp i (PRO):

Een vraag bij de startvraag. Daarom plaats ik de interruptie nu. De heer Lievense zegt terecht dat het een ethische vraag is hoe je precies kijkt naar de beschermwaardigheid van het embryonale leven. Is een ethische vraag wat betreft BBB ook welke grenzen je stelt aan de medische wetenschap, waar die erop gericht is om zwaar menselijk lijden te voorkomen? Dat staat nog even los van hoe je dat afweegt. In mijn ogen zijn dat beide ethische vragen en ik hoor u maar één ethische vraag noemen.

De heer Lievense (BBB):

Dat zijn voor mij alle twee ethische vragen. Ik zei er net al iets over in een interruptie, die ik straks in de tweede termijn weer oppak, namelijk: met de kennis van nu en met de kennis van het verleden, kunnen we toekomst maken. Maar met de kennis van nu hebben we nog geen kennis van de toekomst en van wat we dan weten. Op die manier blijven alle vragen medisch-ethisch, ook die u nu stelt.

De heer Van Gurp (PRO):

De essentie is voor mij niet zozeer hoe u uw afweging maakt, maar dat het in mijn ogen in ieder geval niet gaat om een ethische vraag versus de voortgang van de wetenschap, maar een ethische vraag over beschermwaardigheid versus een ethische vraag van het niet doen voortgaan van wetenschap …

De heer Lievense (BBB):

Daar ben ik het mee eens.

De heer Van Gurp (PRO):

Als u het daarmee eens bent, dan heeft deze interruptie die helderheid gebracht. Dank u wel.

De heer Lievense (BBB):

Daar ben ik het mee eens. Dan begreep ik u eerst verkeerd, maar dan zijn we het eens.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Lievense (BBB):

De huidige Embryowet erkent dat een embryo een bijzondere stapsgewijze beschermwaardigheid heeft. Met dit wetsvoorstel zetten we daar een streep door. Embryo's mogen voortaan speciaal worden gecreëerd om voor onderzoek te worden gebruikt, om vervolgens te worden vernietigd, weggegooid. Dat is geen kleine technische aanpassing. Dat is een fundamentele ethische keuze.

Er zijn ook juridische aspecten die aandacht verdienen, of misschien wel juist: het ontbreken daarvan. Zo hebben de initiatiefnemers ervoor gekozen om geen concreet wettelijk toetsingskader te stellen. Zij vertrouwen op de zware proportionaliteitstoets die is ingebouwd en die door de CCMO zal worden uitgevoerd.

Ook een expliciet verbod op export van voor onderzoek gekweekte embryo's naar landen met minder strenge regelgeving is geen onderdeel van de wet. De fractie van de BBB zou graag vernemen waarom de initiatiefnemers zo expliciet hebben afgezien van een wettelijk kader in deze twee specifieke gevallen. Hoe wordt geborgd dat de beoordeling van ethische bezwaren niet afhankelijk wordt van de samenstelling en opvattingen van een commissie?

Dan zijn er ook de zorgen over een glijdende schaal. De huidige Embryowet hanteert een veertiendagengrens. In de derde evaluatie van de Embryowet is de veertiendagengrens ter discussie gesteld en is gevraagd deze te verruimen naar 21 dagen. De wetswijziging naar aanleiding van de derde evaluatie heeft daaraan geen gehoor gegeven, maar dat is geen garantie voor de toekomst. Waar zal de grens ooit komen te liggen? De volgende grens is wellicht die van 28 dagen die de Gezondheidsraad heeft geadviseerd. Wie bepaalt of die grens ook van toepassing zal zijn bij speciaal voor onderzoek gekweekte embryo's, als voorliggende wet wordt aangenomen?

Voorzitter. Het maatschappelijk draagvlak voor deze wetswijziging is beperkt. Uit onderzoek van het Rathenau Instituut blijkt dat slechts 31% van de Nederlandse bevolking voorstander is van het opheffen van het huidige verbod. Daarentegen steunt 68% het verbeteren van ivf-technieken. Dat illustreert dat mensen wel medische vooruitgang willen, maar niet tegen elke prijs.

De fractie van de BBB vindt het overigens opmerkelijk dat bij de evaluatie van de Embryowet uitsluitend academische centra worden betrokken en vraagt zich af of dit objectieve evaluaties oplevert, die representatief zijn voor wat de samenleving wil.

Voorzitter. Juist bij dit soort wetgeving moeten wij niet uitsluitend kijken naar wat vandaag mogelijk is, maar ook zorgvuldig afwegen wat de langetermijngevolgen zouden kunnen zijn van de keuzes die wij vandaag maken. Denk aan gevolgen die wij nu misschien nog niet kunnen overzien omdat de wetenschap nog niet zover is. De fractie van de BBB is van mening dat voorliggend wetsvoorstel dat te weinig doet. Medische vooruitgang verdient onze steun. De beschermwaardigheid van beginnend menselijk leven verdient die eveneens. Wij zien de mogelijkheid die dit wetsvoorstel biedt, maar we zien ook de ethische bezwaren, zoals ik al heb uitgelegd.

De BBB vindt dat menselijk leven niet uitsluitend voor wetenschappelijke doeleinden tot stand mag worden gebracht. Dat uitgangspunt is ook vastgelegd in ons verkiezingsprogramma. Wij hebben wel waardering voor de zorgvuldigheid waarmee de initiatiefnemers hun voorstel verdedigen, maar onze fundamentele bezwaren zijn daarmee nog niet weggenomen. Niettemin zullen de antwoorden van de initiatiefnemers op onze vragen voor de verdere afweging door mijn fractie van het grootste belang zijn. Wij zien daarom met belangstelling de beantwoording tegemoet.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Perin-Gopie van de fractie van Volt.