Plenair Lievense bij behandeling Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring



Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 10.58 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Lievense i (BBB):

Voorzitter, dank u wel. Elf jaar geleden, op 30 september 2015, werd dit wetsvoorstel ingediend. Een kind dat toen werd geboren, zit nu in groep 7. Dat kind heeft inmiddels leren lopen en fietsen en kan ook al zwemmen. Deze wet heeft vooral geleerd om te wachten.

Voorzitter. Laat ik beginnen met waar het ooit om ging. Mevrouw Thijssen van PRO haalde dat ook al aan. In 2013 benam Aleksandr Dolmatov, een Russische asielzoeker, in vreemdelingendetentie zich het leven. Daarna vond de Tweede Kamer, terecht, dat mensen die niets hebben misdaan maar wachten op hun vertrek niet onder de regels van de gevangenis horen te vallen. Daar staan wij als fractie van de BBB ook achter. Achter deze wet zit een tragedie en dat mogen we met elkaar ook zeker niet vergeten. Het is terecht dat iedereen dat aanhaalt. Tenminste, tot nu toe aanhaalt.

Op 19 juni 2018 nam de Tweede Kamer de wet aan. In 2019 volgde een deskundigenbijenkomst in deze Kamer en kondigde de staatssecretaris een novelle aan. Die kwam in juni 2020 en werd in februari 2021 controversieel verklaard. Daarna vroegen opeenvolgende bewindspersonen deze Kamer drie keer om te wachten op een aangepaste versie: in 2022, 2023 en 2024. Pas in september 2025 kwam de grote wijziging en op 4 juni van dit jaar nam de Tweede Kamer de novelle aan.

Nu ligt het gewijzigde pakket bij deze Kamer. Wij beoordelen het op inhoud, juridische houdbaarheid en vooral uitvoerbaarheid. Tijdens de behandeling van de asielwetten in april zei de minister in deze Kamer dat de politiek tot nu toe bar weinig heeft bereikt. De fractie van de BBB vond dat de spijker op z'n kop. Weinig illustreert het beter dan deze wet. Wat vindt de fractie van de BBB daarvan? Drie dingen.

Ten eerste. Zelf zit ik hier sinds februari 2024 en mijn fractie sinds 2023. Ik ga dus niet doen alsof we er al elf jaar bij waren. Voorzitter, het is, zoals u mij inmiddels kent, te makkelijk om naar één partij of één Kamer te wijzen. Juridische onzorgvuldigheid, politieke stilstand en regeringen die zelf om uitstel vroegen, hebben alle drie hun deel gehad. Dat is geen verwijt, hoor; dat is een constatering. Zorgvuldigheid is geen schande, maar het is iets anders dan stilstand.

Ten tweede. De wet is een kapstok geworden. Ik hoorde ook al "speldenkussen". Ik noem het een kapstok. Ik zei in mei tijdens de behandeling van de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact dat Nederland een indrukwekkende traditie heeft als het gaat om het ingewikkelder maken van uitvoeringsprocessen. Deze wet is daar een mooi voorbeeld van. Een regime voor vreemdelingenbewaring, overlastmaatregelen, het Migratiepact, de ongewenstverklaring, de dwangsommen en het strafmaximum van artikel 197: alles aan dezelfde haak, met een novelle, twee nota's van wijziging en een stapel amendementen verder. Als Eerste Kamer kunnen wij niet amenderen. We kunnen alleen ja of nee zeggen tegen dit hele pakket. De fractie van de BBB vindt daarom dat dit de laatste kapstok zou moeten zijn. Onderwerpen horen wat ons betreft los te worden behandeld, in aparte wetten, al vallen er tientallen per jaar hier in onze brievenbus.

Ten derde. Wachten kost iets. Ondertussen worden mensen in bewaring nog steeds vastgehouden onder het regime voor gevangenen. De minister zei in de Tweede Kamer dat we geen dag meer kunnen wachten, omdat de rechter anders kan oordelen dat de huidige praktijk niet standhoudt. Het recente arrest in de zaak Aroja onderstreept dat de juridische houdbaarheid van de huidige praktijk niet als vanzelfsprekend kan worden beschouwd. Dat arrest gaat over het optellen van perioden van vreemdelingenbewaring op basis van hetzelfde terugkeerbesluit en over rechterlijke toetsing bij verlenging. Het gaat niet over de vraag of vijftien insluitingsuren te veel op strafdetentie lijkt. Dat zijn verschillende juridische kwesties. Daarom vraag ik de minister hoe hij het arrest betrekt bij de juridische onderbouwing van het voorgestelde regime en bij de toepassing van de bewaringstermijnen.

Voorzitter. Een boer die elf jaar op een vergunning wacht, krijgt van de overheid ook niet te horen dat de zorgvuldigheid voorgaat. Ik zei het al in april bij de behandeling van de asielwetten en in mei bij de behandeling van het Migratiepact: stilstaan is geen optie meer. Maar wachten is dat ook niet.

Voorzitter. Gezien vanuit de regio. Tijdens de behandeling van de asielwetten zei ik het al: de fractie van de BBB ziet een verschil in ervaring tussen inwoners van de Randstad en inwoners van het platteland. Daar kom ik nu op terug, want ook deze wet gaat daarover. Ik kom, zoals u weet, van het eiland Schouwen-Duiveland, het plaatsje Zierikzee. Het heeft 12.000 inwoners. Bij ons noemen we dat overigens een stad. Het heeft formeel ook stadsrechten, dus zeg nooit dorp. We hebben nog een stadje, Brouwershaven, met 1.600 inwoners. Gaat u daar vooral eens langs, want ook Jacob Cats is daar geboren, dus u moet dat als Eerste Kamerlid natuurlijk weleens bekeken hebben. Een klein zijspoortje, voorzitter. Ik heb ook weleens gezegd: je bent eigenlijk pas premier van dit land als je in Brouwershaven bent geweest. We moeten dus nog eens vragen aan de huidige premier of dat zo is. Bij ons noemen we dat een stad, zoals ik zei. Daar zitten 250 asielzoekers in de noodopvang. Dat is meer dan 2% van de bevolking in één keer, gaf ik aan. Tijdens de behandeling van de asielwetten vertelde ik u dat er opnieuw was gevraagd om daarbovenop nog eens 250 asielzoekers op te vangen. Ik zei toen ook al: alleen de vraag al. Dat is geen waardeoordeel over stad of platteland; het is een kwestie van schaal. In Amsterdam is een overlastgever een van velen. In een dorp weet de bakker de volgende ochtend wie het was en wat die gedaan heeft. Overlast is in een kleine gemeenschap niet anoniem, en de gevolgen dus ook niet.

Voorzitter. In de titel van deze wet gaat het over overlastgevende vreemdelingen. In Den Haag is dat een juridische categorie. Bij ons op het platteland is het de winkelier die zijn personeel wil beschermen en de fietsenstalling bij het station waar je 's avonds liever niet langsloopt. Maar laten we niet vergeten dat het ook de kwetsbare medebewoners in het azc zelf zijn. De homoseksuele vluchteling, de vrouw alleen, het gezin met kinderen en christenen worden bedreigd door een kleine groep die de boel verziekt.

Voorzitter. De BBB zegt het al jaren: wie in een azc anderen bedreigt, intimideert of mishandelt, hoort daar niet meer te zijn. Dat is geen ongevoeligheid; dat is goed bestuur waarmee heel veel problemen in de toekomst worden voorkomen. Daarom steunen wij het voortbestaan van de handhaving- en toezichtlocaties en daarom zijn we blij met het amendement van collega Van der Plas in de Tweede Kamer. Bij plaatsing in het beheersregime weegt de veiligheid van personeel en medebewoners in elk geval mee. De novelle biedt bovendien een kader om bij ernstige orde- en veiligheidsproblemen op te treden, terwijl kwetsbare bewoners en mensen die zich normaal gedragen, moeten worden ontzien.

Noaberschap betekent ook rekening houden met de draagkracht van een gemeenschap. In april zei ik dat de regio geen afvoerputje mag worden van landelijk beleid. Draagvlak laat zich niet afdwingen met een verdeelsleutel. Het verdwijnt als mensen zien dat het geven van overlast zonder gevolgen blijft. We gaan onze samenleving dan, met een mooie term, "vervreemden" van andere samenlevingen. Het blijft "onder de radar", zoals dat dan een beetje verhullend en tot weinig actie oproepend heet. Een wet als deze is dus ook draagvlakbeleid. Dat de Spreidingswet nog steeds niet is ingetrokken betreur ik, maar daar gaat deze wet niet over, dus ik hou het hierbij.

Voorzitter. Dan de uitvoering. Een ongewenstverklaring is mooi op papier, maar iemand moet die verklaring opleggen, iemand moet het controleren en iemand moet ingrijpen als die persoon weer in het dorp opduikt. Op een eiland als het mijne is ook voor dit soort incidenten de aanrijtijd van de politie geen abstract begrip. De situatie in Ceuta laat zien waarom uitvoerbaarheid en terugkeer niet los van elkaar kunnen worden gezien. Na de massale grensoverschrijding in juli, wat door sommigen als een invasie werd gezien, bleven ook na de eerste terugkeerbewegingen mensen achter, onder wie minderjarigen en mensen waarvan de procedure nog steeds moet worden beoordeeld. Dat waren er vele duizenden. De Spaanse autoriteiten konden niet volstaan met het zonder individuele procedure terugsturen van iedereen. Voor aankomst over zee moest een formele procedure worden gevolgd. Dit voorbeeld onderstreept drie dingen: terugkeer vraagt om samenwerking met landen van herkomst, om voldoende capaciteit om de procedure zorgvuldig en tijdig uit te voeren, en om naast routes over land ook routes over water onmogelijk te maken. Een wet op papier lost dat niet op. Ook zei ik in mei over de Europese afspraken, en dat geldt voor nationale wetten net zo goed: afspraken op papier zijn nog geen werkelijkheid. Het moet landen bij de marechaussee, bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, bij de politie, bij het COA en, niet te vergeten, bij de gemeenten. Wij zien hen als onze buren. Vergeet hen niet.

Dan de rekening. Die komt ook in de regio terecht. Ondernemers en inwoners van Ter Apel en Budel die schade en overlast ondervinden moeten niet van het kastje naar de muur worden gestuurd. We lazen pas in een rapport dat het erg lastig gaat worden om de waardedaling van woningen als schade weg te leggen. Ook daar ondervinden ze dus overlast van. BBB zou daar graag één loket voor zien.

Voorzitter. Dan de wet zelf. Tijdens de behandeling van de asielwetten en het Migratiepact heb ik namens de fractie van de BBB steeds één vraag gesteld: leidt dit tot meer grip, niet op papier maar merkbaar voor uitvoeringsinstanties, gemeenten, ondernemers en inwoners? "Grip" is trouwens een mooi woord voor iets wat concreter is: minder instroom, meer uitstroom, en dat wie mag blijven, zich houdt aan onze wetten. Die vragen leg ik ook langs deze wet. Ik loop de onderdelen langs.

Het regime en de uitvoerbaarheid. Vreemdelingenbewaring is een bestuursrechtelijke maatregel en geen straf. Daar twijfelt mijn fractie niet aan, maar de doelgroep is wel veranderd. Dat horen we van medewerkers in Rotterdam en op Schiphol. Daarom is de fractie van de BBB blij met de aangenomen amendementen: geen mobiele telefoons in bewaring en geen verdere uitbreiding van de beklagmogelijkheid. Wie weet hoe snel we in Nederland extra toetsingsmomenten optuigen, begrijpt dat laatste.

Voorzitter. Eén punt wil ik benadrukken: de insluitingsuren. De Tweede Kamer heeft het maximum in het verblijfsregime van twaalf naar vijftien uur per etmaal gebracht. De bedoeling blijft twaalf, maar de Dienst Justitiële Inrichtingen krijgt ruimte als de bezetting of de veiligheid daarom vraagt. Daar heb ik namens mijn fractie begrip voor. Perfectie bestaat niet, zei de minister in april. Maar hij waarschuwde in de Tweede Kamer er ook voor dat de insluitingsuren een belangrijk onderscheid vormen tussen bewaring en strafdetentie. Mijn fractie wil geen juridisch risico laten liggen. Welke juridische onderbouwing heeft de minister voor het maximum van vijftien uur? Welke risico's ziet hij bij toetsing door de rechter? Als dat maximum niet houdbaar blijkt, wat betekent dat dan concreet voor de rechtsgelijkheid van de bewaring en voor de uitvoering door de Dienst Justitiële Inrichtingen?

Voorzitter. De capaciteit van de Dienst Justitiële Inrichtingen hangt hier nauw mee samen. Volgens de beslisnota heeft de invoering ten minste een jaar nodig. Ook wordt een scenario genoemd waarbij door personeelstekort ongeveer 40% minder cellen beschikbaar zijn. Ik wil van de minister weten op welke berekening dit percentage berust en om hoeveel cellen het in absolute aantallen gaat. Tijdens de behandeling van de asielwetten in april gaf ik de minister al mee om bij de Najaarsnota de bedragen voor uitvoering en handhaving op te hogen. Het valt of staat natuurlijk met de uitvoering.

Voorzitter. Dan mijn vragen. Wanneer treedt welk onderdeel in werking? Welke capaciteit is bij de start beschikbaar en wat gebeurt er als het personeel na de ingroeiperiode nog steeds ontbreekt? Gaat de minister ook beginnen met het commercieel inhuren van extra personeel? En breder: kan de minister de Kamer inzicht geven in de capaciteit en de financiering van de organisaties die voor de uitvoering van dit beleid nodig zijn? Ik heb het dan niet alleen over de Dienst Justitiële Inrichtingen, maar ook over het COA, de IND, de Dienst Terugkeer en Vertrek, de Vreemdelingenpolitie en de Koninklijke Marechaussee? Ik vraag niet om een algemeen overzicht van de hele migratieketen, maar om een concreet beeld van de tekorten die de uitvoering van deze wet kunnen belemmeren en van de maatregelen en de middelen die nodig zijn om de tekorten weg te werken.

Dan de lockdown en uitzonderlijke omstandigheden. De directeur kan voor maximaal vier weken afwijken van de rechten op bewegingsvrijheid en dagbesteding als dat strikt noodzakelijk is voor de orde en de veiligheid. Eén uur luchten blijft gegarandeerd en elke lockdown moet onverwijld worden gemeld aan de minister en inspectie. De fractie van de BBB begrijpt dit instrument. Als medewerkers bij georganiseerd geweld in levensgevaar komen, moet een directeur kunnen optreden, maar de Raad van State adviseerde enkele dagen in plaats van weken en het treft ook mensen die niets hebben gedaan. Het Meldpunt Vreemdelingendetentie zegt dat lockdowns soms plaatsvinden vanwege personeelstekorten. De minister zei in de Tweede Kamer dat een tekort nooit een zelfstandige reden mag zijn. Hoe borgt hij dat in de praktijk? Wat ons betreft neemt de aangenomen invoeringstoets na twee jaar ook de frequentie, de duur en de opgegeven redenen voor lockdowns mee. Kan de minister toezeggen dat deze gegevens afzonderlijk worden geregistreerd en aan beide Kamers worden gerapporteerd? Bij uitzonderlijke omstandigheden, zoals een pandemie, kan bij ministeriële regeling twee maanden worden afgeweken; dit is telkens vergelijkbaar. Tijdelijke maatregelen hebben de neiging om vaak lang te blijven. Er is niks zo vast als tijdelijk. Wat ons betreft worden beide Kamers daarom onverwijld geïnformeerd bij vaststelling en bij verlenging. Kan de minister ook dat toezeggen?

Tijdens de behandeling van het Migratiepact in mei zei ik dat de waarborgen rond de inbewaringstelling van gezinnen met minderjarigen voor de fractie van de BBB voldoende waren, mits het zo min en zo kort mogelijk gebeurt. Dat blijft ook ons uitgangspunt. Ik zei toen ook dat ik nog nooit in Zeist was geweest en dat de minister er ook nog niet was geweest. Mijn vraag is: is de minister inmiddels in Zeist geweest en geldt de lockdownbevoegdheid ook in het gezinsverblijf?

Zakgeld, internet en termijnen. Het amendement van collega Van der Plas is aangenomen. Zakgeld mag worden gebruikt om schade te verhalen die de vreemdeling zelf heeft veroorzaakt. Trap je de deur van de buurman in, dan betaal je. Dat is geen boete; dat is fatsoen. Over internet is het standpunt van de fractie van de BBB helder: de toegang moet kunnen worden beperkt, behalve voor rechtsbijstand en procedurele informatie. Dan de bewaringstermijn: zes maanden in bepaalde gevallen, met twaalf maanden te verlengen. Het voelt onrechtvaardig als iemand die zijn uitzetting lang genoeg traineert uiteindelijk vrijkomt. Dan wordt tegenwerking namelijk beloond. Maar de termijnen moeten uiteraard ook juridisch houdbaar worden toegepast. Wat mijn fractie betreft worden nog langere bewaartermijnen in de wet vastgelegd. Wil de minister toezeggen daar een voorstel voor te doen?

Voorzitter. Het Aroja-arrest maakt duidelijk dat perioden van bewaring die dienen ter uitvoering van een en hetzelfde terugkeerbesluit bij elkaar moeten worden opgeteld, ook als er tussen die perioden vrijheidsperioden liggen. Ook moet een verlengingsbeslissing aan rechterlijke toetsing worden onderworpen. Vloeien de termijnen in het wetsvoorstel dwingend voort uit Europese regels of is dit een Nederlandse keuze? Hoe zorgt de minister ervoor dat de uitvoering voorkomt dat perioden van bewaring rond hetzelfde terugkeerbesluit ten onrechte als nieuwe termijn worden behandeld? Tijdens de behandeling van het Migratiepact vroeg ik waar Nederland nog minder streng is dan België en Denemarken. Het standpunt van de BBB is dat we bij de bewaringstermijnen en de ongewenstverklaringen niet milder moeten zijn dan onze buren, binnen de grenzen van wat juridisch kan en uitvoerbaar is. Breder bezien wil ik de minister vragen of hij de Kamer een analyse van de verschillen in asiel- en migratiewetten en -regelgeving tussen Nederland en zijn buurlanden en het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Frankrijk zou willen toesturen om de vraag te beantwoorden op welke punten zij strenger zijn dan wij. Wil de minister hierover een toezegging doen?

De ongewenstverklaring. De drempel gaat van drie naar twee jaar gevangenisstraf. Daarmee kunnen ook onderdanen van derde landen worden bereikt die elders een status hebben. Het strafmaximum van artikel 197 gaat van zes maanden naar een jaar. BBB wil dit al lang. Een ongewenstverklaring is alleen iets waard als zij wordt uitgevoerd. De Dienst Justitiële Inrichtingen is er nog niet op voorbereid. We verwachten dat de lagere regelgeving er ligt voordat de wet in werking treedt. Rechtmatig verblijf blijft bestaan zolang een aanvraag mag worden afgewacht.

De dwangsommen. De Tweede Kamer heeft de rechterlijke dwangsom in vreemdelingenzaken afgeschaft. Bij een te late beslissing vordert de rechter voortaan een redelijke termijn. BBB wil al langer van de dwangsommen af. Vorig jaar ging er bijna 80 miljoen euro naar de dwangsommen toe, terwijl geen asielzoeker er eerder door werd geholpen. De IND vroeg er zelf om. Wel eerlijk: dat geld ging niet naar vertragers, maar naar mensen die wachten op een trage overheid. Gemiddeld duurt een beslissing zeventien maanden, terwijl zes maanden de norm is. In 2022 vond de Raad van State bij een eerdere poging dat een passend alternatief ontbrak en voor zover ik kan overzien, is dit onderdeel niet vooraf aan de Raad van State voorgelegd. Mijn vraag is welk effectief rechtsmiddel resteert wanneer de IND ook de door de rechter gestelde termijn overschrijdt. Een termijn op papier is immers geen oplossing als de overheid die termijn vervolgens opnieuw niet haalt. De fractie van de BBB wil voorkomen dat dezelfde prikkel elders terugkomt zonder dat de onderliggende uitvoeringsproblemen worden opgelost. Volgens mij vinden we dat allemaal. Het bespaarde geld moet wat ons betreft naar snellere beslissingen gaan en niet in de algemene middelen verdwijnen. Anders is het een bezuiniging en dat was volgens mij nou net niet de bedoeling. Ik vraag de minister toe te zeggen dat hij de Kamer periodiek informeert over de beslistermijnen, de achterstanden, de rechterlijke termijnen en de inzet van het vrijgekomen budget.

De situatie in Ceuta laat zien hoe snel een grenssituatie kan omslaan in een langdurig vraagstuk van opvang, identificatie, procedure en terugkeer. De eerste snelle terugkeer van grote aantallen mensen betekende niet dat iedereen kon worden teruggestuurd. Onder meer voor minderjarigen en mensen die bescherming vroegen, waren beoordeling en opvang nodig. Ook bleek de terugkeer afhankelijk van samenwerking met Marokko. Dat is precies waarom terugkeerbeleid niet kan blijven steken in het aanscherpen van bevoegdheden. De overheid moet ook kunnen vaststellen wie iemand is, tijdig beslissen, zorgen voor voldoende capaciteit en daadwerkelijk afspraken maken met landen van herkomst.

Voorzitter. Deze wet is niet alles waar de BBB voor staat. Hij regelt meer wat er gebeurt als terugkeer mislukt dan hoe terugkeer wel gaat lukken, maar hij geeft de vreemdelingenbewaring een eigen karakter, geeft directeuren gereedschap bij geweld, maakt de ongewenstverklaringen ruimer en haalt de dwangsom die niet werkt weg. De fractie van de BBB wil meetbare instrumenten voor de resultaten van terugkeer en de gevolgen van het afschaffen van de dwangsommen. Daarnaast vragen wij om inzicht in de capaciteit van de betrokken uitvoeringsorganisaties, de manier waarop achterstanden en termijnen worden gemonitord en de wijze waarop de overheid zicht houdt op mensen zonder rechtmatig verblijf. Deze minister is wat mijn fractie betreft wel goed bezig, maar sommige van zijn collega's niet. Wij willen dat hij vooral snel en steeds verder op zijn huidige koers doorgaat, met steeds weer extra wetsvoorstellen.

Voor nu wacht ik de beantwoording af. Ik kom er in de tweede termijn op terug. Een wet die elf jaar alleen op papier heeft gestaan, mag in de uitvoering geen elf jaar op zich laten wachten.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u zeer

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik hoor de heer Lievense van BBB zeggen "deze minister is goed bezig". Deelt hij ook de mening dat de minister goed bezig is ten aanzien van het aanwijzen van gemeentes om daar de Spreidingswet af te dwingen en azc's te plaatsen? Vindt hij dat de minister daar vooral mee door moet gaan, of dat die daar misschien toch beter mee kan stoppen?

De heer Lievense (BBB):

Het is net als elke cd. Elke cd heeft wel een slecht nummer en dit is wat ons betreft het slechte nummer van die cd. Ik gaf het ook even zijdelings aan: wij zijn nog steeds voor het afschaffen van de Spreidingswet, maar goed, daar is geen politieke meerderheid voor en dat gaat dus voorlopig niet gebeuren. Dat is het slechte nummer van de cd.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik hoop dat dat alsnog gaat gebeuren.

De heer Lievense (BBB):

Laten we er een goed nummer van maken.

De heer Van Hattem (PVV):

Het punt dat ik eigenlijk ook nog wilde maken, is dit. Ik hoor de heer Lievense van BBB zeggen: we hadden liever gezien of we zouden eigenlijk moeten zien dat er aparte wetten moeten worden ingediend. Ik hoor hem ook zeggen: ik ga mijn oordeel in tweede termijn geven. Nu was de fractie van de BBB afwezig bij de stemming over de novelle. Kan de heer Lievense aangeven hoe hij of hoe BBB staat tegenover de novelle?

De heer Lievense (BBB):

Mijn fractie was inderdaad afwezig bij de stemmingen in de Tweede Kamer. Als ze aanwezig waren geweest, hadden ze daar voorgestemd.

De heer Van Hattem (PVV):

Duidelijk.

De voorzitter:

Dank u zeer. Meneer Lievense, nogmaals dank voor uw bijdrage. De volgende spreker is mevrouw Kaljouw. Zij spreekt namens de fractie van de VVD.