De Eerste Kamer herdacht dinsdag 13 oktober oud-senator Bert de Jong, die op 5 juli op 80-jarige leeftijd overleed. Hij was ruim een jaar lid van de Eerste Kamer, van 8 juni 1999 tot 15 juli 2000.
De Jong studeerde wijsbegeerte en Nederlands recht in Utrecht. Hij promoveerde in de rechtsgeleerdheid op een vergelijkende studie over arbeidsconflicten in het recht en het systeem van arbeidsverhoudingen in Groot-Brittannië en Nederland. Het is het begin van een loopbaan die zich kenmerkt door arbeidsrecht, sociale zekerheid en pensioenrecht.
Hij was onder andere hoofd juridische zaken van Bedrijfsvereniging DETAM (Detailhandel, Ambachten en Huisvrouwen), hoogleraar sociaal recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, voorzitter van de Sociale Verzekeringsraad en voorzitter van de Raad van Bestuur van het GAK.
In 1989 werd hij lid van het CDA. Hij was twee keer lid van de kandidaatstellingscommissie voor de gemeenteraadsverkiezingen in Nieuwegein en vier jaar voorzitter van het CDA Nunspeet. Als hij in 1999 wordt gekozen als lid van de Eerste Kamer, wordt hij woordvoerder sociale zaken, onderwijs en Antilliaanse zaken.
Zijn maidenspeech hield hij op 21 december 1999 bij een wijziging van de Ziektewet. Wanneer hij lid wordt van de Raad van Bestuur van Achmea besluit De Jong terug te treden als lid van de Eerste Kamer. De twee functies zijn volgens hem onverenigbaar.
Eerste Kamervoorzitter Mei Li Vos zei tijdens de herdenking: 'Bert de Jong was een kundig en betrokken wetenschapper en bestuurder. Dat ons respect voor zijn persoon en zijn verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun mag zijn voor zijn familie en vrienden.'