Verslag van de vergadering van 22 september 2026 (2026/2027 nr. 01)
Aanvang: 13.50 uur
Status: gecorrigeerd
Aan de orde is de behandeling van:
-
-de brief van de Griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal d.d. 21 augustus 2026 houdende verzoek om ontslag (CLXXVIII, A);
en van:
-
-de brief van het College van Voorzitter en Ondervoorzitters d.d. 16 september 2026 inzake verzoek om ontslag Griffier en benoeming waarnemend Griffier (CLXXVIII, B).
De voorzitter:
Dan is aan de orde de behandeling van de brief van de Griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (CLXXVIII, letter A). In deze brief verzoekt de Griffier, prof. mr. dr. R. Nehmelman, om hem ontheffing uit zijn functie te verlenen per 28 september 2026 in verband met zijn voorgenomen benoeming tot directeur van het Kabinet van de Koning.
Ik stel voor het verzoek van de Griffier in te willigen, en hem per 28 september 2026 eervol ontslag te verlenen als Griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Kan de Kamer zich hiermee verenigen?
(Geroffel op bankjes)
De voorzitter:
Dat is het geval. Dank u wel. Ik ga speechen.
Geachte Griffier, beste Remco, de Kamer heeft je zojuist eervol ontslag verleend. Daarmee komt een einde aan een tijdperk: het tijdperk-Nehmelman, de vijftiende Griffier van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Acht jaar geleden, op 2 oktober 2018, werd je officieel geïnstalleerd. Niet veel mensen kunnen zeggen dat hun functie grondwettelijk is, de Griffier wel. De Grondwet van 1815 schreef namelijk al voor: "Elke Kamer benoemt haren Griffier." Het zal jou als deskundige van het staatsrecht alleen al om die reden een groot, en misschien wel heimelijk, genoegen zijn geweest om die rol te vervullen.
Het werk van de Griffier bestaat uit het leiding geven aan de Griffie, het ervoor zorgen dat het parlementaire proces goed verloopt en het ondersteunen van de Voorzitter. Remco, jouw ondersteuning heb ik de afgelopen jaren heel erg gewaardeerd, eerst in mijn rol als Ondervoorzitter en sinds vorig jaar als Voorzitter. En ik weet zeker dat ook mijn voorganger-Voorzitters en -Ondervoorzitters die hele grote waardering zullen onderschrijven.
In het bijzonder wil ik de coronaperiode noemen. Toen de Eerste Kamer, maar ook de hele samenleving, op onontgonnen terrein haar weg moest zien te vinden, was jij er. Jouw visie, adviezen en vooral kalme aanwezigheid waren van onschatbare waarde in die periode waarin we allemaal hebben moeten improviseren.
Je was toen ook verantwoordelijk voor de organisatie van Prinsjesdag. Elk jaar, en zeker dit jaar, verliep die dag uitstekend. Dat was niet altijd even vanzelfsprekend. Want laten we niet vergeten dat na ruim honderd jaar Prinsjesdag in de Ridderzaal, de verenigde vergadering twee keer verhuisde in de acht jaar dat Remco onze Griffier was: naar de Grote Kerk tijdens de pandemie en naar de Koninklijke Schouwburg vanwege de renovatie van het Binnenhof. Bovendien organiseerden we vorig jaar een bijzondere verenigde vergadering waarbij we het herstel van het parlement vierden, tachtig jaar eerder, op 20 november 1945.
Jij was zeer betrokken bij de inhoudelijke voorbereiding van de vergadering. Want herstel van het parlement en bescherming van de democratie en de rechtsstaat zijn de fundamenten waarop jij jouw werk baseert, als hoogleraar, als Griffier en straks ook bij het Kabinet van de Koning.
Mede op jouw initiatief is de Week van de Rechtsstaat ontstaan. Elk jaar doen weer meer organisaties mee, eerst vooral in Den Haag, maar inmiddels ook in de rest van Nederland. En niet alleen extern, ook intern heb je in de afgelopen acht jaar heel veel werk verzet. Het hervormen van de Griffie, het opengooien van de luiken, het buiten naar binnen halen, het denken over AI: dat, en nog veel meer, is allemaal aan jou te danken.
En jij hebt, zoals ik het graag noem, een "aardbevingsbestendige organisatie" neergezet. Je kunt de Griffie dus met een gerust hart achterlaten aan je opvolger, want de Griffie staat als een huis. Dat zullen de medewerkers op de tribune en in de rest van het gebouw zeker beamen.
Beste Remco, ik moest de laatste tijd heel erg denken aan de term "the seven year itch", in het Nederlands "de zevenjarenkriebel".
O, ik hoor een computerstem uit de zaal. Dat is AI! Hij heeft erover nagedacht!
The seven year itch staat symbool voor het verdwijnen van de eerste verliefdheid na zeven jaar. Daarvoor in de plaats komt voorspelbare dagelijkse routine. U kent dat allemaal. Weet Remco, wij waren jou nog helemaal niet zat, niet na zeven, en ook niet na acht jaar. Maar dat jij wel eens iets anders wilde en moest van jezelf, verrast niemand. Dat verrast mij zeker niet. Je bent immers iemand die altijd vooruitkijkt, en die vraagt: wat is er verder nog te doen, te zien en te ontwikkelen? Dat is typisch Remco. De functie van directeur van het Kabinet van de Koning is je dan ook op het lijf geschreven. Dat heeft de koning goed gezien. Stiekem vind ik het wel fijn dat je niet heel erg ver van de Eerste Kamer kantoor gaat houden. Het zijn echt maar een paar stappen van hier naar de Korte Vijverberg. Volgens mij is het twee minuten lopen. Dus we zijn niet uit het oog, en al helemaal niet uit het hart.
Beste Remco, van afscheid nemen houd je niet zo. Dat is me de afgelopen weken wel duidelijk geworden. Ik weet niet of u hem heeft zien rondlopen, maar die glimlach was heel ver weg. Hij kan sinds een week weer een beetje lachen. Dit is dus zeker geen vaarwel, maar een heel welgemeend tot ziens. Of, zoals je het zelf zou zeggen: en dóór!
(Applaus)
De heer Nehmelman (Griffier):
Ik ga ook maar even hier staan. Dat is bijzonder. Dat doe ik natuurlijk helemaal nooit. Ik heb lang zitten sleutelen aan een speech. Ik hoop dat ik het droog hou, maar ik heb heel veel geoefend, tot vannacht aan toe.
Mevrouw de Voorzitter, geachte leden van de Kamer, bijna acht jaar geleden werd ik Griffier van deze Kamer. Ik dacht dat ik het staatsrecht behoorlijk goed kende. Ik had er tenslotte jarenlang in gedoceerd en er zelfs boeken over geschreven. In de afgelopen acht jaar heb ik geleerd dat het staatsrecht op papier toch iets anders is dan het staatsrecht in de praktijk. Hoe een parlement werkelijk functioneert, staat namelijk niet alleen in de Grondwet of in het Reglement van Orde; het zit ook in gewoonten, onderlinge verhoudingen, vertrouwen en soms gewoon in weten wanneer je beter even niets kunt zeggen. Dat laatste bleek trouwens een belangrijker onderdeel van het vak dan ik ooit als hoogleraar had onderwezen.
Ik heb deze woorden overigens, geheel eigentijds, nog even langs kunstmatige intelligentie gehaald, niet om die voor mij te laten denken, maar in de hoop dat de speech iets minder persoonlijk zou worden. Dat is mislukt. Aanstaande zondag geef ik, als ik goed heb gerekend, na 2.918 dagen het ambt door. Ik heb in die bijna acht jaar veel zien veranderen. Voorzitters kwamen en gingen, leden en medewerkers kwamen en gingen, en nu dus ook de Griffier. Maar de Eerste Kamer blijft. Dat is misschien wel een van de mooie kanten van werken voor een instituut als dit: je bent er tijdelijk. Je doet een tijd lang je best, probeert het werk zo goed als mogelijk te doen, en op enig moment neemt een ander het van je over.
De Eerste Kamer heeft in ons staatsbestel haar eigen plaats. Ze heeft niet altijd het eerste woord en zeker niet altijd het hoogste woord, maar wel de mogelijkheid om wanneer bijna alles gezegd is, nog één keer te kijken. Daarbij moest ik soms denken aan mijn middelbareschooltijd. Toen ik in de jaren tachtig voor mijn examens moest leren, keek ik tussendoor graag naar herhalingen van de Amerikaanse politieserie Columbo. Voor de jongeren onder ons: Columbo was een wat sjofele rechercheur, gekleed in een al even sjofele regenjas, met de eeuwige peuk van een sigaar in zijn hand. Hij werd meesterlijk gespeeld door Peter Falk. Hij leek verstrooid en wekte de indruk dat hij de zaak nauwelijks begreep. Dat was uiteraard altijd maar schijn, want ondertussen zag hij precies waar het om draaide. Een vast moment in iedere aflevering was altijd dat hij zich, als het gesprek eigenlijk al voorbij was en hij bijna was vertrokken, nog één keer omdraaide en aan de dader, die dacht dat hij superieur aan Columbo was, vroeg: just one more thing. Nog één ding. En dan kwam die ene vraag die de zaak op scherp zette. Ik heb in de afgelopen jaren vaak gedacht dat daar iets van de Eerste Kamer in zit. Dat zit uiteraard niet in de sjofele verschijning van een oude regenjas of een verlopen sigaar, maar wel in het nog één keer kijken. Kan het? Werkt het? Is het behoorlijk? Dat is niet om het politieke debat over te doen, maar om te kijken of wetgeving uiteindelijk ook werkelijk deugt.
Bijna acht jaar lang heb ik geprobeerd u daarbij te dienen, u alle 75. Een Griffier is er niet voor de meerderheid, hij is er niet voor de minderheid: hij is er voor de Kamer als geheel. Dat is een bijzonder vak. Je bevindt je heel dicht bij de politiek zonder haar zelf te bedrijven. Je hoort veel, je ziet veel en je leert al snel dat niet alles wat interessant is, ook verteld hoeft te worden. Ik heb begrepen dat die laatste vaardigheid mij vanaf aanstaande maandag nog meer van pas zal komen.
Mevrouw de Voorzitter, geachte leden. Wat mij in al die jaren eigenlijk nooit helemaal gewoon is geworden, is dat ik hier iedere dag mocht werken. Dat is niet vanwege de titel of de functie, maar vanwege de plek, omdat hier woorden ertoe doen en omdat achter al die stukken en procedures uiteindelijk mensen schuilgaan: mensen die hier nog nooit zijn geweest en die hier wellicht nooit zullen komen. Uiteindelijk worden zij wel geraakt door wat er hier wordt gezegd en wat er hier uiteindelijk wordt besloten.
Nu mijn vertrek dichterbij komt, merk ik dat je uiteindelijk niet zozeer afscheid neemt van een gebouw of een ambt, maar van mensen. Dat is van de Voorzitters met wie ik mocht werken, van u als leden, van de medewerkers van de fracties en natuurlijk — daarom schiet ik vol — in het bijzonder van de medewerkers van mijn Griffie. Met hen heb ik bijna acht jaar lang iedere dag samengewerkt. We hebben heel veel meegemaakt, soms onder grote druk, waarbij gelukkig vaak ook heel veel werd gelachen. Ik ga dat werk missen, maar vooral de mensen die nu op de tribune zitten, met wie ik dat werk deed.
Vanaf maandag begint er voor mij iets nieuws. Geografisch is die stap bescheiden, maar constitutioneel is die wandeling voor mij iets interessanter. Ik verruil de Eerste Kamer voor het Kabinet van de Koning. Van parlement naar regering. Van hoofdstuk 3 in de Grondwet naar hoofdstuk 2.
(Hilariteit)
De heer Nehmelman (Griffier):
Wat ik hier heb geleerd, neem ik mee. Dat is vooral dat je er in het staatsrecht met regels alleen niet komt. Een parlement draait op gewoonten, op vertrouwen en vooral op mensen die weten wat hun rol is. Dat zal hopelijk niet anders zijn bij de regering.
Mevrouw de Voorzitter, geachte leden. Zoals gezegd kwam ik hier bijna acht jaar geleden met de gedachte dat ik het staatsrecht behoorlijk goed kende. Ik vertrek met het besef hoeveel ik hier heb geleerd en waarschijnlijk nog ga leren. Over een paar dagen ben ik geen Griffier van de Eerste Kamer meer. De Kamer vergadert verder. De Handelingen worden gewoon gemaakt. Vermoedelijk zal dinsdagavond ook zonder mij weer woensdagmorgen worden. En zo hoort het ook. Ik was hier tijdelijk en de Eerste Kamer blijft.
Mevrouw de Voorzitter, geachte leden van de Kamer, het was een groot voorrecht uw Griffier te zijn. Dank u wel.
(Applaus)
De voorzitter:
Ik dank de Griffier voor zijn mooie en warme woorden. Ze zijn genoteerd.
Dan is tot slot aan de orde de brief van het College van Voorzitter en Ondervoorzitters van de Eerste Kamer (CLXXVIII, letter B). In deze brief adviseert het College de Kamer met ingang van 28 september 2026 drs. R.H. van Luijk, eerste plaatsvervangend Griffier en tevens directeur Inhoud, te benoemen tot waarnemend Griffier, totdat in de vacature van Griffier is voorzien. Kan de Kamer zich hiermee verenigen? Dat is het geval.
(Applaus)
De voorzitter:
Ik wens onze waarnemend Griffier veel succes toe in de komende periode.
Ik wil de heer Nehmelman vragen om zich zo dadelijk voor het rostrum op te stellen, zodat de leden die straks niet in de gelegenheid zijn om bij de afscheidsreceptie aanwezig te zijn, hem nu de hand kunnen schudden. Maar ik hoop toch dat ik u allen zie bij de afscheidsreceptie. Dus alleen voor de leden die niet bij de receptie aanwezig kunnen zijn, zal Remco hier nog even staan.
Hiermee zijn we gekomen aan het einde van de vergadering. Ik dank alle leden, de medewerkers die deze vergadering mogelijk hebben gemaakt en de aanwezigen op de publieke tribune, waaronder het Spinoza Lyceum uit Amsterdam-Zuid, voor hun komst naar de Kamer.