T04259

Toezegging Vermogenswinstbelasting - tijdpad invoering bij Prinsjesdag en onderzoek naar tussenvorm voor waarborging vermogenswinstbelasting (36.748)



De staatssecretaris van Financiën zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van lid Kroon (BBB) en Van der Linden (VVD) toe om bij Prinsjesdag een tijdlijn te schetsen voor het traject naar een volledige vermogenswinstbelasting, mede afhankelijk van de stand van zaken rond het principebesluit, en beziet daarbij een tussenvorm waarmee een de facto deadline voor de overgang naar een volledige vermogenswinstbelasting kan worden geborgd.


Kerngegevens

Nummer T04259
Status openstaand
Datum toezegging 30 juni 2026
Deadline 1 oktober 2026
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Financiën
Kamerleden drs. ing. B. Kroon (BBB)
mr. M.N.J. van der Linden (VVD)
Commissie commissie voor Financiën (FIN)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen box 3
vermogensaanwasbelasting
vermogenswinstbelasting
Kamerstukken Wet werkelijk rendement box 3 (36.748)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 19, p. 1.

Mevrouw Van der Linden (VVD):

(…)

Allereerst het principiële bezwaar. Een vermogensaanwasbelasting als eindstation is voor mijn fractie niet aanvaardbaar. Dat is ook niet wat de Tweede Kamer heeft beoogd. Met de motie-Van Dijk c.s. en de motie-Vermeer is de regering opgedragen toe te werken naar een volledige vermogenswinstbelasting, uiterlijk bij het Belastingplan 2029. De vermogensaanwasbelasting is dus hooguit een tussenstap. Zo wordt het ook genoemd. Maar dan moet het ook echt tijdelijk zijn. Want, zoals we vandaag al eerder hebben gehoord, is in de politiek weinig zo blijvend als een tijdelijke regeling zonder einddatum. Precies daarom is wettelijke begrenzing nodig. Daarom vraag ik de staatssecretaris: is hij bereid een horizonbepaling in de wet op te nemen? En wil hij wettelijk vastleggen dat de regering op korte termijn een uitgewerkt voorstel voor een volledige vermogenswinstbelasting bij de Tweede Kamer indient?

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 19, p. 39.

De heer Kroon (BBB):

Dank u wel, voorzitter. Ik zal het kort houden. In uw introductie, in uw inleiding, gaf u aan dat u werkt aan vermogenswinstbelasting en dat voor u het moment waarop u het startpunt kent maatgevend is waarop het principebesluit genomen is. Vanaf dat moment kunt u iets zeggen over de doorlooptijd van het traject. Dat is heel fijn. Laten we een theoretische exercitie doen. We nemen dat besluit op 1 oktober 2026. Hoeveel tijd kost het de staatssecretaris dan om te komen tot een volledige vermogenswinstbelasting?

Staatssecretaris Eerenberg:

Ik snap deze vraag heel goed. Ik ga het antwoord ook weer scheiden in de blokken die ik net noemde, omdat ik ook vanuit mijn rol het belangrijk vind dat de Tweede Kamer en de Eerste Kamer daar het debat over kunnen voeren, hoe die Kamers daar zelf het debat over wensen te voeren. Extra deskundigenpanels, debatten, de Raad van State: dat zijn allemaal belangrijke instituties in onze democratie. Daarom geef ik dit antwoord een klein beetje met de handrem erop, maar ook met respect voor het werk dat wij hier doen. Ik denk dat we een wetsvoorstel snel kunnen tikken op Financiën. We hebben hele slimme mensen. We kunnen goede afspraken maken met de ketenpartners over de ICT. Maar ik kan vanuit deze rol niet dicteren hoe snel ook de democratie haar werk moet doen. Ik heb u toegezegd, en dat zeg ik nogmaals toe, dat we bij Prinsjesdag vermoedelijk een vrij uitgebreide tijdlijn kunnen schetsen, omdat ik dan ook weet hoe ver we ten opzichte van dat principebesluit zijn. Ik weet niet wat we in augustus gaan doen. Dat weet niemand. Maar dan komen we misschien al in uw hypothetische situatie uit, of niet? Dat gaan we allemaal meemaken met elkaar. Dan kan ik u ook die ingrediënten laten zien, wetende dat ook de democratie haar werk moet doen.

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 19, p. 42.

Staatssecretaris Eerenberg:

(…)

Mevrouw Van der Linden vroeg naar de horizonbepaling. Daar heb ik eerlijk gezegd een dilemma. Het dilemma is dat ik eigenlijk in beginsel zeg: als ik hier sta en ik zeg "we gaan doorwerken aan vermogenswinst", dan mag u mij daaraan houden. Dat zijn geen loze woorden. Tegelijkertijd, op het moment dat ik een horizonbepaling in een wet zou stoppen, kom ik weer in het dilemma dat ik ook druk op het democratische proces zet, vanuit mijn rol. Dat vind ik vanuit mijn rol een ingewikkelde.

Misschien mag ik dat kleine zijstapje maken, voorzitter. Ik heb zeer veel begrip voor de volle agenda van uw Kamer rondom het Belastingplan, maar waarom zou u niet in januari dan eventueel over die novelles kunnen stemmen? Ik merk dat u dan een paar keer zegt: dan liever in het voorjaar. We zitten er allemaal bij, maar ik ben er als democraat ook altijd voorzichtig in. U gaat over uw eigen agenda.

Maar er is nog een soort tussenvorm. Ook dat geef ik mezelf mee als huiswerk. Du moment dat wij het principebesluit hebben genomen over vermogenswinst — nu staat in het coalitieakkoord "doorontwikkelen", maar je moet dat principebesluit nemen; daar heb ik u net iets over gezegd — dan gaan de financiële tabellen daarop aangepast worden. Zo werken de spelregels. En dan heb je eigenlijk de facto als gevolg van de financiële tabel ook een soort deadline ingebakken.


Brondocumenten


Historie