De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Hattem (PVV), toe onderzoeken naar doelmatigheid én rechtmatigheid zoals de wetgever ze bedoeld heeft - een 213a-onderzoek volgens de Gemeentewet of een 217a-onderzoek volgens de Provinciewet - bij de volksvertegenwoordigingen, de gemeentes en provincies, onder de aandacht te brengen.
| Nummer | T04222 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 15 juni 2026 |
| Deadline | 1 december 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties |
| Kamerleden | A.W.J.A. van Hattem (PVV) |
| Commissie | commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | doelmatigheid doeltreffendheid onderzoeken rechtmatigheid |
| Kamerstukken | Begrotingsstaat gemeentefonds 2026 (36.800 B) |
Handelingen I 2025/2026, nr. , item , p. .
De heer Van Hattem (PVV)
Dank, voorzitter. Misschien om op dat laatste punt nog even door te gaan: is de minister misschien bereid om de bekendheid van de mogelijkheid van artikel 217a onderzoeken bij decentrale overheden beter onder de aandacht te brengen, zodat volksvertegenwoordigers daar gebruik van kunnen maken?
Minister Heerma:
(…)
De heer Van Hattem vroeg ook of ik de onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid onder de aandacht kan brengen. Ik hecht zeer aan gemeentelijk rekenkameronderzoek. In 2022 is de wet nog aangepast, juist om rekenkamers een belangrijkere rol te geven. Ik vertrouw erop dat hieraan nadrukkelijk invulling wordt gegeven.
De heer Van Hattem (PVV):
Ja, misschien toch even voor de inhoudelijkheid hiervan. Die doelmatigheids- en rechtmatigheidsonderzoeken gaan volgens mij niet per saldo via de rekenkamers; het kan ook door een onderzoeksbureau worden gedaan. Het gaat erom dat bij een decentrale overheid — een 213a-onderzoek volgens de Gemeentewet of een 217a-onderzoek volgens de Provinciewet — een bepaalde mate van zelfonderzoek plaatsvindt naar doelmatigheid en rechtmatigheid. Volgens mij staan de rekenkameronderzoeken los van de wetgeving die daarover is aangenomen. Deze onderzoeken zijn wettelijk verplicht. Alleen, daarop vindt niet altijd heel strak uitvoering plaats vanuit gemeentes en provincies. Daar is niet altijd de volle aandacht op. Soms wordt er ook een beetje geshopt en wordt de ene keer naar doelmatigheid gekeken en de andere keer naar rechtmatigheid, terwijl de wet spreekt over doelmatigheid én rechtmatigheid. Ik vraag de minister of hij deze onderzoeken zoals de wetgever ze bedoeld heeft bij de volksvertegenwoordigingen, de gemeentes en provincies, onder de aandacht wil brengen, zoals ik het zojuist heb geprobeerd uit te leggen.
Minister Heerma:
Om te voorkomen dat ik mijn antwoord ga voorlezen, wil ik toezeggen om dit onder de aandacht te brengen.
-
15 juni 2026
toezegging gedaan