De Eerste Kamer heeft dinsdag 7 juli gedebatteerd en gestemd over de Wet meer zekerheid flexwerkers. De wet is aangenomen. De fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, CDA, D66, SP, PvdD, VVD, PVV, 50PLUS, Visseren-Hamakers en OPNL stemden voor het wetsvoorstel van minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De fracties van SGP, FVD, JA21, BBB, Van de Sanden, Walenkamp, Beukering en Van Gasteren stemden tegen. Een motie van de BBB-fractie over het uitwerken van maatregelen voor werkgevers is aangenomen.


In het kort

In Nederland werken 2,7 miljoen mensen met een flexcontract. Dat is een aanzienlijk deel van de werkende bevolking. Flexwerk biedt voor sommige werknemers vrijheid, maar voor anderen juist onzekerheid. Het kabinet wil met dit wetsvoorstel meer zekerheid bieden aan werknemers met een flexibel contract, zowel in hun werk als in hun inkomen.

Het wetsvoorstel maakt een einde aan het nulurencontract, aan uitzendkrachten die minder verdienen dan hun collega's en aan draaideurconstructies. Het voorstel maakt deel uit van een bredere hervorming van de arbeidsmarkt, die is gericht op een betere balans tussen vaste en flexibele banen.

Tijdens het debat stelde aantal Kamerleden vragen over het totaalpakket waarvan dit voorstel deel uitmaakt. Zij vroegen zich af of met dit wetsvoorstel alleen de balans niet te veel doorschiet in het voordeel van de werknemers. Andere Kamerleden vonden het wetsvoorstel een stap vooruit richting vast werk, maar nog niet verregaand genoeg.


Moties

Aangenomen motie

  • De motie-Lagas (BBB) over het uitwerken van maatregelen voor werkgevers. Deze motie had de waardering 'Oordeel Kamer' van de minister gekregen.

Verworpen moties

  • De motie-Lagas over een analyse van de wetsvoorstellen met betrekking tot de arbeidsmarkt. Ook deze motie had de waardering 'Oordeel Kamer' van de minister gekregen.
  • De motie-Schalk c.s. over een uitzondering van het verbod op nulurencontracten. Deze motie was ontraden door de minister.

Impressie van het debat

GroenLinks-PvdA: Zekerheid en flexibiliteit in balans

Senator Ramsodit zei dat de centrale vraag is welke wettelijke kaders nodig zijn om flexibel werk te organiseren. Het doel is zekerheid en flexibiliteit in balans te brengen. Meer zekerheid voor flexwerkers is niet alleen arbeidsmarktbeleid, het is ook bestaanszekerheidsbeleid. De ruimte voor werkgever blijft bestaan. Om de balans tussen flexibele en vaste arbeid te herstellen is de gelijkwaardigheidsnorm tussen vaste en flexibele werknemers van belang. Welke objectieve criteria bepalen die gelijkwaardigheid? Hoe waarborgt de regering dat gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden tot stand komen? Goede monitoring van de wet is van belang, besloot Ramsodit.

JA21: Misstanden aanpakken in plaats van flexwerk

Senator Baumgarten zei dat juist in de zorg duidelijk wordt hoe belangrijk flexibel werk is. Flexwerkers vullen gaten op, zonder hen missen we handen aan het bed. Juist omdat zij zelf bepalen wanneer zij werken, blijven ze behouden. In een tijd van toenemende vergrijzing is dit wetsvoorstel daarom onverstandig. Waarop is de gedachte gebaseerd dat dit wetsvoorstel uiteindelijk voor meer zorgmedewerkers zorgt? Flexibiliteit is geen weeffout maar een voorwaarde voor een gezonde economie. Misstanden, niet de flexibele arbeid, zijn het probleem. Juist in een tijd van grote personeelstekorten zouden we misstanden moeten aanpakken en niet de flexibiliteit, aldus Baumgarten.

BBB: Werkgevers niet ontlast

Senator Lagas is het eens met het doel van de wet, maar denkt niet dat dit het juiste middel is. Is daadwerkelijk onderzocht of mensen meer gaan werken als er meer zekerheid is? Brede welvaart vraagt ook om een evenwicht voor werkgevers en werknemers. Dat ziet de BBB in dit wetsvoorstel onvoldoende terug. Werkgevers worden hiermee niet ontlast. Wanneer komt de regering met voorstellen hiervoor? Laat deze wet wel voldoende ruimte voor die wensen en omstandigheden, zoals mensen die flexibel willen zijn in bijvoorbeeld combineren van studie en werk? Het is beter om dit te regelen in de cao's van de sectoren dan via een wet, zei Lagas.

PVV: Fundamentele hervorming blijft uit

Senator Bezaan zei dat flexibiliteit nooit mag verworden tot verdienmodel, waarbij onzekerheid wordt afgewenteld op werknemers. Maar een fundamentele hervorming blijft uit. Hoe verhoudt dit wetsvoorstel zich tot de bredere problemen op de arbeidsmarkt? Verandert deze wet de prikkels die tot de doorgeschoten flexibilisering hebben geleid? Waarop baseert de minister de verwachting dat werkgevers vaker zullen kiezen voor vaste contracten? Kan het parlement na invoering worden geïnformeerd over de effecten van de wet met aandacht voor onder andere de ontwikkeling van vaste arbeidsovereenkomsten en de inzet van arbeidsmigranten, vroeg Bezaan.

SGP: Uitzondering onderwijs en zorg

Senator Schalk zei dat goed werkgeverschap een kunst is en goed werknemersschap ook. Hij ziet met dit wetsvoorstel wel meer zekerheid voor werknemers, maar verwacht dat veel minder mensen aan het werk gaan. Al zal dat verschillen per sector. Gaat het afschaffen van de draaideurconstructie wel echt leiden tot vaste contracten? Komen kleine ondernemers hierdoor niet in de financiële klem te zitten? Schalk vroeg tot slot een toezegging dat er een uitzondering komt voor de semipublieke sector, met name onderwijs en zorg, en dat nulurencontracten in deze sectorenmogelijk blijven? Toen die toezegging uitbleef, diende hij een motie in.

SP: Stapje in goede richting

Senator Van Aelst haalde de toelichting bij het wetsvoorstel aan: als flexwerk de norm is, is dat slecht voor de samenleving en de economie. Als flexwerk structureel is, is het een aanslag op het welzijn van mensen. Je kunt moeilijker een bestaan opbouwen en werken aan je toekomst. Flexwerk hangt samen met armoede en ongelijkheid. De SP had liever gelijke arbeidsvoorwaarden gezien dan de gelijkwaardigheidsnorm. Hoe wordt dit beoordeeld? Sluit de regering uit dat werkgevers straks vaker studenten en scholieren zullen inhuren omdat zij nog wel een nulurencontract kunnen krijgen? Het wetsvoorstel is een stapje in de goede richting. Van Aelst had meer ambitie verwacht.

VVD: Slechts deel van de balans

Senator Petersen zei dat dit wetsvoorstel slechts de bescherming van flexwerkers vergroot. De andere kant van de balans laat nog op zich wachten. Welke economische effecten verwacht de minister van deze wet? Welke inspanningen zal hij verrichten om de andere wetsvoorstellen zo snel mogelijk aangenomen te krijgen? Is de minister bereid gedurende het eerste jaar actief signalen uit de sector op te vangen over de uitvoering en de Kamer daarover te informeren? Wil de minister welwillend kijken naar een afwijking van de ketenbepaling als werkgevers en werknemers daarom vragen? Is de minister bereid de eerste formele evaluatie na twee jaar in plaats van na vijf jaar te doen?

CDA: Bescherming flexwerkers niet ondergraven

Ook senator Bakker-Klein vroeg wanneer de minister verwacht het hele pakket aan de Kamer voor te leggen. Het lijkt bij flexwerk steeds meer te gaan om het besparen van kosten in plaats van inzet op ziek- en piekmomenten. De gewenste bescherming van flexwerkers moet niet worden ondergraven, adviseerde de Commissie Regulering van Werk (Commissie-Borstlap) in 2020. Het lijkt of werkgevers nog steeds veel ruimte krijgen. Wat is deze wet dan nog waard? Het persoonsgebonden budget (pgb) is uitgezonderd: is er samenhang met een andere wet? Hoe ziet die eruit? Nulurencontracten zijn soms wél wenselijk, met name in de zorgsector, besloot Bakker.

FVD: Te ingrijpende bemoeienis

Senator Van den Oetelaar sprak van goedbedoeld, maar doelmatig falend beleid. Door deze maatregelen dwingt de regering werkgevers om in te huren of dure arbeidskrachten in dienst te nemen. Waarom denkt de minister dat dit leidt tot meer vaste banen? Het is symboolpolitiek. Heeft de minister zich verplaatst in de positie van werkgevers en in de situatie die tot de huidige praktijk heeft geleid? In plaats van maatwerk krijgen we een uniform keurslijf uit Den Haag. De administratieve lasten exploderen. Werkgevers worden ontmoedigd om mensen aan te nemen. De overheid gaat met deze wet te ver. Dit is een te ingrijpende bemoeienis.

D66: Wet herstelt balans

Senator Karaaslan zei dat voor veel mensen flexibel werk de standaard is geworden en geen keuze. Dat leidt tot onzekerheid. Dit wetsvoorstel herstelt de balans tussen vrijheid en zekerheid. Vrijheid is alleen echte vrijheid als er ook echt een keuze is. Zeker als tijdelijke contracten elkaar blijven opvolgen. Duidelijkheid bestaat uit duidelijke communicatie naar werkgevers en werknemers en duidelijke monitoring van de effecten. Hoe hebben werkgevers en werknemers toegang tot informatie over de wet? Het risico bestaat dat werkgevers op zoek gaan naar andere constructies. Hoe schat de minister dat risico in en hoe monitort hij dat?

Beantwoording minister

Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zei dat de Wet arbeidsmarkt in balans een basis bood, maar dat die niet genoeg was. Dat kwam ook naar voren vanuit werkgevers en werknemers zelf. 2,7 miljoen mensen hebben een flexcontract in Nederland. Vrijheid is tot op zekere hoogte goed voor werkgevers en werknemers. De kunst is om de balans te vinden.

Deze wet maakt deel uit van een pakket van zes wetsvoorstellen waar dit in past. Deze zaken helpen ook om vast minder vast te maken, en daarmee voor balans te zorgen. Dit wetsvoorstel maakt een einde aan het nulurencontract, aan uitzendkrachten die minder verdienen en aan draaideurconstructies.

Het klopt volgens de minister niet dat er geen mogelijkheden meer zijn om mensen flexibel in te zetten. Voor bijvoorbeeld de zorg zijn goede alternatieven voor nulurencontracten voorhanden. Hij zei dat hij geen delen van de wet zal uitstellen of de uitzondering voor scholieren en studenten zal uitbreiden met de sectoren zorg en onderwijs. Met deze wet blijft het voor die laatste groep mogelijk om te werken wanneer ze willen, alleen op een andere manier, aldus Vijlbrief.


Over het wetsvoorstel

Het voorstel bevat verschillende maatregelen. Zo krijgen uitzendkrachten voortaan minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als medewerkers die regulier in dienst zijn. Ook wordt de periode waarin uitzendkrachten elke dag kunnen worden ontslagen of onzekere uren hebben verkort van anderhalf jaar naar één jaar. Daarnaast worden draaideurconstructies aangepakt. Nu mag een werkgever iemand na drie tijdelijke contracten pas na zes maanden opnieuw tijdelijk in dienst nemen. Deze termijn wordt verlengd naar vijf jaar. Voor seizoenswerk en bijbanen blijven uitzonderingen mogelijk.

Verder worden nulurencontracten afgeschaft en vervangen door bandbreedtecontracten. In een bandbreedtecontract wordt vooraf een minimum- en maximumaantal uren afgesproken. Oproepen die boven het maximum aantal uren zitten, mogen door de werknemer geweigerd worden. Als er structureel meer uren wordt gewerkt, moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger aantal uren. Jongeren met een bijbaan, zoals scholieren en studenten, mogen wel op oproepbasis blijven werken.