T04157

Toezegging Ambtshalve toets aan artikel 8 EVRM ongehuwde partners (36.703/36.704/36.855)



De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Visseren-Hamakers (fractie-Visseren-Hamakers), toe dat ook voor toekomstige gevallen van het nareizen van partners die niet zijn gehuwd door de IND ambtshalve zal worden getoetst aan artikel 8 EVRM.


Kerngegevens

Nummer T04157
Status openstaand
Datum toezegging 14 april 2026
Verantwoordelijke(n) Minister van Asiel en Migratie
Kamerleden prof. dr. I.J. Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers)
Commissie commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie legisprudentie
Onderwerpen ambtshalve toets
artikel 8 EVRM
ongehuwde partners
Kamerstukken Novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf (36.855)
Asielnoodmaatregelenwet (36.704)
Wet invoering tweestatusstelsel (36.703)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 26, item 3

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank, voorzitter. Ik wil het even echt scherp krijgen op het nareizen van partners die niet zijn gehuwd. De minister zegt dat de IND ambtshalve zal toetsen. Betekent dat dat degene die de nareis aanvraagt dus geen extra aanvragen hoeft te doen, maar dat dat automatisch wordt meegenomen in de aanvraag? Klopt dat of moet de vluchteling zelf een extra aanvraag doen? Dat is mij niet helder.

Minister Van den Brink:

U hebt volgens mij in de schriftelijke rondes kunnen zien hoe daar tot nu toe op gereageerd is. Ik heb natuurlijk ook goed geluisterd naar hoe u daar gisteren woorden aan gaf. Op dit moment is het zo — dat heeft u ook in de stukken gezien — dat de ambtshalve toetsing alleen zal gelden voor de groep die nu al een nareisaanvraag heeft gedaan. Dus daar zal de ambtshalve toetsing op plaatsvinden, omdat zij op dit moment al een nareisverzoek hebben liggen.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dat geldt dus niet voor nieuwe aanvragen. Dus als over een jaar een aanvraag wordt gedaan voor nareis door iemand die nu in de procedure zit, zal een vluchteling die niet kon trouwen in het land van herkomst extra aanvragen moeten doen, alleen omdat hij niet kon trouwen in het land van herkomst?

Minister Van den Brink:

Vertrekkend vanuit dat het Unierecht het kerngezin op deze manier definieert, is dat de consequentie die daaruit strekt en die ik tot nu toe volgens mij ook onder woorden heb gebracht in alle schriftelijke rondes die er zijn geweest. Tegelijkertijd heb ik heel goed gehoord wat de heer Dittrich daarover heeft gezegd en wat mevrouw Van Toorenburg daarover heeft gezegd. Ik ben een beetje zoekende naar welke vraag hieronder wegkomt, om daarop een antwoord te geven. Er is aan de ene kant de wet, die dus zegt: ja, die nareisbeperkingen gaan voor dat kerngezin. Tegelijkertijd zie ik ook de vragen die u stelt. Die zijn deels ook al in de Tweede Kamer gesteld, maar zijn daar eigenlijk niet tot een afronding gekomen. Zo zou je het ook onder woorden kunnen brengen. De Kamer heeft daar een heel lange brief over gehad en daar heeft de Tweede Kamer niet meer een andere keuze in gemaakt. Dat is wel de situatie zoals die nu voorligt.

(…)

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Blijkbaar is het dus mogelijk voor de IND om dit ambtshalve zo te doen. Dus wel voor de vluchtelingen die nu in de procedure zitten en niet voor toekomstige vluchtelingen, als dat mogelijk is? Kan de minister toezeggen dat hij gaat onderzoeken of deze manier van werken ook voor toekomstige vluchtelingen kan worden toegepast?

Minister Van den Brink:

Deze vraag is vanuit veel partijen eerder gesteld, eigenlijk over de volle breedte van in ieder geval de Tweede Kamer. Ik merk dat dat ook in deze Kamer vrij breed onder woorden wordt gebracht. Ik wil dus toezeggen dat we dat gaan doen, want anders zou u met die artikel 8 EVRM-aanvraag zitten. We weten natuurlijk ook — dat stond eigenlijk al in de Kamerbrief van de heer Van Weel, mijn voormalige collega, de voormalige minister Van Weel op Asiel — dat de inschatting is dat dat met de definitie die ik net gaf aan de heer Dittrich over die werkinstructie, met hoe die eruitziet, eigenlijk vrij heldere uitkomsten gaat krijgen. Want als die partner en die feitelijke gezins- en partnerband er is, dan leidt dat uiteindelijk in heel veel gevallen natuurlijk tot een toewijzing. In die zin snap ik dat u zoekt naar of dit niet te formalistische manier is om dan een artikel 8 EVRM-aanvraag te doen en vraagt waarom er dan geen sprake kan zijn van een ambtshalve toetsing. Ik wil u toezeggen dat ik dat op die manier ga onderzoeken. Ik ga dat niet onderzoeken met de gedachte om daarna terug te komen met het antwoord: sorry, het gaat toch niet lukken. Ik ga het onderzoeken met de door u uitsproken gedachte — die van de heer Dittrich, van mevrouw Van Toorenburg en van u en ook anderen hier — dat dat dan een ambtshalve toetsing gaat zijn die de IND gaat uitvoeren op deze groep.


Brondocumenten


Historie

  • 14 april 2026
    toezegging gedaan