De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe om de Kamer bij de begroting in het najaar van 2026 te informeren over de door de regering te nemen maatregelen om statushouders te laten werken en meedoen. Daarnaast zegt de minister de Kamer toe om haar te informeren over een wetsvoorstel van de minister van Werk en Participatie om kansrijke asielzoekers met drie maanden aan de slag te laten gaan.
| Nummer | T04151 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 14 april 2026 |
| Deadline | 1 oktober 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Asiel en Migratie |
| Kamerleden | drs. M.J. van Rooijen (50PLUS) |
| Commissie | commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad (I&A/JBZ) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | asielzoekers statushouders werk |
| Kamerstukken | Novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf (36.855) Asielnoodmaatregelenwet (36.704) Wet invoering tweestatusstelsel (36.703) |
Handelingen I 2025/2026, nr. 26, item 3
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Het is goed dat de minister erop wijst dat mensen in een azc na drie maanden aan het werk mogen. Dat is een grote verbetering. Erkent de minister dat dat voor statushouders heel anders is? Die zijn soms wel vijf, zes, zeven jaar door heel Nederland gesleept. Ze hebben nooit ergens een kans gekregen om te integreren. Wat gaat de minister daaraan doen? Ik heb dat meegemaakt in Oegstgeest, waar ik ben geweest bij de behandeling van de Spreidingswet. Dan zie je dus dat die mensen al overal zijn geweest en nooit een kans hebben gekregen, terwijl de mensen in azc's die kans nu wel krijgen en na drie maanden mogen werken. Wat gaat de minister daaraan doen? Ik vind dat heel schrijnend.
Minister Van den Brink:
Ja. Daar legt u de vinger op de zere plek. Dat is een van de redenen waarom ik het tweede doel van het kabinet zo duidelijk geformuleerd heb: rust in de asielketen, rust in de opvang. Ik weet dat ik nog lang niet bij mijn ideaalplaatje ben, maar dat is wel een van de redenen om met deze klus aan de slag te gaan. Als wij rust in de opvang weten te brengen, als er dus een duidelijke opgave ligt voor gemeenten die daar ook voor gaan staan en daarmee aan de slag gaan, en als we voldoende opvangcapaciteit hebben, dan zou het zo moeten zijn dat je bij ongeveer 25.000 asielaanvragen per jaar weet hoe groot die opgave is voor een bepaalde gemeente. Als je daar een bepaald inwilligingspercentage aan koppelt, weet je hoeveel asielzoekers statushouders worden. Ik maak er een beetje een wiskundige formule van. Dan staat de gemeente ook voor de inburgeringstaak wat betreft taal en integratie en daarna naar werk. Dat is mijn ideaalplaatje. Ik hoop dat ons asielstelsel op den duur zo functioneert. Als u mij nu naar een datum vraagt, dan zal ik heel eerlijk zijn. Daar zijn we nog lang niet, zolang wij nog te maken hebben met allerlei noodopvang. Dit is hoe het zou moeten werken. Daarom ben ik ook zo'n voorstander van de Spreidingswet. Daarmee zou je dit hele systeem op gang kunnen brengen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik vroeg niet naar een datum. U heeft het over "op den duur". U deelt met mij dat het een schrijnend probleem is. Het is ongelooflijk dat tienduizenden statushouders die vijf tot zeven jaar door Nederland gesleept zijn nooit ergens een kans hebben gekregen om te integreren. Nu dat voor azc's wel gaat gebeuren, is dat dan geen reden om daar met hoge prioriteit naar te gaan kijken? Kan de minister misschien toezeggen dat hij daar met de volgende begroting, in het najaar, aandacht aan geeft, zodat we daarover kunnen debatteren? Misschien kan hij ook inzicht geven in de manier waarop hij dat op termijn als een oplossing ziet.
Minister Van den Brink:
Zeker. Ik zei net aan de heer Dittrich en mevrouw Van Toorenburg toe dat de wijze waarop wij als kabinet dat hele meedoen ter hand willen nemen daar ook een belangrijke bijdrage aan levert. U heeft het over de statushouder die al vijf tot zes jaar door Nederland heeft gereisd en is gesleept. Die heeft in het verleden ook niet die toegang gehad tot werk, omdat we daar allerlei beperkingen op hadden liggen. Die beperking gaat eraf. In de tijd dat hij nog in z'n asielprocedure zou zitten, zou hij nu al kunnen werken. Als dat als statushouder door kan lopen, zou dat natuurlijk ideaal zijn. Zo zou het kunnen gaan functioneren. Ik zeg u toe dat ik daar bij de begroting op zal terugkomen, want dit is een van de prioriteiten van dit kabinet.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Zegt u nu dat die beperkingen eraf gaan? Die gaan er op termijn af.
Minister Van den Brink:
Die gaan er nu af.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Die gaan er nu af?
Minister Van den Brink:
Ja, er ligt een wetsvoorstel van de minister van Werk en Participatie om kansrijke asielzoekers met drie maanden aan de slag te laten gaan. Dat zweeft ergens in de wetgeving rond.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Kunt u ons toezeggen dat wij ook in de Eerste Kamer informatie daarover krijgen?
Minister Van den Brink:
Ja, zeker.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 26, item 3
-
14 april 2026
toezegging gedaan