Plenair Fiers bij behandeling Begroting provinciefonds 2026



Verslag van de vergadering van 15 juni 2026 (2025/2026 nr. 33)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.46 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Fiers i (GroenLinks-PvdA):

Allereerst dank aan de minister voor zijn antwoord. Een belangrijke conclusie is dat we vanavond in het debat nog een aantal zaken met elkaar gaan bespreken. Het was ook wel een beetje te verwachten dat we wat dubbelingen zouden hebben. Ik denk dat het goed is om te horen dat de minister zijn rol als stelselverantwoordelijke voor de gedecentraliseerde eenheidsstaat serieus neemt. Ik hoor van diverse betrokkenen in voorbereiding op dit debat dat dit vanuit provincies en gemeenten ook gezien wordt. Dat stemt voorzichtig positief.

Misschien voor deze tweede termijn nog de goedbedoelde tip om die rol ook echt te pakken, want dat zal niet vanzelf gaan. Ik denk dat ik dit ook namens een aantal collega's kan zeggen. We hebben gezien dat het weerbarstige materie is. De rol van stelselverantwoordelijkheid wordt het ministerie en de minister niet vanzelf gegeven. Aan de ene kant hebben we vakministeries die grootse ambities hebben en proberen met de medeoverheden tot taken te komen, terwijl die misschien niet helemaal in verhouding staan tot het geld dat daarbij hoort. Afgelopen jaren ben ik actief geweest in het natuurdomein in de provincies. Sinds 2013 is bijvoorbeeld de grondprijs gestegen van €70.000 naar meer dan €100.000. Dat kan dus niet meer uit. Dat betekent dat het gesprek met de vakministeries moet plaatsvinden, ook als stelselverantwoordelijke.

Aan de andere kant moet met het ministerie van Financiën worden gesproken, dat misschien vooral bezig is ervoor te zorgen dat niet te veel over de taakuitbreiding wordt gesproken, omdat dit alleen maar meer geld kost. U zit dan toch een beetje tussen twee vuren. Ik denk dat het goed is dat u toch ook het weerwoord heeft en misschien soms een beetje terugbijt, om te zorgen dat u als stelselverantwoordelijke ook die verantwoordelijkheid kunt nemen. Maar wij zijn in ieder geval blij om te horen dat u dat de komende periode gaat doen.

Ik dank voor de toezegging — ik denk dat ook collega Lievense daar nog wel op zal terugkomen — dat de minister erop zal toezien dat de UDO, de artikel 2-toets, ook echt zal gaan plaatsvinden. Misschien daarbij nog een kleine aanvulling. Die toets moet niet alleen gaan plaatsvinden, maar ook goed gaan plaatsvinden, namelijk vanaf het allereerste moment. Er zijn namelijk ook geluiden dat vaak het ministerie bepaalt dat er in bepaalde gevallen geen UDO nodig is. Dan zit je dus niet aan tafel. Maar dat zou een gezamenlijk besluit moeten zijn.

Tot zover, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Fiers. Er is nog een interruptie van de heer Kemperman.

De heer Kemperman i (FVD):

De opmerking van collega Fiers over de oplopende kosten voor de aankoop van natuur, van €30.000 naar €100.000 per hectare, herken ik. De vraag die ik aan mevrouw Fiers heb, is de volgende. Hoe denkt zij dat de opwaartse druk op die prijsstijging ontstaat?

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Ik denk dat dat een marktmechanisme is. Dit gaat om vrijwillige verkoop, maar er is grote druk op de grond. Daar kunnen we het nu over gaan hebben, maar misschien is het beter om dat buiten deze zaal te doen.

Volgens mij is het volgende belangrijk. We hebben het hier over de taken die in dit geval de provincie heeft. Op het moment dat de provincie middelen krijgt om dingen te realiseren, maak je aan het begin afspraken en constateer je wat de kosten zijn. Waar we het hier met elkaar over hebben, is dat voor een heel groot deel die kosten niet inzichtelijk zijn en in de loop der jaren wijzigen. Dan kun je vervolgens met elkaar zeggen: dit vinden wij belachelijk, dit willen wij anders. Maar het lastige is dat we nu geen gedragen beeld hebben van de feiten.

Mijn opmerking was eigenlijk alleen maar bedoeld om te zeggen: in de loop der tijd kunnen dingen veranderen, dus je moet met elkaar dat inzicht hebben, anders kunnen wij hier met elkaar niet beoordelen of de medebewindstaken, in dit geval van de provincies, overeenkomen met het budget dat ze daarvoor beschikbaar hebben.

De voorzitter:

Is de vervolgvraag aan de heer Kemper binnen de orde van de begrotingsstaat provinciefonds?

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Ik denk het niet.

De heer Kemperman (FVD):

Die vraag is zeker binnen de orde. Als statenlid in Gelderland, de grootste provincie waar natuurontwikkeling een provinciale taak is, zie ik dat juist door de begroting van de provincie, waarbij de provincie dus middelen beschikbaar krijgt om grond aan te kopen, die marktwerking ontstaat. Als wij tientallen of honderden miljoenen voor natuurontwikkeling aan onze provincies ter beschikking stellen, zul je zien dat de terreinbeherende organisaties door die provincie taak van natuurontwikkeling precies via het fonds dat wij vandaag hier bespreken die middelen krijgen. Daarom ontstaat die opwaartse druk op de markt. Particuliere grondeigenaren, boeren, kunnen daar niet meer tegen opbieden. Herkent mevrouw Fiers — zij is immers ook actief in de staten — dat die middelen beschikbaar zijn en dat daarmee die opwaartse druk …

O, ik dacht dat u statenlid was.

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Nee, nee, nee. De heer Van Hattem kan dat bevestigen. Ik ben niet actief in de Staten.

De heer Kemperman (FVD):

Herkent mevrouw Fiers dat?

De voorzitter:

Misschien kan mevrouw Fiers de heer Kemperman zijn vraag even laat afmaken. Die is nu gesteld? Anders wordt de orde wel heel gortig.

De heer Kemperman (FVD):

Mijn vraag is gesteld, ja.

De voorzitter:

Dan stel ik vast dat mevrouw Fiers ja of nee kan zeggen.

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Nou, op de laatste vraag: nee, ik ben niet actief in de Provinciale Staten. Maar misschien mag ik nog ingaan op de andere vraag. Volgens mij is het volgende belangrijk. Op het moment dat je rondom dit vraagstuk grondprijzen inzichtelijk maakt, zou je ook kunnen zeggen: misschien moeten we andere beleidsmaatregelen nemen. We zouden ook kunnen beslissen dat we niet gaan verwerven op vrijwillige basis, maar dat we bijvoorbeeld via een ruimtelijke procedure vereisten gaan opleggen op de grond. Dat doet ook iets met de waarde. Je kunt dus verschillende instrumenten inzetten.

Ik pleit hier niet voor het laatste, maar volgens mij begint het met het inzichtelijk maken van de kosten. Vervolgens moeten we bekijken of in dit geval de provincies daar voldoende instrumenten voor hebben. Mijn grote pleidooi is: dat inzicht hebben we niet. Als volksvertegenwoordiger — niet als Statenlid, maar als volksvertegenwoordiger — weet ik dus ook niet of het geld dat op dit moment naar de provincies gaat, voldoende is voor de taken die ze hebben en voor de instrumenten die ze daarbij krijgen.

Ik denk dat dit voldoende is voor nu. De rest kunnen we buiten deze vergaderzaal doen.

De voorzitter:

Kort nog, de heer Kemperman.

De heer Kemperman (FVD):

Ik houd het zeker kort. Ik zeg tegen mevrouw Fiers, uiteraard via de voorzitter, dat het klopt dat provincies dat complete instrumentarium hebben en inmiddels al opschalen naar het semivrijwillig aanwijzen van gronden met bestemmingen. Daardoor drukken ze inderdaad de marktprijzen en ligt onteigening om de hoek. Ik kan u meegeven dat dat inderdaad al in de provinciale gereedschapskisten is opgenomen.

De voorzitter:

Dank nogmaals aan mevrouw Fiers voor haar bijdrage in tweede termijn. Het woord is aan de heer Lievense namens de fractie van de BBB.