Verslag van de vergadering van 26 mei 2026 (2025/2026 nr. 30)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 12.07 uur
De heer Schalk i (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Natuurlijk dank aan het College van Voorzitter en Ondervoorzitters, en de ondersteunende griffiers, die ongelofelijk veel werk hebben verricht voor deze gedragscode. In de aanloop naar deze termijn heb ik ook contact gehad met de griffier om een paar onderdelen voor mijzelf nog wat scherper te krijgen. Die zijn vandaag ook allemaal aan de orde geweest. Ik loop een paar punten langs.
Ik denk dat het van belang is dat we blijven praten over de gedragscode. Toen ik deze in eerste instantie zag, dacht ik bij mezelf: hoe voorkom je nou dat Kamerleden min of meer vogelvrij worden? Iedereen kan namelijk van alles en nog wat roepen. Daar zijn mijn vragen dan ook op gericht geweest. Ik schrok eerlijk gezegd wel een beetje van het percentage van 10% van de incidenten. De voorzitter van het CVO heeft gezegd dat dat een gebruikelijk percentage is binnen overheidsinstanties. Dat maakt het niet beter, zeg ik erbij. Dat maakt het alleen maar erger. Het staat een beetje buiten deze gedragscode, maar als dit een pmo uit 2022 was, dan vind ik 2026 best wel laat voor een volgende. Is dat een normale termijn, zou ik willen vragen, maar dat vraag ik dan meer aan het CVO in zijn algemeenheid. Wat kan het CVO samen met de griffie doen om dat percentage naar beneden te halen? Als je in andere organisaties dit soort percentages tegenkomt, dan worden raden van toezicht of colleges van commissarissen en dergelijke meestal heel erg zenuwachtig. Dan wordt er gevraagd: hoe krijgen we die cijfers naar een ander niveau?
Door het gesprek, ook vandaag, is het voor mij duidelijker geworden dat deze gedragscode de positie van de twee kanten probeert te bewaken. Daarvoor hadden we de toelichtingen wel nodig, en misschien ook het gesprek van vandaag. In die zin heb ik gekeken of deze gedragscode dat voldoende aangeeft. Wat dat betreft vond ik het van belang om te horen dat we inderdaad de hele geschiedenis van dit gebeuren meenemen bij de vraag hoe je het zou moeten duiden. Ik kan me echter voorstellen dat we, zeker nadat we dit een tijdje in behandeling hebben en zien of dit werkzaam is, concluderen dat we sommige begrippen of andere gegevens nog moeten verduidelijken. Het moet eigenlijk een soort levend document worden.
De figuur van de vertrouwenspersoon heeft een hele belangrijke rol. Zoals ik het nu lees en begrijp, is die alleen maar geschikt voor de melder. Zodra de melder bij de vertrouwenspersoon is geweest, is er op dit terrein dus geen vertrouwenspersoon meer voor de beklaagde. "Twee vertrouwenspersonen" staat hier nu gewoon niet in. Dan zou ook heel erg goed verduidelijkt moeten worden dat de ene vertrouwenspersoon voor de ene kant is en de andere voor de andere kant. De voorzitter van het CVO heeft aangegeven: wacht even, daar heb je je raadsman voor. Zojuist, bij de beantwoording van de vragen van mevrouw Van Aelst, noemde de voorzitter van het college het woord "raadslieden". Dat vond ik eigenlijk al passender, maar de voorzitter van het college heeft aangegeven dat we er breed naar moeten kijken. "Raadsman" kan dus betekenen dat je er meerdere kunt hebben. Dat zal worden verduidelijkt in flyers en dergelijke, zodat het meteen, onmiddellijk, glashelder is wat daarmee bedoeld wordt zodra iemand daarmee te maken heeft.
Voorzitter. Daar zaten mijn zorgen nog een beetje. De antwoorden op mijn vragen waren in een groen mapje gestopt. Dat geeft aan welke kleur mijn advies aan mijn fractie zal hebben wat betreft de beantwoording.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Van Bijsterveld.