Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 11.19 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter, dank u wel. Ik zal mij vandaag vooral richten op het stelsel van het pact en ik zal niet de behandeling van een aantal weken geleden over gaan doen. Wat daar gezegd is, zoals "geen kinderen in de cel" et cetera en de vragen die de collega's al gesteld hebben, staan nog steeds. Daar sluit ik me van harte bij aan.
Voorzitter. Het is voor de SP een raadsel waarom deze minister ook met dit wetsvoorstel blijft voortmarcheren onder de vlag van "het strengste asielbeleid ooit" van het kabinet-Schoof, want dat is wat er gebeurt. We hebben vorige week via de Wet open overheid allemaal kennis kunnen nemen van de beschamende manier waarop het kabinet-Schoof probeerde het noodrecht in te zetten en het parlement te passeren. Is dit ook de werkwijze waarop deze minister van plan is om zijn portefeuille vorm te geven, is mijn eerste vraag aan de minister.
Voorzitter. De Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 is ingevuld conform het regeerprogramma uit 2024 van het kabinet-Schoof, aldus de memorie van toelichting bij dit wetsvoorstel. Dat regeerprogramma uit 2024 van het kabinet-Schoof bevatte echter ook de volgende tekst. "Tegelijkertijd moet Europese wetgeving niet verder gaan dan strikt noodzakelijk. Wat betreft dit kabinet komen er geen nieuwe nationale koppen op Europees beleid." Vervolgens presenteerde het kabinet-Schoof dit wetsvoorstel zijnde een verzameling nationale koppen op Europese wetgeving en neemt het kabinet-Jetten dit onverkort over; hoe ongeloofwaardig wil je het maken?
Voorzitter. De Raad van State heeft in zijn advies ook nadrukkelijk gewezen op de aanwijzingen 9.4 en 9.5 van de aanwijzingen voor de regelgeving. "Met deze invulling wordt niet voldaan aan het uitgangspunt dat bij de implementatie en uitvoering van Europese verordeningen en richtlijnen in de Nederlandse nationale rechtsorde in de regeling geen extra nationaal beleid wordt meegenomen (zuivere/beleidsarme implementatie) en dat de wijze van implementatie zo min mogelijk lasten oplegt (lastenluwe implementatie)." Hoe vindt de minister zelf dat het gelukt is om met dit wetsvoorstel zuiver, beleidsarm en lastenluw het Asiel- en Migratiepact te implementeren, is mijn vraag. Graag een reactie.
Voorzitter. Voor de SP-fractie is de wijze waarop de minister de uitvoering van het Asiel- en Migratiepact vorm denkt te kunnen geven, onbegrijpelijk. Bij alle maatregelen zoekt de minister de absolute ondergrens op van wat nog mag van Europa, of althans van wat de minister denkt dat nog mag. De minister maakt hierbij naar mijn mening een cruciale denkfout. De uitvoering van het Asiel- en Migratiepact is meer dan het uitvoeren van een aantal, op zichzelf staande, individuele maatregelen. Het pact is een stelsel van maatregelen. Alles hangt met elkaar samen en alles werkt op elkaar in. Dit betekent dat je voor de juridische houdbaarheid ook naar het stelsel als geheel moet kijken en niet alleen naar de afzonderlijke maatregelen. De optelsom van de maatregelen kan tot een stelsel leiden dat strenger is dan toegestaan. De uitkomst is namelijk meer dan de som der delen. En dat brengt de houdbaarheid van het Nederlandse stelsel in gevaar.
Dat juridische risico wordt nog vergroot naarmate maatregelen verder aan de onderkant van wat nog is toegestaan, worden vormgegeven. De maatregelen in deze wet zijn de absolute bodem. Lager mag niet; het is de bodem. Niet omdat het van Europa moet, maar omdat het kabinet-Jetten daarvoor kiest en daarmee de uitvoering tot een juridische schietschijf maakt. Door de grenzen van het toelaatbare, de juridische bodem, op te zoeken, lokt de minister zelf de gang naar de rechter uit. Erkent de minister dit? Waarom kiest hij hiervoor?
Voor een stabiele uitvoering van een stelsel van vergunningen, welk stelsel dan ook, is rechtszekerheid cruciaal. Met dit stelsel, gebaseerd op de juridische bodem, neemt de minister wat de SP betreft onaanvaardbare risico's voor de uitvoering. Ieder juridisch vangnet ontbreekt. Bij de minste tegenslag zakken de maatregelen door de bodem. De juridische vormgeving aan de ene kant en de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid aan de andere kant zijn communicerende vaten. Naarmate juridische maatregelen wankeler worden, zullen de risico's voor de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid toenemen. De minister heeft die keuze nu gemaakt. Dan moet niet straks de rechter de schuld krijgen als de minister terechtgewezen wordt. Dat is een rechtstreeks gevolg van de keuzes die de minister maakt en verdedigt. Erkent de minister dit? Graag een reactie.
Kan de minister nog eens toelichten waarom dit kabinet ervoor heeft gekozen om de aanpak van kabinet-Schoof een-op-een door te zetten? Een correctie door de rechter betekent immers dat de uitvoering meteen onder druk komt te staan voor gelijke zaken. Waarom is er niet meer juridische zekerheid voor de uitvoering ingebouwd, weg van de bodem en met meer juridisch vangnet? De wil om te procederen neemt af naarmate de zekerheid van afwijzing toeneemt. Ik kan dat vanuit mijn eigen vergunningverlenende praktijk voor de grote risicovolle bedrijven in Nederland onderschrijven en onderbouwen. Met iets minder strenge maatregelen, maar meer juridische zekerheid haal je uiteindelijk betere resultaten met minder procedures. Waarom kiest de minister hier niet voor? Is dit eigenlijk wel overwogen of is er gewoon doorgegaan waar kabinet-Schoof ophield? Dat is mijn vraag aan de minister.
Voorzitter. Kijkend naar de afzonderlijke inhoudelijke onderdelen van de wet heeft de SP nog een aantal vragen. We hebben de afgelopen week veel mails ontvangen met verhalen van mensen met vooral een Turkse achtergrond. Dat waren mensen in procedure of mensen die al een status hebben. De vraag die zich daarbij bij mij opdrong, is of er bij de uitvoering van het Asiel- en Migratiepact een samenloop is met het Associatieverdrag tussen de EU en Turkije uit 1963 en de standstillbepaling uit 1980. Klopt het dat Turkse vluchtelingen of subsidiair beschermden die langere tijd rechtmatige arbeid in loondienst verrichten, een voortgezet verblijfsrecht op grond van artikel 6 van Besluit 1/80 opbouwen als zij aan de voorwaarden van die bepaling voldoen? En klopt het dat zij in Nederland, vanwege de standstillbepaling van artikel 13 van dat besluit zelfs al na drie jaar legale arbeid een duurzaam verblijfsrecht krijgen? Zo ja, wat betekent dit voor de nareis van familieleden? Weet de minister om welke aantallen dit gaat? Ik krijg graag een verduidelijking van de minister op deze vragen over wat het EU-Turkije-associatieverdrag betekent voor de uitvoering van dit pact en of daarmee het pact buiten werking blijft voor sommige groepen.
Voorzitter. Het ontbreken van overgangsrecht voelt vreselijk oneerlijk. Het leven van wachten in onzekerheid is moeilijk en zwaar; de dagelijkse gang naar de brievenbus. Maar het zicht op een stip aan de horizon kan die zwaarte verlichten. Veel mensen zien die stip op de horizon nu verdwijnen. Mijn vraag aan de minister is of het niet invoeren van overgangsrecht een eigen keuze van het kabinet-Jetten is of dat dit dwingend vanuit het pact is voorgeschreven. Had Nederland mogen kiezen voor overgangsrecht en, zo ja, waarom is die keuze niet gemaakt door dit kabinet? Graag een uiteenzetting door de minister.
Voorzitter. Het al dan niet slagen van dit pact zal voor een groot deel afhangen van de uitvoering van wat ik gemakshalve nog maar even de Dublindoctrine blijf noemen: dat asielzoekers kunnen worden teruggestuurd naar het land waarin zij de EU binnen zijn gekomen en een aanvraag hadden kunnen doen. We kunnen na zoveel jaar — ik ga op dat dossier ook meer dan twintig jaar terug — zo langzamerhand met elkaar wel vaststellen dat Dublin aantoonbaar niet heeft gewerkt. Waarom zou dat nu wel gaan werken, vraag ik de minister. Bij de technische briefing heb ik die vraag op een andere wijze gesteld om de ambtenaren niet met een politieke vraag te belasten, maar ik vraag het nu aan de minister.
Zou Dublin werken, dan worden immers bijna alle asielzoekers teruggestuurd naar Spanje, Cyprus, Italië en Griekenland. Daarbij zouden alle asielzoekers na drie maanden ook mogen gaan werken in die vier landen. Is dat hoe de minister het voor zich ziet? Zou het pact zo moeten gaan werken? Hoe realistisch is dat? Griekenland heeft al aangegeven dat dit niet uitvoerbaar is en dat het ook niet zo uitgevoerd zal worden wat de Grieken betreft. Begrijpelijk, zeg ik daarbij, want eerder hebben de zuidelijke landen namelijk al ervaren dat de solidariteit van de noordelijke landen voor wat betreft het overnemen van asielzoekers alleen op papier bestond. Die ervaring hebben zij al opgedaan. In de praktijk kwam daar namelijk niets van terecht, van die solidariteit.
Ik begrijp hun gerechtvaardigde scepsis over waarom het nu anders zou zijn, zeker als landen als Nederland al vooraan in de rij staan om te melden dat Nederland dat overnemen wel af gaat kopen voor meer dan €20.000 per asielzoeker. Het is toch zo dat je niet naar believen maar af kunt kopen, dat er een maximum is aan het aantal asielzoekers dat door andere landen dan Spanje, Cyprus, Italië en Griekenland kan worden afgekocht? Het is toch zo dat als dat maximum bereikt is, een verplicht en bindend solidariteitsmechanisme in werking treedt, waarbij asielzoekers over de andere Europese landen worden verdeeld en daarnaar worden doorgestuurd, en dat landen daar gedwongen aan moeten meewerken? Het is een Europese spreidingswet in dit pact. Graag een duiding van de minister van of dit klopt en over welke aantallen we dan spreken als het gaat om Nederland. Bij welke aantallen treedt dit mechanisme in werking en welke aantallen zal Nederland dan alsnog in eigen procedure moeten nemen naast de al gedane afkoop? Ik hoor het graag van de minister.
Een realistische voorbode van hoe het kan gaan, zijn de mensen uit de Palestijnse gebieden die met een door Griekenland verleende status mogen doorreizen en zich inmiddels voor een herhaalde aanvraag in Nederland melden. Kan de minister uitleggen of Griekenland hier vooruitlopend op de inwerkingtreding van het pact conform het pact heeft gehandeld of dat we hier al een voorbode zien van wat we vaker mee zullen gaan maken? Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Over de Spreidingwet gesproken, kom ik nog op het volgende. Dat moet mij toch even van het hart. Ik ben verbijsterd door het feit dat mensen die de eed hebben afgelegd voor een publiek ambt en daarbij hebben gezworen of beloofd trouw te zijn aan de Grondwet en gezworen of beloofd hebben de Nederlandse wet te eerbiedigen en na te leven, menen dat dit voor de Spreidingswet niet zou gelden. Iedere burgemeester of wethouder die meent de Spreidingswet niet na te hoeven leven, ieder raadslid of parlementslid dat dat meent, handelt in strijd met die ambtseed. En het als Kamerlid en al helemaal als fractievoorzitter van de tweede regeringspartij oproepen van burgemeesters, wethouders en raadsleden om zelf maar te bepalen of ze een wet naleven, is het oproepen om te handelen in strijd met de door hen afgelegde ambtseed. Zo'n oproep is ongehoord en verwerpelijk. Dat geldt overigens ook voor ministers, en zeker ook voor een vicepremier, die niet volmondig uitspreken dat de Spreidingswet zolang die niet overbodig is onverkort moet worden uitgevoerd, conform de eed die zij als ministers ten overstaan van de Koning hebben afgelegd. Dit moest mij even tussendoor van het hart.
De voorzitter:
Daarover een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ook even tussendoor, voorzitter. Ik heb toch een vraag aan de heer Janssen van de SP. De Spreidingswet, of de asieldwangwet zoals ik 'm liever noem, bestaat niet uit mechanisch medebewind. Dus als een burgemeester, een lokale bestuurder of wie dan ook in het publieke domein zegt "we gaan 'm niet onverkort uitvoeren", dan zegt die niks verkeerds, want de wet biedt juist gelegenheid voor overleg voordat er onverkorte uitvoering wordt gevraagd. Deelt de heer Janssen mijn opvatting dat er geen sprake is van mechanisch medebewind en dat daarmee eigenlijk niks verkeerds wordt gezegd als iemand zegt: wij gaan 'm niet onverkort uitvoeren?
De heer Janssen (SP):
Nee, want als iedereen dat zegt, hebben we dus geen uitvoering van de wet. Daarmee is het in strijd met het naleven van de in Nederland geldende wetten. Dat geldt zeker voor mensen die oproepen om vooral als gemeente die wet niet uit te voeren.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik hoorde hier in het debat helaas ook allerlei oproepen om vooral illegaliteit niet aan te pakken, om die niet strafbaar te maken, om die illegalen hier maar hun gang te laten gaan. Dat zijn toch ook mensen die vooral weinig te maken willen hebben met onze rechtsstaat en onze wetten. Ik heb heel veel parlementariërs, volgens mij ook van de SP, ook horen zeggen: we willen die illegalen gewoon hun gang laten gaan als die er lak aan hebben als er een uitspraak is gedaan dat ze dit land moeten verlaten, en het dan maar tolereren als ze lak hebben aan onze wet- en regelgeving. Hoe verhoudt zich dat dan tot de opvattingen van de heer Janssen van de SP?
De heer Janssen (SP):
A heb ik dat niet zo gezegd, dus de heer Van Hattem verzint dat waar ik bij sta. Ten tweede is het zo dat wij hier in dit parlement de minister en de regering tot van alles kunnen oproepen: tot medemenselijkheid, tot kijken of er oplossingen zijn voor mensen die in de problemen zitten of voor ongedocumenteerden. Daar kunnen wij de regering toe oproepen. Er is niks mis mee om in het parlementaire debat de regering tot zaken op te roepen. Het is iets anders als wij gemeenten, of burgemeesters of wethouders of raadsleden, oproepen om de wet niet na te leven. Dat vind ik een groot verschil en daar trek ik de grens.
De heer Van Hattem (PVV):
Het is juist een grote vorm van medemenselijkheid om te voorkomen dat een leefomgeving totaal wordt verziekt met een afgedwongen azc in een gemeente en dan een oproep te doen richting een gemeente of een minister om te voorkomen dat er een azc komt via die verschrikkelijke Spreidingswet of asieldwangwet. Dat is toch juist ook medemenselijkheid? Of ziet de heer Janssen dat soms niet als medemenselijkheid richting onze eigen inwoners?
De heer Janssen (SP):
Nee. De heer Van Hattem en ik hebben totaal verschillende opvattingen over medemenselijkheid. Zoals hij in het debat een paar weken geleden zei: ik heb niks met gevoel. Dat laat hij ook steeds weer blijken.
Voorzitter. Ik heb gezegd wat ik wilde zeggen over de ambtseed en de oproepen om vooral de wet niet na te leven. Maar wat zich hier in ieder geval duidelijk toont, is dat je niet 43 COA-locaties kunt sluiten, vaak tegen afspraken met gemeenten in, en duizenden werknemers van de IND en het COA kunt ontslaan, zoals minder dan tien jaar geleden is gebeurd door VVD-staatssecretaris Dijkhoff, want daarvan zien wij nu de gevolgen. Gemeenten zeggen terecht: "Je hoeft niet meer bij mij aan te kloppen. We hadden destijds een afspraak. Die is door het kabinet geschonden, dus kom nu niet opnieuw bij mij aan." Ik begrijp dat.
Voorzitter. De SP voorziet grote problemen bij de uitvoering van de Nederlandse invulling van dit pact. Dat mag duidelijk zijn. De uitvoerende instanties zijn niet klaar en de rechterlijke macht heeft aangegeven vast te zullen lopen door de gekozen invulling, maar het lijkt de minister niet te raken. Het beleidstoneel van "het meest strenge asielbeleid ooit" wordt ook door het kabinet-Jetten uitgedragen en voortgezet. Naar de mening van de SP is het land niet gebaat bij het op papier meest strenge asielbeleid ooit. Het land is gebaat bij het meest uitvoerbare, rechtvaardige en rechtmatige asielbeleid ooit, een beleid dat standhoudt bij de rechter en recht doet aan de situaties van mensen, en dat niet voortdurend moet worden bijgesteld omdat de juridische bodem van het stelsel van dun ijs blijkt te zijn in plaats van stevig beton. Het nu voorliggende wetsvoorstel is juridisch namelijk een Elfstedentocht over één nacht ijs. Wees niet verbaasd als u met uw uitvoering door het ijs zakt, zeg ik tegen de minister, want u had dit kunnen weten, maar koos er zelf voor, tegen beter weten in. Daar is het land niet mee geholpen en de mensen om wie het gaat al helemaal niet.
Ik kijk uit naar de beantwoording van mijn vragen door de minister.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Schalk van de SGP.