Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 21.09 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter, dank u wel. De regering gaat bezuinigen op de gezondheidszorg. En voor degenen die nu denken dat ik de verkeerde debattekst heb meegenomen: ik kan u geruststellen. Het kabinet gaat bezuinigen op het basispakket en dat doet het door het schrappen van behandelingen. Het daarbij gehanteerde criterium is dat het kabinet alleen datgene wil "wat bewezen meerwaarde heeft". Vandaag zal ik daarom de voorliggende asielwetten en de novelle langs de meetlat van het kabinet van de bewezen meerwaarde leggen.
Voorzitter. Ik begin met de novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf, of liever gezegd met de halfslachtige poging van het kabinet om het deelnemen aan een misdrijf door hulp bij het misdrijf van illegaal verblijf aan strafbaarheid te onttrekken. Met die aanduiding maak ik ook wel meteen de beoordeling van de SP-fractie van deze novelle duidelijk. Er is een goede Nederlandse uitdrukking voor de positie waar het kabinet zich in heeft gebracht: jezelf in een hoek verven. Als de novelle namelijk geen meerderheid zou halen, blijft hulp bij illegaal verblijf sowieso strafbaar. We hebben in de Tweede Kamer gezien tot welk stemgedrag dat heeft geleid.
Voorzitter. Laten we alstublieft ophouden met het de hele tijd alleen maar over die kom soep te hebben. Dat is echt een versimpeling van de feitelijke situatie. Het gaat om veel meer dan dat. Erkent de minister dat ook? Ik zei het straks al bij interruptie: ik begrijp de zorg en de verontwaardiging van alle mensen en organisaties die in lid 2 van artikel 108 Vreemdelingenwet worden aangesproken. Ik begrijp die verontwaardiging en zorg heel goed. "Deelnemen aan dit misdrijf anders dan als pleger is niet strafbaar." Hier staat onomwonden dat deze mensen deelnemen aan een misdrijf, en dat steekt hen op een vreselijke manier. Dat brengt hen ook in gewetensnood. Zij nemen deel aan een misdrijf. Erkent de minister dit?
Voorzitter. Over de samenloop van artikel 108a Vreemdelingenwet met artikel 197a Wetboek van Strafrecht en artikel 140 Wetboek van Strafrecht is niet of in ieder geval onvoldoende nagedacht door de minister, naar mening van mijn fractie. Door die samenloop kan de vrijwilliger die koffie schenkt aan een illegaal in Nederland verblijvende vreemdeling door die handeling nog steeds een vervolgbaar misdrijf plegen. Kan de minister dat bevestigen? Deze novelle maakt namelijk geen sluitend einde aan het deelnemen aan een misdrijf door een maatschappelijke organisatie, een hulpverlener, een kerk of een wijkteam. Het kabinet maakt van al deze mensen, naar hun gevoel, misdadigers. Misdadigers die misschien niet gestraft worden, maar wel aan een misdrijf deelnemen. Graag een reactie van de minister.
Voorzitter. Terug naar artikel 108a van de Vreemdelingenwet, het hulp bieden aan illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen die op basis van 108a, lid 1, een misdrijf plegen. Hoe denkt de minister dat deze mensen, deze deelnemers aan een misdrijf, deze hulpverleners worden gezien door een omgeving die steeds verder verhardt en steeds vijandiger is? Zij helpen misdadigers, illegale vreemdelingen. Heeft de minister gezien hoe burgers worden benaderd die vóór de komst van een azc zijn, hoe raadsleden worden geïntimideerd? Graag een reactie van de minister op de vraag of over dit gevolg voor deze mensen, voor deze hulpverleners is nagedacht en wat daarbij de afweging is geweest.
Voorzitter. Het probleem waar ik al op doelde ...
De heer Van Hattem i (PVV):
Deze discussie heb ik al een paar keer voorbij horen komen, over het al dan niet medeplegen of deelnemen aan een strafbaar feit. Maar ik moet eerlijk zeggen: ik heb het nog even goed nagelezen. De memorie van toelichting bij de novelle is niet heel duidelijk, want die schetst eerst allerlei verschillende opties die overwogen kunnen worden. Uiteindelijk wordt dan halverwege een alinea duidelijk gezegd dat er wordt gekozen om alle deelnemingsvormen, uitgezonderd het plegen zelf, uit te sluiten. Dat betekent dat de genoemde strafbepaling zich alleen uitstrekt tot de pleger. Het staat dus wel heel duidelijk in de memorie van toelichting dat andere deelnemingsvormen, medeplegen, medeplichtigheid, hier absoluut niet onder vallen. Is de heer Janssen dat met mij eens?
De heer Janssen (SP):
Dat is de tekst van de memorie van toelichting, en het staat ook zo in de novelle, maar mijn punt gaat iets verder, namelijk over het gevoel van die mensen, dat zij nog steeds deelnemen aan een misdrijf en daarvoor straffeloos worden gesteld. Dat is mijn punt.
De heer Van Hattem (PVV):
Maar wij zitten hier in de Eerste Kamer om de wetteksten en de memorie van toelichting, in dit geval de memorie van toelichting bij de novelle waar ik uit citeer, te beoordelen. En gevoelens, die kunnen we hier niet beoordelen. Dat is natuurlijk veel lastiger. Is de heer Janssen het met mij eens dat het, zoals het in de novelle, althans de memorie van toelichting bij de novelle, omschreven is, wel duidelijk is op dit punt?
De heer Janssen (SP):
Nou ja, die is in zoverre duidelijk dat mensen vrijgesteld worden van straf, terwijl ze toch deelnemen aan een misdrijf. Zo staat het in de letterlijke tekst van de novelle. We hebben het heel veel over de memorie van toelichting. Ik moet eerlijk zeggen — ik zei dat ook al in een interruptie — dat wij de afgelopen twee jaar wel heel vaak gehoord hebben: ja, dat staat wel in de memorie van toelichting bij een wetsvoorstel of bij een wet die is aangenomen, maar de wereld is ondertussen veranderd en wij zien het nu echt anders, dus we moeten het toch op een andere manier gaan doen. En daarbij werd dan verwezen naar de letterlijke wetstekst. Ik hecht dus heel erg aan een letterlijke wetstekst. Ik zeg het met alle respect, maar ik vind het minder belangrijk wat er als toelichting in de memorie van toelichting staat, omdat dit geen kracht van wet heeft en alleen ondersteunend kan zijn bij een eventuele gerechtelijke procedure.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Maar met gevoelens kunnen we helemaal niks. We zitten hier toch wel echt om te bekijken wat er in de wetsgeschiedenis staat. Daarin staat heel duidelijk dat bij deze specifieke strafbepaling — er is dus afgeweken van de reguliere systematiek van het Wetboek van Strafrecht; dat staat er ook nog bij — "de toepasselijkheid van de overige deelnemingsvormen geheel wordt uitgesloten". Verderop staat nog: "Het onverkort uitsluiten van de genoemde deelnemingsvormen, waaronder medeplegen en medeplichtigheid (…)." Hoeveel duidelijker kan het zijn?
De heer Janssen (SP):
Daar kom ik in de rest van mijn betoog nog op terug.
Voorzitter. Ik was bij mijn vraag aan de minister over zijn reactie op wat dit betekent voor mensen. Ik verwees naar hoe voorstanders van een azc, gemeenteraadsleden die voor een azc zijn, worden benaderd en geïntimideerd. Kan de minister zich voorstellen dat het ook voor mensen die als hulpverlener medepleger van een misdrijf worden zo zal gaan gelden en dat zij daar enorm tegen opzien?
Voorzitter. Ik was bij de samenloop met artikel 197a. Als ik dat artikel afpel, wordt voor mijn fractie duidelijk waarin deze novelle tekortschiet. Artikel 197a, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht is duidelijk. Ik geef even de ingekorte relevante versie. "Hij die een ander behulpzaam is bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland (…) of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat die toegang of doorreis wederrechtelijk is, wordt als schuldig aan mensensmokkel gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie." Denk daarbij aan artikel 1. Als ik daar lid 4 nog aan toevoeg, wordt het nog duidelijker. "Indien een van de feiten, omschreven in het eerste en tweede lid, wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of in vereniging wordt begaan door meerdere personen, wordt gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd." Mijn vraag aan de minister is dus hoe hij kijkt naar de samenloop van het voorgestelde artikel 108a Vreemdelingenwet met dit artikel 197a Wetboek van Strafrecht, gelet op lid 1 en het vervolg daarop? Mijn vraag aan de minister is: kan de minister hier boven iedere twijfel verheven zeggen dat artikel 197a Wetboek van Strafrecht nooit van toepassing kan zijn op mensen die onder het voorgestelde artikel 108a, lid 2, Vreemdelingenwet worden bedoeld? Graag een reactie van de minister.
Ik vraag de minister eigenlijk om eenzelfde uitspraak als het gaat om de mogelijke samenloop met artikel 140 Wetboek van Strafrecht: "boven iedere twijfel verheven: niet van toepassing." Kan de minister dat hier uitspreken? Ik vraag dat omdat ook Buruma hiernaar verwees in het artikel dat inmiddels al een paar keer is aangehaald en dat ook online in het NJB staat. Hij verwees daar ook naar. Volgens hem had ook het zelfstandig delict van artikel 140 Wetboek van Strafrecht uitgesloten moeten worden en niet alleen het deelnemen. Ik hoor daar graag een reactie van de minister op. Zou dat namelijk niet zo zijn en zou dat wel via een omweg nog van toepassing kunnen zijn, dan zou je via lid 5 van datzelfde artikel 140 zelfs een collecte in de kerk tot een misdrijf kunnen maken, namelijk het verlenen van geldelijke of andere stoffelijke steun. Ik zeg niet dat ik dat wil, maar ik probeer hier af te pellen waar er juridisch mogelijk haken en ogen zitten aan hetgeen nu bij ons voorligt. De kerkcollecte als misdrijf: je moet er toch niet aan denken. Dat willen we graag uitsluiten. De vraag aan de minister is of hij ook van mening is dat eigenlijk ook artikel 140 Wetboek van Strafrecht als zelfstandig delict had moeten worden uitgesloten, zoals Buruma aangeeft, en dat de huidige novelle daarmee niet sluitend is qua bescherming voor de hulpverleners.
Voorzitter. De simplificatie van het kokerdenken over het schenken van die kop soep brengt nog een ander probleem aan het licht, te weten dat artikel 2 van deze novelle zich richt op een poging om strafbaarheid bij medemenselijkheid uit te sluiten, tenminste voor maatschappelijke organisaties, hulpverleners, kerk- en wijkteams die handelen om niet, kosteloos, mededogen, barmhartigheid. Maar wat als die kop soep voor €0,50 in het wijkcentrum wordt verkocht aan die illegaal verblijvende vreemdeling? Wat als een buschauffeur die illegaal verblijvende vreemdeling een kaartje verkoopt en van A naar B vervoert? Wat als die vreemdeling op de kerkbraderie een jas wordt verkocht voor €5? Wat dan? Zijn die vrijwilliger in het wijkcentrum, die buschauffeur en die kerkvrijwilliger dan wel strafbaar? Of valt dat ook onder lid 2? Ik kan zo nog honderden voorbeelden geven — dat ga ik natuurlijk niet doen — maar ik vraag wel aan de minister wat er dan gebeurt: zijn die vrijwilligers en die buschauffeur medeplichtig aan een misdrijf waarvoor zij wel vervolgd kunnen worden?
Voorzitter. Dat maakt dat voor mijn fractie deze novelle juridisch wankel is en van goedbedoelende en onwetende mensen mensen maakt die aan een misdrijf deelnemen. Dat is naar onze mening wat deze novelle doet. Die mensen zullen, als zij geluk hebben, daar niet voor worden vervolgd. Maar daar gaat het kabinet dan weer niet over, want dat is een zaak van het Openbaar Ministerie.
Voorzitter. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de niet bewezen meerwaarde. Clingendael, een instituut dat je toch moeilijk onder de vreemdelingenlobby kunt scharen, schreef er vorig jaar al een policybrief over. Ik citeer: "Onderzoek uit binnen- en buitenland laat zien dat dit soort strafbaarstellingen nauwelijks effect hebben op migratiebeslissingen. Migranten worden primair gedreven door veiligheid, economisch perspectief en familierelaties, niet door beleidsvoorstellen of dreiging met onuitvoerbare straffen." Een tweede citaat: "Ervaringen in België, Duitsland, Zweden en Italië — waar illegaliteit reeds enige jaren strafbaar is — laten zien hoe beleid op papier een andere uitwerking krijgt zodra het op straat effect krijgt. Wat opvalt: de maatregel klinkt daadkrachtig, maar blijkt vaak juridisch broos, praktisch onwerkbaar en maatschappelijk ontwrichtend." Einde citaat Clingendael. Wat is de reactie van de minister hierop en waarop baseert hij dat de strafbaarstelling een bewezen meerwaarde zal hebben? Het omgekeerde lijkt het geval als je naar het buitenland kijkt.
Voorzitter. Het mag duidelijk zijn dat de SP niet voor deze strafbaarstelling is, een strafbaarstelling waarbij ook nog eens grote groepen goedbedoelende mensen mogelijk worden gecriminaliseerd en als deelnemers aan een misdrijf worden gezien. Het amendement in de Tweede Kamer, de novelle en de hele strafbaarstelling zijn voor mijn fractie toch echt juridisch broddelwerk en moeten wat ons betreft van tafel, maar dan ook helemaal. Alle adviesorganen zeggen: doe dit niet, het doet meer kwaad dan goed. Stop ermee nu het nog kan, is dan ook de oproep van de SP-fractie aan de minister. Stop met dat stoer doen van het vorige kabinet, dat u heeft overgenomen en ga aan de slag met maatregelen die wél werken. Tot zover de novelle voor dit moment.
Dan heb ik nog een kort woord vooraf voordat ik aan de twee wetsvoorstellen toekom. Heel veel mensen maken zich zorgen over migratie, over de druk op onze voorzieningen, over de woningnood, over de omstandigheden waarin vluchtelingen opgevangen worden, over het aantal arbeidsmigranten en over de spanningen in de samenleving. Die zorgen zijn terecht. Ik bedoel hierbij ook wél arbeidsmigranten. Ook de SP vindt het huidige migratiebeleid niet houdbaar, maar laten we wel precies zijn: migratie is meer dan asiel. Er zijn in Nederland op dit moment tussen de 800.000 en 1,2 miljoen arbeidsmigranten; niemand weet eigenlijk precies hoeveel het er zijn. Dat geeft ook een enorme druk op onze buurten en sociale voorzieningen en de woningvoorraad. Daarmee doe ik niets af aan de problemen in de hele asielketen, die door het falen van opeenvolgende kabinetten zijn ontstaan, want die problemen moeten worden aangepakt. Maar asiel de schuld geven van alle problemen in Nederland gaat ons veel te ver. Tot zover mijn woord vooraf.
Dan kom ik bij de twee wetsvoorstellen. Ik kan daar korter over zijn omdat die door voorgaande sprekers al behoorlijk ontleed zijn in de afgelopen uren, maar ik zal bij beide wetsvoorstellen de minister in ieder geval één gelijkluidende vraag stellen: wat moet dwingend van Europa en wat doet Nederland daar zelf als extra maatregelen nog bovenop? Dit betreft de zogenaamde Nederlandse kop op Europese wetgeving. Ik vraag dit omdat ik weet dat er bij verschillende partijen in deze Kamer enorme weerstand is tegen Nederlandse koppen op Europese wetgeving. Die zijn altijd bijzonder helder: alleen datgene doen wat van Europa dwingend moet en vooral niet meer dan dat.
Voorzitter. Het aantal asielaanvragen in heel Europa is lager dan in voorgaande jaren. Dat aantal neemt gelukkig weer wat af, al moeten we daarbij wel zeggen dat naarmate er meer oorlogen worden begonnen, die aantallen weer toe kunnen nemen. We zien echter dat we ongeacht het aantal aanvragen wel een groot probleem hebben met een kleine groep overlastgevende veiligelanders.
De heer Schalk i (SGP):
Eindelijk begrijp ik waar vorige week de vraag van de heer Janssen over ging bij het debat over de regeringsverklaring. Die vraag ging over de koppen op EU-wetgeving.
De heer Janssen (SP):
U was daar zo helder over.
De heer Schalk (SGP):
Dat ben ik nu weer. Op dit moment, zeg ik tegen de heer Janssen, geeft de EU al ruimte voor een tweestatusstelsel. Dat we dat in Nederland niet doen, is dus weer zo'n kop op de EU-wetten. Hetzelfde geldt voor het verkorten van de verblijfstermijnen. Bij ons gaat het om vijf jaar, terwijl de EU drie jaar als minimale eis geeft. We hebben nu dus ook van die koppen. Daar moeten we van af. Het helpt dus geweldig als we deze wetten aannemen.
De heer Janssen (SP):
Ik heb niet anders gezegd dan dat ik de minister zal vragen welk deel van de wetgeving een Europese kop is en welk deel niet. Het feit dat er van Europa ruimte is … Alles mag van Europa, tenzij het niet mag van Europa. Zo simpel is het. Maar dat is geen kop. Een kop is dat het niet hoeft en dat het niet dwingend wordt voorgeschreven, maar dat we daar toch iets extra's op doen, bijvoorbeeld op milieubeleid of anderszins. Daar is natuurlijk vaak weerstand tegen. Er wordt dan gezegd: we doen meer dan Europa dwingend van ons vraagt. Het is dus niet meer dan een vraag geweest, meneer Schalk. Ik was blij dat u daar vorige week zo duidelijk over was, en nu naar uw gevoel weer.
Voorzitter. Ik had het over die kleine groep overlastgevende veiligelanders die de boel verzieken, zorgen voor onveiligheid en overlast en daarmee ook grotendeels het beeld bepalen. Voor de SP is het dan ook volkomen duidelijk dat die overlastgevers liever vandaag dan morgen moeten worden aangepakt en uitgezet, maar dat gebeurt al heel veel kabinetten lang onvoldoende.
Voorzitter. De organisatie van de asielketen is ook niet houdbaar. De duur van de gemiddelde asielprocedure is opgelopen tot anderhalf à twee jaar. De Raad van State gaf recentelijk nog aan dat het toch echt zes maanden moet zijn en dat die oprekking tot achttien maanden echt niet kan. Mede daardoor zit de opvang weer barstensvol. Er is geen doorstroom en geen uitstroom. Omdat die opvang zo propvol zit, is er ook zoveel noodopvang. Ik heb daar al veel vaker naar verwezen. Die noodopvang is gewoon stervensduur en een verdienmodel geworden. Het gaat om meer dan 1 miljard euro per jaar aan onnodig uitgegeven belastinggeld.
Ik zeg het volgende al sinds ik in 2017 in de Tweede Kamer mijn eerste bijdrage mocht schrijven voor mijn zeer gewaardeerde collega Jan de Wit. Mijn eerste bijdrage die ik voor hem schreef, ging over het pardon, dat op dat moment in 2017 speelde. In de kern is asiel heel simpel: wie als asielzoeker een beroep doet op het Vluchtelingenverdrag om als vluchteling te worden erkend, wordt beoordeeld in een zorgvuldige procedure die maximaal zes maanden duurt. Word je erkend, dan mag je blijven. Word je niet erkend, dan zul je moeten terugkeren. Eigenlijk is dat de basis van ons asielbeleid. Maar de Asielnoodmaatregelenwet, die in 2024 buiten het parlement om in had moeten gaan, ligt vandaag voor. Het is een wet die vooruit moest lopen op het Europees Asiel- en Migratiepact, hoewel wij destijds de tijd van iets meer dan een jaar om die wetten in te voeren al erg krap vonden. Nu loopt het zelfs gelijktijdig of komt het misschien zelfs nog wel iets later. Wie zal het weten?
Collega's hebben over de acht maatregelen in deze wet al gedetailleerde vragen gesteld waar ik me wel bij aan kan sluiten. Ik zal me beperken tot de twee vragen die ik al noemde. Mijn eerste vraag aan de minister over de acht maatregelen is de volgende. Kan de minister gewoon per maatregel aangeven — ik ga ze niet nog een keer allemaal opnoemen — of die maatregel dwingend moet van Europa of dat die een Nederlandse kop is? Ik heb het dan niet over ruimte, maar over de vraag of wij bewust meer doen dan Europa van ons vraagt. Ik hoor dat graag maatregel voor maatregel van de minister.
Voorzitter. Mijn tweede vraag aan de minister: kan hij per maatregel uit de Asielnoodmaatregelenwet aangeven of die maatregel bewezen meerwaarde heeft of dat die maatregel bedoeld is om te ontmoedigen en om Nederland minder aantrekkelijk te maken? Ik hoor graag van de minister of hij de bewezen meerwaarde kan aantonen, bijvoorbeeld aan de hand van ervaringen en cijfers uit het buitenland.
Voorzitter. We weten hoe sterk het recht op familieleven is. Ik verwijs hierbij, zoals collega's al deden, bijvoorbeeld naar de recente uitspraak in België, hoewel ik daar wel bij moet zeggen dat het ging over het Unierecht en niet over het EVRM.
De heer Lievense i (BBB):
In mijn hoofd ging ik weer even terug naar die technische briefing. Ik hoor de heer Janssen namens de SP aan de minister vragen of hij per maatregel kan aangeven wat het verschil is. Volgens mij was u ook bij die technische briefing, en anders had u die kunnen terugkijken. Daar is ook een heel document bij opgeleverd waarin het volgens mij maatregel voor maatregel beschreven stond. Voor mijn gevoel is het ons dus bekend. Of begrijp ik de heer Janssen verkeerd en bedoelt hij misschien een andere lijst van maatregelen?
De heer Janssen (SP):
Er staan acht maatregelen in de Asielnoodmaatregelenwet en ik hoor graag in dit debat van de minister wat er dwingend van Europa moet en wat een Nederlandse kop is. Het is niet meer dan dat; het kan heel kort. En we hebben heel veel informatie gehad waar we vandaag als Kamer alsnog naar vragen.
Voorzitter, nog een keer. We weten hoe sterk het recht op familieleven is. Ik heb al verwezen naar België, hoewel dat ging over het Unierecht. Kan de minister, met de kracht van artikel 8 EVRM in gedachten, toch nog eens specifiek ingaan op de juridische houdbaarheid van de maatregel in deze wet die de mogelijkheid uitsluit dat nareizende ongehuwde partners en meerderjarige kinderen een afgeleide asielvergunning voor bepaalde tijd krijgen? Hoe juridisch sluitend en houdbaar schat de minister dat in? Of heeft hij zelf ook gerede twijfel en laat hij het op een gerechtelijke uitspraak aankomen in Nederland of in Europa? Dan komen we weer in de molen terecht waarin de minister de rechter op de stoel van het kabinet en de politiek zet, en de rechter het verwijt krijgt dat hij op de stoel van de politiek gaat zitten als hij vervolgens zegt dat het niet mag. Graag een oordeel van de minister dus.
Voorzitter. Dat brengt mij als vanzelf bij het wetsvoorstel voor de invoering van het tweestatusstelsel. Het tweestatusstelsel is in het jaar 2000 met een goede reden afgeschaft. Het leidde tot meer beroepen en procedures, iets waar we nu echt niet op zitten te wachten. We zitten niet te wachten op een kabinet dat zorgt voor nog meer belasting van de uitvoering. Deze maatregel is in het verleden al niet houdbaar gebleken en is dus bewezen niet van meerwaarde. Waarom zouden we de chaos van toen nu weer binnenhalen, vraag ik de minister. Want ook de Raad van State stelt vast dat de redenen voor de afschaffing van het meerstatusstelsel in 2000 nog steeds actueel en relevant zijn voor dit wetsvoorstel. De Raad van State constateert het volgende over de uitvoering: "Het verwachte hoge aantal beroepen heeft verschillende gevolgen voor de IND, de rechtspraak en de advocatuur. De IND zal met het oog op verwachte beroepen uitvoeriger motiveren waarom een vreemdeling geen vluchtelingenstatus krijgt. Ook verwacht de IND een aanvullende belasting door in beroep geconstateerde motiveringsgebreken. De rechtspraak zal in eerste aanleg en in hoger beroep verder meer zaken te behandelen krijgen." Uit de consultatiereacties blijkt dat de IND, de Raad voor de rechtspraak en de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State de alarmbel luiden over deze uitvoeringsconsequenties. Graag een reactie van de minister op dit voorspelbare vastlopen van de uitvoering van het tweestatusstelsel zoals het nu wordt voorgesteld.
Voorzitter. Ook het effect dat deze maatregel zou moeten hebben, wordt door de Raad van State ernstig in twijfel getrokken. Ik doe toch nog maar een citaat: "De potentiële vermindering van de instroom als gevolg van de voorgestelde nareisbeperkingen moet, indien al van daadwerkelijke vermindering sprake zou zijn, evenmin worden overschat." Nou, dat is keurig geformuleerd, maar wat is de reactie van de minister hierop, anders dan het onverminderd vasthouden aan het wensdenken van zijn voorgangers?
Voorzitter. Ik ga afronden. De beide wetsvoorstellen die voorliggen, voldoen naar de mening van de SP-fractie al niet eens aan het eigen criterium van het kabinet van bewezen meerwaarde. Ze zijn naar onze mening vooral gebaseerd op wensdenken en afschrikken. Overigens is dat een effect waarvan onderzoek heeft aangetoond dat het zich niet voordoet. Ook rechters zullen daar heel kritisch naar kijken.
Voorzitter. Ook de inwerkingtreding van het Asiel- en Migratiepact binnen twee maanden maakt dat de wetten die nu voorliggen, naar de mening van de SP overbodig zijn. Ik vroeg bij een van de technische briefings aan de directeur-generaal van de IND wat er eigenlijk gebeurt als we deze wetten aannemen. Nou, dat was eigenlijk niet zo heel veel vergeleken bij de situatie waarin we deze wetten niet zouden aannemen, want het Asiel- en Migratiepact kwam er toch aan en het meeste werd daarin toch al geregeld. Ik chargeer niet; dat was echt haar uitspraak. Als de minister het gedrag van niet meewerken aan uitzetting strafbaar had willen stellen, dus het gedrág, dan had hij dit zo moeten opschrijven in de wet, maar dat staat er nu niet. Het illegaal zijn is nu strafbaar gesteld, en niet het gedrag van niet meewerken aan terugkeer. Ik zei het net al tegen de heer Van Hattem: de memorie van toelichting heeft voor onze fractie onvoldoende kracht en mist de kracht van wet. Daar schiet wat ons betreft de wet tekort en is hij ook een juridische schietschijf geworden.
Voorzitter. De novelle keuren wij echt af, omdat hierin onschuldige derden toch tot medeplegers van een misdrijf worden gemaakt. De samenhang met de artikelen van het Wetboek van Strafrecht roept naar onze mening onzekerheid op en er wordt voorbijgegaan aan de mogelijkheden die er nu al zijn om niet aan hun terugkeer meewerkende vreemdelingen en overlastgevende vreemdelingen aan te pakken. Niettemin kijk ik toch uit naar de beantwoording van de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Toorenburg van het CDA.