Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 9.37 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ook namens mij en onze fractie een woord van welkom aan de minister-president, de vicepremiers en de minister van Financiën. Natuurlijk ook een felicitatie, met name aan de premier als winnaar van de verkiezingen. Wij wensen u allen een goede periode als bewindspersoon toe.
Voorzitter. Anderhalf jaar geleden hadden wij hier ook een debat over de regeringsverklaring. Andere regering, andere verklaring. Tijdens dat debat in oktober 2024 hield ik een verhaal als ware het 2034, als ware ik bijna 80. Ik blikte terug op de ontwikkelingen vanaf 2024, een jaar dat in veel opzichten een dieptepunt was. Het was een verhaal van hoop en optimisme. Toenmalige collega's kunnen het zich wellicht nog herinneren. De premier en de vicepremiers waren daar niet bij; hen treft geen blaam, in tegendeel. Zij bekleedden toen nog het hogere ambt van volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer. Ik kom op twee hoofdpunten van dat verhaal terug.
Terugblikkend vanuit 2034 op 2024 en verder kwam de eerste voorspelling uit. Ik zei dat de VVD een enorme strategische blunder had begaan door de loper uit te leggen voor de PVV, dat het kabinet-Schoof een PVV-kabinet werd en dat papieren verklaringen over de rechtsstaat niet bestand bleken tegen rancuneus rechtse retoriek. Uiteindelijk ontplofte de boel al in het eerste jaar, zo voorspelde ik. Minder juist had ik het als het gaat om welke kansen de val van dat kabinet bood om de stilstand te doorbreken en het vertrouwen op nationaal terrein te herwinnen. Daarover straks meer. De tweede voorspelling ging over de wereld die in brand stond. De voorbeelden waren de agressieve inval van Rusland in Oekraïne en de genocide door Israël na de terroristische aanslag van Hamas op 7 oktober. Het recht, zo betoogde ik terugblikkend vanuit 2034, heeft uiteindelijk gezegevierd.
Voorzitter. We zijn terug in het heden. Het recht kan nog zegevieren. Maar ik moet eerlijk zeggen dat internationaal gezien, met recente voorbeelden als Venezuela, Groenland en Iran, het onrecht aan de winnende hand is. Recht maakt plaats voor macht, diplomatie voor oorlog, democratie voor autocratie. Dat zien we terug in de aanval van de Verenigde Staten en Israël op Iran. Het internationaal recht wordt met voeten getreden. Doelen zijn volstrekt onduidelijk en een exitstrategie ontbreekt. De les van de geschiedenis dat zelden of nooit op deze wijze een afschuwelijk regime aan zijn eind komt, lijkt te worden genegeerd. Het is de overschatting van de militaire macht en de onderschatting van de tegenmacht. Het heeft niets te maken met solidariteit met het Iraanse volk. Wat resteert is mogelijk nog meer repressie in Iran door een regime dat sterker uit de oorlog komt. We zien menselijke drama's in Libanon, een regio die letterlijk in de fik staat en desastreuze gevolgen voor de wereldeconomie. De meest kwetsbare landen en de meest kwetsbaren in alle landen betalen de hoogste prijs.
Heeft de regering nog steeds begrip voor deze oorlog van Trump en Netanyahu? Deelt de regering de analyse dat de relatie tot de Verenigde Staten fundamenteel en blijvend is veranderd en dat dit ander leiderschap vraagt in de richting van de Verenigde Staten? Dan heb ik het nog niet eens over die dramatische economische gevolgen van dit conflict. De voorspellingen dat die nog jarenlang voelbaar zullen zijn, vliegen je om de oren. Wanneer, zo vraag ik de premier, slaat dat begrip om in veroordeling? De woorden van het kabinet dat hier buiten de kaders van het internationaal recht wordt gehandeld, zullen toch een keer omgezet moeten worden in daden. Hebben de Amerikanen ons overigens benaderd om gebruik te maken van ons luchtruim of als doorvoerland voor wapens of munitie, vraag ik de premier. En wat vindt hij van het dreigement van de Amerikaanse president om mogelijk na vannacht alle bruggen en elektriciteitscentrales in Iran te vernietigen?
Voorzitter. Met Den Haag als stad van vrede en recht heeft ons land een traditie hoog te houden. In die traditie zou het de premier passen aan te dringen op het beëindigen van die oorlog. Het past hem en ons op te komen voor vrede en recht. Je kunt discussiëren over het effect dat dit heeft op de Amerikaanse president. We zijn niet naïef. Maar wat we willen zien, is een premier die strijdt voor internationaal recht en voor de-escalatie, en die met zijn terechte Europese ambities strijdt voor een wereldorde waar recht, diplomatie en democratie het winnen van macht, conflict en autocratie. Ik vraag de premier of we dat, uiteraard in zijn eigen woorden, mogen verwachten als hij volgende week de Amerikaanse president ontmoet.
Voorzitter. De gierende snelheid waarmee het internationale krachtenveld zich op een zorgelijke wijze ontwikkelt, staat in schril contrast met de ergerniswekkende stilstand rondom grote nationale uitdagingen. Als les uit het heden en het recente verleden zou de regeringsverklaring van het kabinet-Jetten ook als volgt hebben kunnen beginnen. In dit korte rollenspel speel ik maar even de premier.
"Voorzitter. Ons land staat zowel nationaal als internationaal voor enorme uitdagingen. Mede daarom zit voor u een stabiel kabinet van progressieven, liberalen en christendemocraten. Dat vraagt om vertrouwen, vertrouwen dat we moeten verdienen, vertrouwen dat we hebben verloren. U kent de voorbeelden. We realiseren ons de context. Maar we staan voor enorme opgaven. Wat we kunnen toezeggen, is dat we ons met alle energie die in ons zit, zullen inspannen om dat te doen wat de kern is van ons vak: de democratie en de rechtsstaat versterken, de veiligheid, ook internationaal, bevorderen, sociale mensenrechten als fatsoenlijk werk, goede zorg en onderwijs garanderen, en ons land netjes overdragen aan de volgende generatie. Cruciaal in de vorming van deze coalitie van het midden was de gedeelde zorg over wat we erven, namelijk een land in stilstand, een wereld in crisis en een politiek bedrijf dat vooral met zichzelf bezig was. Dat vraagt om daadkracht, doorbraken en een gezamenlijke visie op de grote uitdagingen in ons land en Europa. Het gevoel van urgentie bracht ons dichter bij elkaar. Daarnaast was er de erkenning van de liberalen dat regeren met de PVV een onbesuisd politiek experiment was dat niet voor herhaling vatbaar is. De verschillen tussen progressieven, liberalen en christendemocraten zijn er, maar wat hielp was het inzicht dat het fundamentele verschil in de politiek het verschil is tussen democratische partijen en niet-democratische partijen, tussen partijen die de rechtstaat willen versterken of ondermijnen, Europa willen versterken of verlaten, het klimaatprobleem erkennen of ontkennen, big tech willen begrenzen of faciliteren. Zo kan ik doorgaan. Scherp zicht op het fundamentele verschil relativeert het onderlinge verschil. Die relativering hielp om een gedeelde visie te ontwikkelen. Ons land is meer gediend bij daadkracht, moed en verbinding dan bij welk politiek experiment dan ook." Zo had de regeringsverklaring kunnen beginnen. Maar het liep iets anders.
We zien een kabinet voor ons dat stoelt op een minderheid van iets meer dan 40% in de Tweede Kamer en nog geen 30% in de Eerste Kamer. Dat wordt nu vooral verkocht als kans, maar de premier was tijdens de formatie toch voorstander van een meerderheidskabinet. Dat kwam er toch niet, omdat de VVD ons uitsloot. Ik vraag de premier dat te bevestigen en te erkennen dat dit minderheidskabinet plan B en niet plan A is. Laat ik er geen misverstand over laten bestaan: dat je in 2023 de loper uitrolt voor een ondemocratische partij als de PVV, met als argument dat je geen partijen en kiezers mag uitsluiten, en twee jaar later de deur dichtgooit naar een democratische beweging als de onze, vind ik onbegrijpelijk en onverantwoord, niet omdat ik de verschillen tussen de VVD en ons onderschat, wel omdat wij van mening zijn dat het niet het meest fundamentele verschil is. Dat zit hem tussen democratische en niet-democratische partijen, zoals ik eerder betoogde. Die analyse kent ook voldoende aanhangers binnen de VVD.
De VVD-keuze van uitsluiting is een graat in de keel en heeft de relatie tussen hen en ons beschadigd. Hoe nu verder, is een legitieme vraag. Laat ik in één ding duidelijk zijn: rancune is een slecht recept voor het bedrijven van politiek. Wrok en verbittering horen niet tot onze drijfveren. Wij zijn professionals met idealen en oog voor de realiteit en we zullen het kabinet met verantwoordelijke oppositie tegemoet treden. Wat is dat dan? Dat betekent dat wij ook hier in de Eerste Kamer ons aandeel willen nemen in het sluiten van akkoorden die Nederland vooruithelpen.
De voorzitter:
Een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik hoor nu al de hele tijd het betoog van Rosenmöller van GroenLinks-PvdA aan met al zijn uithalen richting de PVV. Hij zegt net dat rancune, wrok en verbittering niet zijn drijfveren zijn, maar volgens mij was het betoog dat we net hoorde één lang verhaal van rancune, wrok en verbittering. Mijn vraag aan de heer Rosenmöller is dus: vanwaar toch zo veel rancune, wrok en verbittering richting partijen waar de Nederlandse kiezer wel massaal achter staat? De PVV was bij de afgelopen twee verkiezingen achtereenvolgens de grootste en op een haar na weer de grootste. Waarom dus die rancune, wrok en verbittering richting de Nederlandse kiezers?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Dank voor het feit dat u al mijn begrippen leent. U gebruikt ze in een context die niet de mijne is, maar die van u. Er is geen sprake van rancune, wrok of verbittering op de manier zoals u dat zegt, totaal niet. Kijk, wij verschillen fundamenteel van mening. Wij maken een onderscheid tussen democratische en niet-democratische partijen. U behoort wat ons betreft tot een niet-democratische partij. Daar hebben we het eerder over gehad. Dat gaat niet over uw persoon. Dat gaat over uw beweging of uw partij, die niet democratisch is en die staat voor een aantal waarden die zo ver van de onze staan dat je die uitsluit. Wij maken de analyse dat het verschil met de VVD een fors verschil is, maar dat het overbrugbaar is. We hebben de VVD nooit uitgesloten. Ze hebben ons uitgesloten. Het is eigenlijk een zuivere analyse van datgene wat in de tweede helft van het vorige jaar is gebeurd in de verkiezingscampagne, met gevolgen voor de samenstelling van dit kabinet.
De heer Van Hattem (PVV):
Maar uiteindelijk zijn het wel de kiezers die bepalen. De Nederlandse kiezer zegt: wij willen een geluid horen waarbij er maatregelen worden genomen op het gebied van asiel en migratie en andere zaken waar wij hard op zitten te wachten. En dan vraag ik ook aan de heer Rosenmöller: waarom durft hij met zo veel arrogantie te praten over wat antidemocratisch is en dat soort zaken, terwijl de Nederlandse kiezers een stevig mandaat meegeven? Dat is toch democratie ten top? Daar laat ik het bij.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Het is nog niet arrogant als u zegt dat het arrogant is. Dat werp ik dus verre van mij. En twee: u heeft er natuurlijk gelijk in dat kiezers zich uitspreken. Kiezers hunkeren naar oplossingen. Ik kom daar verder nog over te spreken. Neem de stilstand waar uw partij in het vorige kabinet een belangrijke factor in was. Laat dat de analyse van dit moment zijn: die stilstand is nou precies wat we niet moeten hebben. We moeten Nederland in beweging krijgen en we moeten niet Nederland een land laten zijn van stilstand bij grote vraagstukken, waaronder ook migratie, arbeidsmigratie, volkshuisvesting en ga zo verder. Ik kom er nog over te spreken.
Dus ja, de kiezer heeft partijen een mandaat gegeven. Ja, kiezers willen dat Nederland van het slot gaat en dat Nederland in beweging komt. Maar ik denk eerlijk gezegd dat uw partij een enorme kans gemist heeft om vanuit uw perspectief Nederland in beweging te krijgen. Ik zou bijna zeggen "gelukkig", want het is niet ons perspectief. Dat laat onverlet dat rondom moeilijke en makkelijke vraagstukken Nederland in beweging gebracht moet worden ten opzichte van de stilstand die we de afgelopen twee jaar met een PVV-kabinet hebben gezien.
De heer Dessing i (FVD):
Ik wil eerst even aansluiten bij wat de heer Rosenmöller zegt. Ik ben het eens met GroenLinks-PvdA dat er grote nationale uitdagingen zijn en dat dat een focus zou moeten zijn waar we ons allemaal op zouden moeten richten. Maar ik ben toch even benieuwd naar het volgende. Ik hoor hem zeggen dat een minderheidskabinet eigenlijk een soort plan B is. Het is eigenlijk niet wenselijk. Hoe ziet de heer Rosenmöller dan het feit dat bij een minderheidskabinet de oppositie in beide Kamers, die het hoogste orgaan zijn, de macht juist kan terugpakken om op die onderdelen waar we elkaar kunnen vinden, te zorgen dat we Nederland weer van het slot af krijgen, zoals de heer Rosenmöller zegt? Is het niet juist heel mooi van de democratie dat een minderheidskabinet dat zou kunnen bewerkstelligen?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Laat ik er twee dingen over zeggen. Ik vind het altijd flauw om te verwijzen naar iets wat ik nog ga zeggen. Het kan korter nu. Het heeft ook voordelen. Het heeft voordelen voor de levendigheid van het debat. Het heeft voordelen voor wat je de democratie of een vorm, interpretatie of toepassing van een democratie kunt noemen. Daar zitten wel voordelen aan. Maar, en daar zal ik straks iets uitgebreider over zijn, als je kijkt naar de uitdagingen waar ons land voor staat, zowel nationaal als internationaal, is onze analyse dat het land meer gediend is met een stabiel meerderheidskabinet dan met een minderheidskabinet. Wij hebben dat een riskant avontuur, een riskant experiment genoemd. Dat zou ik er op dit moment van willen zeggen. Ik kom er zo nog uitgebreider over te spreken. Als dat voor u nog interrupties uitlokt, is dat uiteraard aan u.
De heer Dessing (FVD):
Dat begrijp ik. Dat snap ik ook. Ik wacht het vervolg van het verhaal dus graag af. Maar ik ben even benieuwd naar waar de focus ligt. Ik denk dat we niet op allebei, dus op het nationale en het internationale, kunnen focussen. Het moet allebei, maar zou de focus niet moeten liggen op de nationale problemen die er liggen en moeten we niet met elkaar proberen die op te lossen?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Dat denk ik nou weer niet. Natuurlijk moet er focus liggen op de vraagstukken die hier, en met name ook in de Tweede Kamer, heel vaak besproken zijn, zoals stikstof, volkshuisvesting, klimaatvraagstukken, de natuur, die verloedert in plaats van herstelt, en migratie, waar grip op moet komen. Dat soort vraagstukken zijn voor een belangrijk deel nationaal, maar als iets tegelijkertijd internationaal is, dan zijn het wel klimaat en migratie. Ik zou het strakke onderscheid tussen nationaal en internationaal niet willen maken in een wereld waarin zo langzamerhand alles en iedereen met elkaar verbonden is.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Voorzitter. Ik was bij het punt wat dat nou betekent. Dat betekent dus dat wij hier in de Eerste Kamer ons aandeel willen nemen om akkoorden te sluiten die Nederland vooruithelpen. Van onze kant hoort daarbij de bereidheid om concessies te doen, mits de richting de goede is en de rekening eerlijk.
We vragen op voorhand ook iets van het kabinet, en dat gaat over de verhoging van de AOW-leeftijd. Toen ik dat las, moest ik denken aan het begin van mijn loopbaan. Als 22-jarige ging ik, getooid met linksradicale ideologische veren, werken in de haven van Rotterdam. Dat heb ik zeven jaar gedaan. Schepen laden en lossen met honderden collega's. Kistje, baaltje en doosje sjouwen, noemden we dat. Het was zwaar en onaangenaam werk. Vandaar al die spierbundels! Toen was er nog de VUT. Dat was een vervroegde uittredingsregeling, zeg ik voor al die jeugdige senatoren en ministers. De harde werkelijkheid was dat 60% van de bootwerkers die VUT-gerechtigde leeftijd van 62 jaar niet haalde en in de WAO belandde, laat staan de toenmalige AOW-leeftijd van 65 jaar. Na het recente pensioenakkoord, met daarin opnieuw een verdere verhoging, kan ik mijn oude maten, hun kinderen en andere hardwerkende Nederlanders in de bouw, de logistiek, de landbouw of de zorg dat echt niet aandoen. Dat is gewoon niet eerlijk. Daarnaast weten we hoe moeilijk het is om het zwaarbevochten pensioenakkoord, met plussen en minnen, uitgevoerd te krijgen.
Daar komt bij dat de voorspellingen van de kosten nu, ten opzichte van 2019 toen het pensioenakkoord werd gesloten, alleen maar meevallen. Dat moet de premier toch erkennen. Een akkoord dat net is gesloten alweer openbreken, vergroot het wantrouwen dat het kabinet nu juist wil bestrijden. Het is wat ons betreft niet alleen oneerlijk, maar ook onbetrouwbaar. Hoe kunt u van ons, maar ook van de meerderheid van deze Kamer, vragen om in te stemmen met een maatregel waartegen zoveel maatschappelijke weerstand bestaat? Herstel de relatie met de polder, en met name met de vakbeweging, die we moeten prijzen en niet moeten straffen voor de verantwoordelijkheid die zij heeft genomen. Dat is mijn oproep. Ik vraag de premier om af te zien van deze AOW-verhoging en dat vandaag toe te zeggen. Dan wordt dat deel van de valse start van het kabinet in ieder geval hersteld. Het biedt, primair onze Tweede Kamerfractie, de ruimte om met het kabinet afspraken te maken over de onderwerpen die ons land van stilstand in beweging brengen en waar mensen al jaren naar snakken, zeg ik nogmaals tegen collega Van Hattem. Dat is niet makkelijk, maar wel nodig.
De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Van Meenen van D66.
De heer Van Meenen i (D66):
Kan aan het eind van de AOW.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Ja, ehm … Kom maar.
(Hilariteit)
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Ik zou willen dat we bij het einde van de AOW waren.
De heer Van Meenen (D66):
Nou, nee. Dat hoeft niet.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Misschien kan deze interruptie helpen.
De heer Van Meenen (D66):
Zei de ene AOW'er tegen de andere. Kent u die mop?
(Hilariteit)
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Ik ben al bijna 80 jaar, hè, dus al jaren een AOW'er.
De heer Van Meenen (D66):
Ja, ja, ja. Ik begrijp heel goed wat de heer Rosenmöller zegt, los van de vraag of ik het daar precies mee eens ben. In mijn bijdrage kom ik daar straks ook nog op terug. Wat hier een beetje in de weg zit — ik vraag het de heer Rosenmöller en ik hoop dat hij dat ook zo ziet — is het onderscheid tussen doel en middel. Is de heer Rosenmöller het met mij eens dat er wel een probleem is met de toenemende vergrijzing, ook wat betreft de betaalbaarheid van deze prachtige basisbeurs voor oude mensen, om het zo maar even te noemen? Is hij het met mij eens dat er een verschil is tussen het moment dat hij in de haven werkte, toen er negen werkenden op één AOW'er waren, en nu? Als we nog even wachten, zijn het er twee.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Daar ben ik het mee eens. Maar dan neemt u ook wel een tijdspanne. Als u het vergelijkt met de tijd waarin ik in de haven werkte: dat is ruim 45 jaar geleden. Toen was de AOW-leeftijd ook 65 jaar. Daarom hebben we daar ook iets aan gedaan. Dat traject duurde ongeveer tien jaar, voordat werkgevers en werknemers elkaar vonden in een zwaarbevochten pensioenakkoord, met plussen en minnen. Parallel daaraan ontstond een politieke coalitie om dat ook politiek mogelijk te maken. Onze partijen maakten daar onderdeel van uit. Daardoor is de AOW-leeftijd ook gaan stijgen.
De heer Van Meenen (D66):
Zeker.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Dus het probleem is in belangrijke mate opgelost met het pensioenakkoord dat we hebben. En dan wil ik daar graag nog één ding over zeggen. Toen is natuurlijk ook bekeken hoeveel dat kost als aandeel van het bbp. De kosten werden toen hoger voorspeld dan ze zijn vandaag de dag. Het probleem is dus in belangrijke mate opgelost en dit hebben we dus niet meer nodig, nog even los van de vraag of de levensverwachting nu nog weer verder stijgt of niet; dat lijkt namelijk niet het geval te zijn.
De heer Van Meenen (D66):
De heer Rosenmöller heeft in zijn vorige verhaal, bij de vorige Algemene Politieke Beschouwingen of de regeringsverklaring, ver vooruitgekeken. Hij wilde dat nu weer doen. Dat moeten we juist bij dit onderwerp ook doen. De AOW is net een mammoettanker die je op tijd bij moet sturen. Daarom prijs ik het kabinet voor het aan de orde stellen van het probleem. Het probleem daarbij is volgens mij dat meteen de oplossing erbij gegeven is. Er is een probleem met de uiteindelijke betaalbaarheid, ver vooruitkijkend. Deze maatregel gaat namelijk niet volgend jaar in, maar pas in het volgende decennium. Maar zijn we het er dan wel over eens dat er op de lange termijn een probleem is en dat er dus een oplossing moet komen? Is de heer Rosenmöller bereid om wel over een oplossing van dit probleem te praten? Of zegt hij: er is gewoon geen probleem, hou er maar over op en ik wil het woord "AOW" hier nooit meer horen?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Nou ja, dat laatste is zo radicaal, dat zult u uit mijn mond nooit horen. Maar ik zeg wel dat het probleem van de betaalbaarheid van de AOW in belangrijke mate is opgelost. De stijging van de levensverwachting houdt een keer op. We worden niet allemaal 120, ook niet over vijf of tien jaar. Regeren is vooruitzien. Die parallel die u trok met het verhaal van anderhalf jaar geleden, begrijp ik goed. Dat snap ik ook goed, maar dan heb ik ook een wedervraag, al staat de voorzitter mij die vast niet toe. Maar laten we dan kijken wat volgens ú het probleem is, dus: wat is nou precies het probleem?
De heer Van Meenen (D66):
Het probleem is — je kunt dat ook geweldig nieuws vinden — dat kinderen die nu geboren worden een levensverwachting hebben die echt aanzienlijk hoger is dan onze levensverwachting. Uiteindelijk wil ik ook die kinderen — we hebben ze allebei — onze kleinkinderen en hun kinderen weer dat prachtige middel geven, namelijk een basisvoorziening voor iedereen in dit land. Maar dan moet je wel op tijd bijsturen. Dus mijn vraag — het is niet de vraag van het kabinet — aan de heer Rosenmöller is of hij bereid is om daarnaar te kijken. Kunnen we met elkaar ten minste het gesprek aan over de omvang van het probleem en over eventuele andere oplossingen dan degene die hij hier ter plekke ten grave wil dragen?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Maar, voorzitter …
De voorzitter:
Ja, meneer Rosenmöller. En graag niet ingaan op de oplossingen van uzelf, want dat lijkt me best een lang debat worden, maar op de eerste vraag.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Kijk, als de heer Van Meenen zegt: de kinderen die nu geboren worden … We hebben er een in de fractie die net weer vader is geworden.
De heer Van Meenen (D66):
Gefeliciteerd.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Ik zal het doorgeven, maar ik heb er geen bijdrage aan geleverd!
(Hilariteit)
De heer Van Meenen (D66):
O, nou dat is voor de notulen dan belangrijk, tegenwoordig, in Den Haag!
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
De dochter van Randy Martens heeft 50% kans dat ze 100 jaar wordt; dat zijn de cijfers vandaag de dag. Dat is wat u bedoelt, dat is wat u bedoelt. Maar is dat nou een reden om een pensioenakkoord dat nog geen drie jaar geleden is ingegaan weer open te breken, omdat dat veronderstelt voor de middellange termijn een oplossing te bieden voor het vraagstuk waar we het over hebben? Vraagt u aan mij: wilt u nooit meer over AOW praten? Nee, natuurlijk wil ik niet nooit meer over de AOW praten. Natuurlijk zie ik dat vraagstuk op de lange termijn, maar dat is nog iets anders dan nu als een duveltje uit een doosje met een voorstel komen dat haaks staat op een akkoord waar tien jaar over onderhandeld is, dat we moeten respecteren en dat nog niet eens overal is ingegaan.
De voorzitter:
Tot slot.
De heer Van Meenen (D66):
Ten slotte. Dat begrijp ik. Daar ben ik ook mee begonnen. Dat zie je heel vaak in de politiek, dat er even na een verkiezing — dat is hier gelukkig gebeurd — veel problemen worden gesignaleerd en oplossingsrichtingen worden gegeven. Hier is één heel concrete oplossingsrichting gegeven, die door velen gezien wordt als een breuk met het dat pensioenakkoord. Ik begrijp uw weerstand daartegen. Dat is ook een risico. We willen juist akkoorden gaan sluiten. Dat begrijp ik heel goed. Als het dan toch moet gebeuren, kunnen we beter vandaag van die oplossing afscheid nemen dan morgen. Maar dan is mijn vraag: bent u dan wel bereid om met dit kabinet, met ons, met oppositie en coalitie, te praten over de omvang van het probleem, de richtingen die er dan wel zijn, scenario's aan dit kabinet te vragen, eigenlijk alles wat overigens in de Tweede Kamer al is toegezegd? Is de heer Rosenmöller daartoe bereid?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Een kort antwoord. Als dit AOW-plan, dit onzalige AOW-plan van tafel gaat, in dit debat of later, dan zijn wij uiteraard altijd bereid om ervoor te zorgen dat de jongste generatie, en ook zelfs de iets oudere dan de allerjongste generatie, straks ook onderdeel kan zijn van een betaalbare AOW. Want natuurlijk blijft de AOW niet tot in lengte van jaren hetzelfde. Hij groeit ook mee met de ontwikkeling. Zo staat het ook in het pensioenakkoord: elk jaar levensverwachting erbij, acht maanden later AOW. U maakt er dan twaalf maanden van en dat is nou precies het verschil tussen u en mij. U wilt dat op tafel houden. Wij willen dat van tafel hebben.
De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter, daar maak ik bezwaar tegen.
De voorzitter:
Nee, meneer Van Meenen.
De heer Van Meenen (D66):
Ik maak daar bezwaar tegen. Dat is niet wat ik zeg. Ik zeg niet dat ik dit op tafel wil houden. Juist niet. Ik zeg: als we er afscheid van moeten nemen, dan liever vandaag dan morgen. Ik vraag de heer Rosenmöller of hij bereid is om naar andere oplossingen te kijken. U en ik krijgen AOW, om maar eens even een dwarsstraat te noemen. Nou, ik weet het niet van u, maar ik weet dat het voor mij minder betekenis heeft dan het heeft voor uw oud-collega's die die AOW krijgen. Voor hen is het ongelofelijk belangrijk dat het misschien eerder nog omhooggaat. Laten we daarnaar kijken. Voor mij en voor u is het minder belangrijk. Dat is een richting waar je naar kunt kijken. Je kunt naar allerlei kanten kijken, als je maar erkent dat het kabinet een poging heeft gedaan om in ieder geval een probleem te signaleren en bereid is — dat hoop ik dan ook en dat zal ik straks natuurlijk aan het kabinet vragen — om ook andere oplossingsrichtingen te verkennen. En als ik de discussie in de Tweede Kamer gevolgd heb — dat heeft u ook gedaan — dan is het kabinet daartoe bereid en ik hoop dat u dan ook van de partij bent.
De voorzitter:
We zijn in herhaling gevallen. Ik wil nu het woord aan de heer Schalk geven, wellicht ook over de AOW. De heer Schalk.
De heer Schalk i (SGP):
Voorzitter, u heeft het weer haarfijn aangevoeld: ik ga het over de AOW hebben met de heer Rosenmöller. Misschien moeten we wel even bij de feiten blijven. Het pensioenakkoord is inderdaad eigenlijk ingegaan in 2023, drie jaar geleden, maar het is zeven jaar geleden gesloten, in 2019, en we spreken nu over de problemen die we wellicht in 2033 willen oplossen. Ook voor de SGP is het AOW-vraagstuk een enorm lastig probleem, maar ik vond toch de opmaat naar de ultieme vraag van de heer Rosenmöller, namelijk om het van tafel te halen, wel mooi, want alle argumenten die hij daarvoor noemde, zijn eigenlijk al in de Tweede Kamer besproken en besloten naar aanleiding van de motie-Stoffer. Die verzoekt de regering de voorgenomen aanscherping van de AOW-systematiek te verzachten, bijvoorbeeld middels een minder strenge koppeling, een ruimere regeling voor mensen met een zwaar beroep, uit de havens en dergelijke, een AOW-leeftijd op basis van gewerkte jaren en/of een meer flexibele AOW-systematiek op basis van bijvoorbeeld vermogen of inkomen, en verzoekt te regering hierbij actief en intensief de sociale partners te betrekken. Meneer Rosenmöller krijgt wat hij heeft gevraagd, want de regering heeft dit al toegezegd.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Ik weet niet wat u nu precies vraagt aan mij. Vraagt u of de motie-Stoffer een antwoord is op ons pleidooi? Dan heeft u of de motie-Stoffer niet goed begrepen of mijn pleidooi niet. Ik denk het laatste, want wij zeggen niet "verzachten". Wij zeggen: haal dit onzalige idee van tafel. Nogmaals, als dat kan met collega Van Meenen: graag. Wij zullen altijd bereid zijn om constructief te spreken over vraagstukken die ook de betaalbaarheid van de oude dag raken op de middellange en lange termijn, altijd.
De heer Schalk (SGP):
Dan misschien nog even wat duidelijker. Hier staat inderdaad "verzachten". Vervolgens heeft het kabinet in de Tweede Kamer gezegd dit helemaal stil te leggen en min of meer opnieuw te beginnen. Ze gaan in gesprek met de sociale partners. Dat ligt gevoelig. Mijn vraag aan de minister-president later vandaag zal zijn: is er al enige voortgang? Maar om dit debat nu weer helemaal over te doen, terwijl het politieke primaat in de Tweede Kamer ligt en al duidelijk is geworden dat de regering het niet op de manier gaat doen zoals in de regeringsverklaring is geformuleerd ... Dit is toch ook voor de heer Rosenmöller een mooi begin om deze dag mee te starten?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Nou ja, het was al een mooi begin toen het eind februari in de Tweede Kamer besproken werd. Maar het was een begin en wij vonden het niet mooi genoeg. Je gaat hier voor het hoogst haalbare. Wil je effectief zijn ... Dat is ook een onderdeel van het debat in de Tweede Kamer geweest. Uw politieke voorman daar heeft iets gezegd over de motie die u net voorlas. Andere fracties zeiden: allemaal goed en wel, maar wij willen het van tafel. Het kabinet heeft gezegd: wij zullen erover nadenken, even pas op de plaats et cetera. Kijk, wij lopen lang genoeg in Den Haag mee om te weten wat "pas op de plaats" betekent of kan betekenen. Die wet zou overigens vijf jaar voordat hij ingaat hier besproken moeten worden. Dat zal ergens in 2027 moeten zijn, voor 1 januari 2028. Je moet duidelijkheid geven over wat nou precies de kans is dat zo'n nieuwe AOW-wet conform het regeerakkoord het haalt of niet. Wij zeggen: wij kijken of er in de Kamer een meerderheid is die dat geen goed idee vindt, die daarvan afstand wil nemen, die dat niet in de ijskast plaatst maar terzijde schuift. Vervolgens kun je altijd weer op basis van nieuwe data of anderszins — ik heb ze nog niet gezien; sterker nog, de data die ik heb gezien, vallen alleen maar mee en niet tegen, maar oké — het gesprek aangaan, maar niet onder druk. Dat is ook precies wat de sociale partners zeggen, met name de vakbeweging.
De voorzitter:
De heer Schalk, tot slot.
De heer Schalk (SGP):
Het gaat juist om datgene wat de heer Rosenmöller nu aandraagt, dat je vijf jaar van tevoren afspraken moet maken. Op het moment dat het helemaal van tafel gaat, halen we dat in ieder geval niet. Je zou de regering toch de kans moeten geven om te kijken op welke manier het wel een haalbare kaart is om mensen met enorm zware beroepen eerder te helpen en dergelijke. Die kans heeft ze ook gekregen van de Tweede Kamer. Volgens mij is dat echt de positie die op dit moment speelt. Ik zou de heer Rosenmöller willen vragen om het kabinet daarvoor in ieder geval ruimte te bieden.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
U kunt alle ruimte krijgen die u wilt — dat geldt ook voor het kabinet — maar niet op het moment dat zonder data, zonder gegevens, zonder enig inhoudelijk argument er een aanleiding zou zijn om, anders dan in het pensioenakkoord, de AOW-leeftijd nog weer extra te verhogen. Je kunt zeggen dat het onbetrouwbaar is omdat er een afspraak is. Je kunt zeggen: oké, zes of zeven jaar geleden is er een afspraak gemaakt maar daar gaan we nu opnieuw naar kijken. Maar welk inhoudelijk thema, welke cijfermatige onderbouwing is er om hier opnieuw naar te kijken? Wij hebben die onderbouwing nog niet gevonden. Alle cijfers die we vinden gaan alleen maar over het feit dat de kostenraming meevalt en niet tegenvalt.
Mevrouw Klip-Martin i (VVD):
Even heel kort in de richting van de heer Rosenmöller. Ik hoorde hem in het debatje met de heer Van Meenen zeggen: een idee als een duveltje uit een doosje. Ik hoorde hem net ook tegen de heer Schalk zeggen: ineens een idee. Volgens mij was het een van de suggesties van de Studiegroep Begrotingsruimte om de AOW op die manier betaalbaar te houden. Ik wil niet goochelen met cijfers of elkaar met cijfers om de oren slaan, maar volgens de cijfers die ik heb gezien, zijn de premie-inkomsten 14% gestegen en de AOW-kosten 172%. Dat vraagt echt om snelle oplossingen. Dat vraagt van een kabinet dat zich verantwoordelijk voelt, alle opties onder de loep te nemen, zeker als een van die opties de suggestie van de Studiegroep Begrotingsruimte is.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Ik denk dat ik erover gezegd heb wat ik erover zou kunnen zeggen. We zullen wel zien hoe dit debat verder inhoudelijk verloopt. Ik ben natuurlijk benieuwd naar de reactie van het kabinet op dit punt. We kijken wel waar we vanavond staan. Ik ben in ieder geval blij met alle aandacht voor dit thema.
Voorzitter. Waar was ik? Ik zei dat de afspraken die we moeten maken niet makkelijk, maar wel nodig zijn. Met het tussenakkoord van D66 en het CDA konden we eigenlijk redelijk uit de voeten. Maar onder druk van de VVD is dat flink herschreven. Uiteindelijk wordt premier Jetten de aanvoerder van een kabinet met vooral VVD-beleid, zoals Mark Rutte ooit het verwijt kreeg vooral D66-beleid uit te voeren. Wat dat betekent voor de wens om de grootste partij te worden, laat ik maar even buiten beschouwing.
Wat we zien, is een akkoord zonder afbouw van de hypotheekrenteaftrek, en dat vinden we niet eerlijk. Het ontzien van vermogenden is niet eerlijk. Hard bezuinigen op de gehandicaptenzorg is niet eerlijk. Fors snijden in de sociale zekerheid en verhoging van het eigen risico in de zorg: wij vinden het niet eerlijk. De formatie mag dan relatief snel zijn verlopen, als de coalitie zich niet realiseert wat men heeft afgesproken, hebben we wel een regering, maar eigenlijk geen afgeronde formatie. Hoe kan het, vraag ik de premier, dat zijn minister van Financiën zelf gaten schiet in de box 3-oplossing? Hoe kan het dat ingrepen in de sociale zekerheid worden gedaan zonder dat de coalitie snapt wat dit betekent voor zwangere vrouwen en arbeidsongeschikten? Hoe kan het dat minister Vijlbrief zegt: het effect van de ingrepen heb ik niet goed gezien? Als de minderheid het zelf al niet goed begrijpt, kom je moeilijk tot een meerderheid. Wij zijn bereid de afstand tot die meerderheid te overbruggen, maar dat moet wel een sociale meerderheid zijn, die staat voor een eerlijke verdeling van de lusten en de lasten.
Daartoe kunnen we deelakkoorden sluiten. Urgent is in ieder geval een akkoord over de economische gevolgen van de oorlog voor gewone mensen die de rekening betalen in de supermarkt, aan de pomp en via de energierekening thuis. Wat kan de premier hier toezeggen? Een deelakkoord over stikstof is ook mogelijk, maar dat betekent eerlijke afspraken die juridisch houdbaar zijn, de natuur herstellen, jonge boeren perspectief bieden en ruimte creëren voor het bouwen van woningen. Een akkoord over het belastingstelsel betekent eerlijke afspraken over het minder belasten van werk en het wat zwaarder belasten van vermogen, zodat de hardwerkende Nederlander echt wordt beloond. Een akkoord over het klimaatbeleid betekent eerlijke afspraken over het halen van de doelen, de tussendoelen en over de rekening, zodat we onze kinderen een duurzame toekomst kunnen bieden. Een akkoord over het toekomstige zorgstelsel vraagt om eerlijke afspraken over kwalitatief hoogwaardige zorg en vermindering van de bureaucratie, een kritische blik op wie welke publiek gefinancierde zorg nodig heeft, en ontziet de meest kwetsbaren en chronisch zieken.
Een andere keuze is een breder, overkoepelend akkoord over de miljoenennota en de begrotingen. Dat kan ook. Maar het zal moeten voldoen aan vergelijkbare uitgangspunten. Na tientallen jaren te zijn ontzien, zullen grotere bedrijven, vermogenden, mensen met een hoog inkomen, hun aandeel meer moeten nemen. De tijd dat gewone mensen het overgrote deel van de rekening betalen, moeten we niet voortzetten, maar beëindigen. Ik vraag de premier zo concreet mogelijk aan te geven wat de strategie van het minderheidskabinet is om tot een meerderheid te komen.
Bij die verantwoordelijke oppositie hier in de Eerste Kamer hoort ook de hartenkreet voor voldoende aandacht voor de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en rechtmatigheid. Ik zeg tegen de premier: heb oog voor de uitvoerders en de uitvoerbaarheid. Kan de premier toezeggen dat wetsvoorstellen worden voorzien van een uitvoeringstoets, zoals door een ruime meerderheid van deze Kamer gewenst? Het massaal verwerpen van het wetsvoorstel om ondermijning van maatschappelijke organisaties tegen te gaan, een paar weken geleden, maakt nog eens duidelijk dat het doel niet alle middelen heiligt. Hoe kijkt de premier daar eigenlijk op terug?
Wetsvoorstellen moeten de rechtsstaat en de rechtsbescherming versterken en niet verzwakken. De toets op rechtmatigheid luistert nauw. We hechten daarbij veel waarde aan de adviezen van de Raad van State. Ik vraag het kabinet dat ook te doen en niet, zoals het vorige kabinet, de advisering slechts als een verplicht nummer te zien. We weten hoe het is afgelopen met de poging staatsnoodrecht in te voeren op het terrein van asiel. Het paradepaardje van de PVV sneuvelde hier in de Eerste Kamer. Kan de premier toezeggen dat hier geen wetsvoorstellen komen die de rechtsstaat verzwakken?
Naast deze bestaande drie criteria, zou ik de premier willen vragen hoe hij denkt over het opnemen van een vierde criterium, namelijk een toets die inzicht moet geven in de langetermijneffecten van beleid en regelgeving. Onze voormalige collega Willemijn Aerdts, nu staatssecretaris, en huidige collega's Eric Holterhues en Noortje Thijssen schreven er exact een jaar geleden een artikel over in Trouw. Groene, progressieve en christelijke politiek, zo schreven zij, delen het besef dat generaties met elkaar verbonden zijn. Juist deze Kamer, zo stelt het betoog, zou in haar debatten over wetsvoorstellen het langetermijndenken een plek moeten geven. Er ligt al een aangenomen motie-Aerdts om hier in de miljoenennota aandacht aan te besteden. Zou de premier een eerste reactie willen geven op de gedachte die breed leeft in deze Kamer om ook voor wetsvoorstellen inzicht te geven in de langetermijneffecten?
Voorzitter. Ik wil positief eindigen met twee boeiende passages uit het regeerakkoord. Ten eerste de mooie ambitie om te bouwen aan de gezondste generatie ooit. Zo'n ambitie is echter makkelijker te formuleren dan te realiseren. Fatsoenlijk sociaal beleid moet daarvoor hand in hand gaan met een harde keuze voor preventie. Ik vraag de premier: hoe luidt die aangescherpte visie op hoofdlijnen die ons in de buurt brengt van die ambitie? Wat is het samenhangende interventiepakket om dat doel te bereiken? Eén ding weet ik zeker: met gratis schoolfruit en een suikertaks, hoe zinnig ook, gaan we dat doel niet bereiken. Daar is echt meer voor nodig.
Tot slot een compliment voor de premier dat hij al in mei alle eilanden in het Caribisch deel van ons Koninkrijk gaat bezoeken. Kan hij toezeggen dat Nederland garant blijft staan voor een veilige toekomst voor de eilanden in deze turbulente geopolitieke tijd? Met Venezuela op 30 kilometer van Aruba is het gevoel van onveiligheid buitengewoon reëel. De stijgende zeespiegel bedreigt op een andere manier de veiligheid van de bewoners. Is de premier eigenlijk nog steeds een beetje een klimaatdrammer, vroeg ik mij af. Als dat zo is, kan hij dan bevestigen dat de rechterlijke uitspraak in de zogenaamde "Greenpeacezaak" voortvarend wordt uitgevoerd? Al lang slepende thema's als het uitblijven van de geschillenregeling en het voortduren van het democratisch tekort schreeuwen om een doorbraak. De enorme armoede is een koninkrijk als het onze onwaardig. Dit kabinet zou het initiatief van de Caribische landen voor een goed voorbereide Koninkrijksconferentie kunnen omarmen, zodat we met de landen en de eilanden concrete afspraken kunnen maken over een betere toekomst voor hen in ons Koninkrijk. Graag een toezegging van de premier.
Voorzitter. Dit verhaal ging over een gemiste kans en om het met Jan de Koning te zeggen: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. We zijn met dit kabinet bereid om Nederland vooruit te helpen. Wat we lezen is iets te veel achteruitgang. Daar zullen we niet aan meedoen. Wat we zien is een premier die vooruit wil, maar nog niet vooruitkomt. Onwillekeurig doemt het beeld op van Rob Jetten op de sportschool: hij rent zich rot op die loopband, maar komt eigenlijk geen meter vooruit. Daarom loop ik zelf eigenlijk altijd buiten. Daar maak je echt meters. Laten we een keer samen gaan. Samen maak je nog meer meters.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Klip-Martin van de fractie van de VVD.